maandag 16 februari 2026

Morele stress: (3) De weg naar binnen, een gezamenlijke weg

Morele stress ontstaat wanneer de werklast groter is dan jouw eigen draagkracht, op moreel en op fysiek vlak. In de vorige bijdragen kwamen het belang van zelfbewust in het algemeen aan bod en zinvolle opdrachten voor beleidsmakers die het welzijn binnen hun zorginstelling willen bevorderen: aandacht voor nabijheid, communicatie en waardering. In dit derde deel wordt gekeken naar manieren waarop zorgverleners hun eigen veerkracht kunnen versterken en een constructieve plek kunnen innemen binnen het geheel van de zorg. 

Zorgverlener, gooi je ramen open!

Verandering is enkel bestendig wanneer iedereen die erin betrokken is actief meewerkt. Ook de zorgverlener zelf dus. Het zoeken naar veerkracht kan zeker geen kwestie zijn van het beleid alleen. In een wrijving tussen 'ik' en 'zij' ontstaat vaak de neiging om naar de ander te wijzen om met een oplossing te komen. De oplossing ligt niet eenduidig aan de overkant. Zaken als hoge werkdruk en beperkte bestaffing kunnen overigens niet zomaar worden opgelost. Ook dat is belangrijk om indachtig te zijn. 

Je heb als zorgverlener een belangrijke inbreng in de zorg en in het bedrijf waar je werkt. Wanneer de goede wil bestaat vanuit het beleid om een betrokken werking te stimuleren, dan is het cruciaal om als zorgverlener ook bij jezelf op zoek te gaan naar blokkades en vooroordelen. Je draagt er immers zelf ook de frustratie van mee, en die heb je niet van doen in het leven, toch?

Een 'burn out' overkomt mensen vaak onverwacht. Ze hebben het doorgaans niet zien aankomen. Toch is het van buitenaf beschouwd vaak een aangekondigde crash. Zelfbewust in het leven staan, is essentieel om in balans te komen met jezelf, om te ervaren hoe het werkelijk met je gaat. Vermijd je frustraties niet, maar tracht juist te doorgronden wat er met je gebeurt en waarom. Wat kan je doen om de ergernissen te verminderen?

Zelfbewust, open en zelfrelativerend 

Omdat werken in de zorg vanuit een diepe gedrevenheid vertrekt, is het belangrijk om in jezelf voldoende afstand in te bouwen. Jouw visie is niet de enige, jij hoeft niet alle verantwoordelijkheid op je schouders te leggen. Je bent een deel van het geheel. Niet alles hoef je persoonlijk te nemen. Uiteraard ben en blijf je professioneel bezig, maar dat wil niet zeggen dat je zorgen en problemen mee moet nemen naar huis. Leren los te laten is essentieel om professioneel te werken. Dat is een heel persoonlijk leerproces, dat weliswaar een groot verschil kan maken in je werk-leefbalans. 

Communicatie is het antidotum bij uitstek voor een negatieve spiraal op het werkveld. Wanneer je durft te verwoorden waar je op vastloopt, op een open en respectvolle manier, dan deel je het gewicht van de emoties: ze wegen minder zwaar voor jou. Het vergt wat durf om over emoties te spreken, je moet soms over een persoonlijke drempel heen, maar enkel wanneer je spanning onder woorden kan brengen, kan je je ook beluisterd voelen. Een leidinggevende of collega kan je dan bovendien raad geven: algemene aanwijzingen, maar even goed heel concrete wenken waar je mee verder kan. 

Wanneer we te dicht op een probleem staan, dan zien we het geheel niet langer en kunnen we blijven staren op fragmenten die ons ergeren. Een stap achteruit zetten, zorgt voor meer relativeringsvermogen. Daarbij is het zinvol te beseffen dat het ideaal niet bestaat in de realiteit en dat niet alles opgelost kan worden, zelfs al zouden we dat willen. Wanneer iedereen de moeite doet om uit de spanning van de eigen overtuiging te stappen, kunnen we mee bouwen aan nieuwe goede zorg. 

Loskomen van stress

"Leef niet om te werken, werk om te leven," is een spreuk die je af en toe op een tegeltje vindt. Het is een zinvolle gedachte. Toch neemt je werk een stevig aandeel in je leven in. Werken hoeft niet iets te zijn dat je doet omdat het nu eenmaal moet. Wanneer je vreugde vindt in je werk, dan kan je arbeid een meerwaarde betekenen in je bestaan. Maar uiteindelijk is je leven zoveel meer dan werken. Ook in je privéleven kan het stormen, wat je soms nog dieper in de stress kan doen zakken wanneer al ballast van het werk meedraagt. 

Maak dus tijd voor ontspanning, maak ruimte om los te komen van de stress die in je blijft roeren. Het raderwerk van de werkvloer (en je persoonlijk leven) hoeft niet steeds door te hameren in je hoofd. Leg je werk bewust opzij na het werk. Er zijn heel veel manieren om te onthechten van spanningen. Doe dit bewust en met toewijding, en verwaarloos deze aandacht niet. Het geeft je nieuwe energie en maakt plaats vrij in je gedachten. Met andere woorden: sport je los, knutsel je los of mediteer je los; schrijf je los, lach je los of feest je los! Maak je los op een wijze die past in jouw bestaan en laat je volstromen met opbouwende energie. Zoek heel bewust naar een manier die bij jou past.

Laat je opladen

Wees je steeds beter bewust van je 'binnenkant', van je gedachten en emoties, vanzelfsprekendheden en twijfels. Begin elke nieuwe (werk-)dag heel bewust met een leeg blad en een positieve, constructieve 'mind set'. En geniet vooral ook van de kleine geluksmomentjes met patiënten: die gesprekken waar je merkt dat de patiënt je apprecieert en dankbaar is voor wie je bent en wat je doet. Omarm ook de fijne gesprekken en onvergetelijke momenten met collega's. Koester die hartverwarmende momenten heel bewust en ken ze in jouw existentieel moodboard minstens evenveel gewicht toe als de teleurstellingen. Ze voeden jouw welzijn, jouw geluk! Deel die ervaringen ook met collega's. Je zult merken dat we allemaal mooie ervaringen meedragen in de gedeelde zorg.

Durf trots te zijn op de zorginstelling waarvoor je werkt. Het grote aanbod aan degelijke zorg mag nooit vanzelfsprekend zijn. Het is de vrucht van de onophoudelijke inspanning van beleidsmakers en medewerkers. Blijf oog hebben voor wat goed is en werk mee aan wat beter kan. Want jij maakt mee het verschil!

Samen veerkrachtig

In de zorg zijn we gericht op het kwetsbare van patiënten. Laten we elkaar onderweg ondersteunen, ook in mekaars kwetsbaarheid. Binnen de gegevenheid van hoge werkdruk en hoge eisen zijn we als professionals met mekaar onderweg. We kunnen mekaar waarderen en beluisteren en dragen. Zich gedragen weten, maakt dat niet alle gewicht jouw verantwoordelijkheid is. Zorg voor patiënten én voor mekaar op een positieve manier. Zoek naar een manier op het negatieve neer te leggen in plaats van op je schouders te gooien.

Dit zorgideaal hoeft geen idyllisch ideaalbeeld te blijven, geen droombeeld ver weg van de ruwe werkelijkheid. Integendeel: de weg naar een duurzame en toekomstgerichte zorg vraagt een positieve inbreng van alle betrokkenen. Veerkracht is een essentieel aandachtspunt doorheen een loopbaan in de zorg. Veerkracht: zowel mentaal als fysiek, zowel sociaal als existentieel. Dit geldt voor iedereen, van de directeur tot op de werkvloer.

Laten we verder doorgroeien naar een zorgomgeving van waardering. Waardeer je collega's, waardeer je leidinggevenden, waardeer de mensen over wie je leiding hebt en weet je door al die mensen gewaardeerd. Wees trots op het verschil dat jij maakt, trots op de zorg die je met je collega's realiseert, op de kwaliteit van je zorginstelling en op de zorg algemeen. Durf fier te zijn op mekaar!

Deze drie bijdragen trachten belangrijke uitdagingen rond morele stress in de zorgsector in Vlaanderen en België in het algemeen te analyseren en te benoemen. Ze houden geen verband met een specifieke zorginstelling. De analyse zal ongetwijfeld onvolledig zijn. Ze is bovendien geschreven binnen de zorg zoals ze nu is: onderweg, in volle ontwikkeling. Bemoeizucht of betutteling of minimalisering van problemen liggen zeker niét in de bedoelingen van deze drie bijdragen. Beschouw ze als een 'proeve', een hoopvolle denkoefening. Denk zelf gerust kritisch mee!

Rest mij nog om ieder van jullie veel vreugde, voldoening en hoop toe te wensen, gesterkt door zelfkennis, relativeringsvermogen en veerkracht.


INTERESSANTE LITERATUUR:

DENIER, Yvonne, Het pluisbloemeffect. Hoe ethiek in de zorg aanstekelijk werkt, LannooCampus, 2021.  (In september 2026 verschijnt een vervolg: DENIER, Yvonne, Een tweede adem. Over morele stress, druk op de ketel en het vinden van zuurstof in de zorg, LannooCampus, 2026.)

DHAENE, Lieve (red.), De hervorming van het verpleegkundig beroep. Een overzicht, Zorgnet-Icuro, 2024.

GOOREN, Marga, De dappere dokter. Moedig omgaan met morele stress, Boom, 2025. 

GRYPDONCK, Mieke & VANLAERE, Linus & TIMMERMANN, Madeleine, Zorgethisch leiderschap in praktijk, LannooCampus, 2019.

JAMETON, Andrew, Nursing Practice. The Ethical Issues, Prentice-Hall, 1984 (eerste uitgave).

VANLAERE, Linus, Zorgen zonder je hart te verliezen. Hoe maakt praten over je twijfels je sterker als zorgverlener?, LannooCampus, 2022. 

donderdag 12 februari 2026

Morele stress: (2) Een hoopvolle zoektocht in de zorg

Morele stress ontstaat wanneer de werklast - fysiek en moreel - groter is dan jouw eigen draagkracht. Dit is geen eenvoudige fysieke weegschaal: het gaat over zoveel meer dan alleen het werktempo. Er gebeurt veel tegelijk op de werkvloer. Er ligt inderdaad een grote druk op de zorg. In de vorige bijdrage werd een fundamentele aanzet gegeven, namelijk: zelfbewust - zelf dus, en heel bewust - in je roeping staan, je roeping om te zorgen voor anderen. Blijf verbonden met die gedrevenheid die jou eigen is. Laat dat nooit los. De realiteit is echter lang niet altijd rooskleurig: de werkdruk ligt hoog, de middelen zijn beperkt. 

Wegkijken is geen oplossing. Enkel maar leuke boodschappen in een 'catchy' vormgeving rondsturen, dat is een goed-nieuwsshow. Het welzijn verbeteren in de zorg lukt niet met enkel een nieuw likje verf. Er is absoluut niets mis met eigentijdse communicatie, maar het authentieke van de verandering moet van binnenuit komen. Er is een fundamentele transitie nodig. En dat is een opdracht voor iedere zorginstelling, maar evenzeer voor elke medewerker in de zorg. 

Gesloten cirkel doorbreken

Frustratie, onmacht en stress ontstaan op de zorgvloer vaak door het hard botsen van de persoonlijke idealen met teleurstellingen in de praktijk. Je staat in de zorg met je eigen idealen, met je kijk op mens en wereld, vanuit de drijfveren die jou ooit tot de zorg hebben aangetrokken. De tijden veranderen, de werkinvulling ook. Verandering zorgt soms voor wrevel en ongemak. We zijn niet allemaal even tuk op veranderingen, en al zeker wanneer ze ervaren worden als nog meer werk.

Naast die persoonlijke insteek is er ook een professionele visie, die voortvloeit uit je opleiding en uit je dagelijkse werkervaring samen met collega's, vanaf het ogenblik dat je begon te werken tot nu. Negatieve ervaringen en ergernissen onderweg kunnen lang blijven kleven. Veel zorgverleners voelen zich persoonlijk geraakt wanneer er kritiek weerklinkt of wanneer de zorgverlening niet loopt zoals ze zouden willen. Harde kritiek van patiënten of naasten, maar ook van collega's of verantwoordelijken, kan zorgverleners diep raken, tot in hun roeping. 

Op lange termijn kunnen de stress, de ergernissen en teleurstellingen een aanslag betekenen op je hele persoon. Vaak zijn de gevolgen te herkennen in alle facetten van je bestaan: psychisch, sociaal, existentieel én fysiek. Je gemoed lijdt eronder, je deelt je ervaringen niet meer met je omgeving, of reageert je af op hen, je verliest de verbinding met de diepste betekenis van je bestaan, en je lichaam gaat sputteren. Ons lichaam heeft heel wat alarmfuncties. Laten we daar aandacht voor hebben. Een arts kan je stressgerelateerde kwalen verlichten, een psycholoog kan je begeleiden in je emoties en gedragspatronen, je sociaal netwerk kan je geduldig opvangen. Toch zal je het existentiële niveau ook moeten aanpakken: wie bén jij, wie wil jij zijn, en hoe kom je daar? In het beste geval brengt een oplossing de vier facetten samen. 

Externe factoren

Er zijn ook factoren die zich buiten je kleine kring afspelen. Zo valt er veel te zeggen over cynisme en negativiteit op de werkvloer. Wie aan een shift begint met de gedachte: 'Het wordt zeker weer één van die dagen...', die zal wellicht ook bevestigd worden in die negatieve insteek. En wie deze frustratie van collega's oppikt bij het binnenkomen op een dienst of onderweg doorheen de dag, loopt het risico om er zelf besmet door te worden. Het is een misverstand te denken dat negativiteit een synoniem zou zijn voor realisme of kritisch gezond verstand. Het is namelijk slechts één kant van de realiteit: de sombere. Negativiteit vertrekt vanuit een onvolledig beeld van het geheel.

Er is bovendien nog een gevoel dat al heel lang binnensluipt. De zorg waarin professionals werken, vloeit voort uit het grote ideaal van de verzorgingsstaat: de overheid die maximaal zorg draagt voor al haar burgers, van de wieg tot het einde. In tijden van crisis en van economische afvlakking wordt dit een fragiele evidentie: de zorg kost de overheid immers heel veel geld. Het creëert een sluimerende angst onder zorgverleners: hoe zal het evolueren, wat brengt de toekomst? De politiek reageert heel wisselend op deze realiteit en werkt volgens een interne logica die niet altijd goed te vatten is. Ook dat is voelbaar in de zorg. Angst en onduidelijkheid brengen onrust. Transparantie verheldert wat troebel is geworden. 

Hoog en laag, ver weg en dichtbij

Op de werkvloer leeft intussen soms een gevoel dat de dagtaak niet meer draaglijk is en dat het beleid geen voeling heeft met de werkdruk. In die beleving verandert er niets aan de werkomstandigheden, en wijt men dat aan onwetendheid of onwil. Er kunnen ook ethische spanningen groeien: de aanpak van een medisch probleem, de bejegening van een patiënt of naaste, noem maar op. Een grote hiërarchie versterkt de afstand tussen beleid en werkveld. Bij momenten voelt men zich niet gehoord, niet beluisterd, niet gekend - een nietig pionnetje op een gigantisch bord. Er ontstaat een discrepantie tussen de zorgverlener en de zorginstelling: 'ik' en 'zij'.

Wie negatief denkt, wordt bevestigd in die negativiteit. Spanning voedt zichzelf wanneer ze niet wordt uitgesproken en wanneer het negatieve niet wordt omgebogen. De werkdruk ligt in de zorg inderdaad heel hoog, maar de spanning binnenin kan buiten proporties uitgroeien doordat men zich niet gehoord voelt. Dan is de kans groter dat de radertjes in je hoofd na de shift niet kunnen stilvallen en al meteen weer volop kletteren en rammelen bij de eerste taak van de nieuwe werkdag. 

Lang genoeg stilgezwegen, verwordt kwaadheid tot gelatenheid. Er kruipt dan een groeiende gewaarwording van zinloosheid in het dagelijks werk. De negativiteit aan het eind van een dag blijft in de vrije tijd verder borrelen tot de volgende shift. Dat is bijzonder jammer en het hoeft niet zo te zijn. Het kan anders. Dit is een overtuiging die meer en meer in zorginstellingen wordt gedragen in hun beleid. 

Beleid van nabijheid

Het is en blijft een grote uitdaging voor zorginstellingen om dicht bij de werkvloer te blijven en de werknemers actief te betrekken in het bedrijf. Medewerkers die zich betrokken weten en die fier zijn op hun zorginstelling, daar heeft iedereen baat bij. 

Een zorginstelling is een samenwerking van mensen met gaven en gebreken. Hiërarchie hoeft geen onoverbrugbare afstand te creëren. Communicatie gebeurt bij voorkeur zoveel mogelijk van mens tot mens, niet van leidinggevende tot ondergeschikte. Dat veronderstelt wel goede wil van iedereen uiteraard. En respect voor het grotere geheel.

Communiceren

Inspraak en welbevinden zijn heel belangrijke werksleutels. De kennis en ervaring van de medewerkers vormt een grote bron van informatie en een meerwaarde voor een bedrijf. Hun expertise draagt bij aan een beter geheel. Wie aangesproken wordt op eigen kennis en ervaring, voelt zich effectief betrokken en geapprecieerd. Inspraak betekent uiteraard niet dat ieder goed idee of iedere ergernis, hoe terecht ook, kan worden aangepakt. In een open gesprek kan de leiding wel duiden waarom dat helaas niet gaat. 

Wrevel heeft meer kans wanneer er te weinig tijd genomen is om een beslissing uit te leggen. Kritiek op een besluit hoeft niet persoonlijk te zijn. Voor een aantal problemen in de zorg bestaat er trouwens geen directe oplossing, helaas. Ruimte maken voor overleg en gesprek is wel altijd een mogelijkheid. Het beluisteren van de ander is een belangrijke meerwaarde, net als het onder woorden brengen dat de inzet van de zorgverlener en de bezorgdheid om goede zorg te willen bieden, echt wordt geapprecieerdWe hebben allemaal baat bij een positieve boodschap van tijd tot tijd. We hebben onze zorgverleners hard nodig in de zorg en in onze samenleving: dat mag klinken in een overleg of gesprek.

Het wegwuiven of minimaliseren van grieven wekt enkel weerstand en nog meer wrevel op. Het bevestigen dat de zorgverlener het lastig heeft, is een zinvolle toegang tot een inhoudelijk gesprek. Een leidinggevende màg erkennen dat het een hele uitdaging is om alles gedaan te krijgen op de werkvloer. Het is vooral belangrijk dat een werknemer zich veilig voelt binnen het beleid en dat de openheid er altijd is om te ventileren.

Waarderen

Wanneer een zorginstelling werk maakt van het waarderen van alle medewerkers en daar actief en welgemeend in investeert, maakt het een groot verschil voor de mensen die elke dag het beste van zichzelf geven. Die waardering is terecht: het is bewonderenswaardig hoe mensen zich inzetten voor professionele, kwaliteitsvolle en mensnabije zorg. Jij bént een meerwaarde in de zorg door wie je bent en wat je doet.

Een instelling kan peilen naar het welbevinden van hun medewerkers en zo pijnpunten oplijsten en tegelijk op zoek gaan naar een aanvullend aanbod, uit waardering voor de medewerkers. Een instelling kan peilen naar het welbevinden van hun medewerkers. Het algemeen welzijn van de medewerkers kan een boost krijgen door initiatieven waarin ze ruimte krijgen voor hun talenten buiten het zorg verlenen: sport, cultuur, amusement, noem maar op.  Algemene initiatieven zijn belangrijk, maar er is meer. 

Een beleid van waardering begint op de werkvloer, in het dagdagelijkse, en vooral wanneer het eens sputtert. Nee, zorgverleners hoeven niet elke dag door een fanfare, vergezeld van slingers en serpentines onthaald te worden. Waardering komt uit het hart. Het uit zich niet zozeer in grootse gebaren maar vooral in de manier van omgaan met elkaar, wanneer alles zijn gang gaat én wanneer het moeilijk loopt. Empathie en aanmoedigend 'coachen' zijn belangrijke competenties voor betrokken leidinggevenden, net als een gevoeligheid voor signalen van frustratie. Anticiperen werkt immers veel doeltreffender dan problemen oplossen.

Je merkt het meteen wanneer je echt gewaardeerd wordt door een verantwoordelijke en door de zorginstelling. Daar wordt de zorg warmer en nabijer, en dat kan perfect binnen de hiërarchie van een groot bedrijf.

Voorbeelden

Er zijn heel wat concrete initiatieven die het werken in de zorg verder kunnen ondersteunen. Moreel beraad bijvoorbeeld, om morele knopen samen te ontwarren en inhoudelijk tot een gedragen consensus te komen. Of intervisie, waar casussen besproken kunnen worden om zich verder te verfijnen in professioneel handelen. In vormingen kunnen werkmiddelen aangeboden worden om zelfbewust en veerkrachtig in je job te staan. Een aanspreekpunt voor het veilig melden van noden en vragen kan ook een meerwaarde betekenen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Er is nog veel onontgonnen terrein!

In de zorg wordt niet enkel voor patiënten gezorgd. Zorginstellingen kunnen in hun zorg voor hun personeel een ombuiging verwezenlijken van gelatenheid en frustratie naar betrokken participatie. Dat inzicht wordt in onze tijden omarmd, en het is het begin van een nieuwe bejegening van medewerkers. Hiermee is de kentering echter niet gerealiseerd. Verre van zelfs! Er is nog een belangrijke inbreng nodig. Die wordt in de derde en laatste bijdrage uitgewerkt...

zondag 8 februari 2026

Morele stress: (1) Vaststellingen, risico op trage erosie van een roeping

Werken in de zorg vertrekt uit een roeping, een gedrevenheid van diep in jezelf. Het is geworteld in je diepste principes. Dat geldt voor artsen, verpleegkundigen en zorgkundigen, maar even goed voor sociaal werkers, psychologen, spiritueel zorgverleners, kinesisten, logopedisten, ergotherapeuten en de vele andere professionals die in het totaalaanbod van de zorg actief zijn. Als je kiest voor de zorg, dan wil je iets betekenen voor anderen. Je wil hulpbehoevende mensen warme en deskundige zorg bieden. Helpen waar het kan, zorg dragen, hun ziek zijn draaglijker helpen te maken. 

Vooruitgang en verfijning

In de zorg loop je niet het risico om je hele carrière op een roze wolk te verblijven. Ons zorgmodel verkeert in zwaar weer. Het is met veel enthousiasme uitgebouwd in een tijd dat de welvaart enorm groeide, in de tweede helft van de vorige eeuw. Het aanbod is steeds verder gespecialiseerd en verfijnd door een onstuitbare vooruitgang in medische kennis en technische mogelijkheden. Door die specialisatie is de zorg ook steeds duurder geworden. Specifieke medische behandelingen met behulp van spitstechnologie kosten veel geld. De algemene kosten van personeel en gebouwen lopen ook  gewoon door. Dit alles is niet evident is een tijd van herstructureringen en forse besparingen.

Dat is goed voelbaar in de dagelijkse zorgpraktijk. Veel werk moet verricht worden door weinig handen en bij dat werk komt veel verantwoordelijkheid kijken. De verwachtingen liggen continu hoog: zorg gaat immers over mensenlevens. Door het roepingsgevoel van medewerkers in de zorg liggen de eigen verwachtingen doorgaans ook heel hoog: je wil goed werk leveren, je wil je taken kunnen afwerken en de patiënt tevreden achterlaten. De 'afvinkcultuur' in de zorg maakt het er niet gemakkelijker op: alle taken moeten ook langs de computer worden bevestigd en becommentarieerd. 

Veel werk, weinig mensen, hoge verwachtingen

Het bedrijf en het team verwachten dat ze op jouw voortdurende nauwkeurigheid kunnen rekenen. Tegelijk heb je maar twee handen en een aantal uren om het werk allemaal te verwezenlijken. Werken in de zorg vergt te allen tijde inzet, gedrevenheid, toewijding, concentratie, veelzijdigheid, fysieke inspanning, nauwgezette communicatie, flexibiliteit... Deze opsomming zal eigenlijk nooit volledig zijn. Het heeft iets van jongleren: onophoudelijk alle balletjes in de lucht houden en bovendien extra balletjes erbij moeten nemen en telkens op een vlugger tempo doorgaan. Dat wordt lastig na verloop van tijd. De werkuren zijn bovendien vaak wisselend van aard, wat het extra zwaar maakt. Voor een beroep in de zorg kies je bewust.

Bij iemand die gedreven in de zorg werkt, ligt de klemtoon vaak op het geven: op het verlenen van zorg. Het is immers een roeping, en dat veronderstelt een grondhouding van gulheid. Zorgen is geven. Helaas is daarbij spontaan te weinig aandacht voor degene die zo goed wil zorgen voor anderen: de zorgverlener zelf. Wie zorgt er voor de zorgende die zichzelf wegcijfert?

Omdat het tempo én de verwachtingen hoog liggen en het personeelsbestand zuinig moet worden ingevuld, ligt de werklast erg hoog. De last drukt op weinig schouders. Als noeste Vlamingen hebben we bovendien de gewoonte om wat goed verloopt als evident te beschouwen, maar iemand wel meteen aan te spreken op onnauwkeurigheden. Dat zorgt ervoor dat kritiek hard kan aankomen. Bovendien heb je naast je werk nog een privéleven dat ook energie en aandacht van je vraagt. 

Lege batterijsyndroom

Zo kan je batterij stilaan leeglopen zonder dat er tijd en ruimte is om haar weer voldoende - laat staan volledig - op te laden. Er kan een wrange, negatieve zindering blijven hangen in je gedachten en je gevoelens. Het werk kan als ondraaglijk voelen omdat je niet kan geven wat je eigenlijk zou willen, omdat je met een 'onaf' gevoel van je shift vertrekt. 

Af en toe een zware dag die gecompenseerd wordt door rustige periodes, dat is doenbaar. Maar in de zorg is er weinig ruimte voor rust omdat er simpelweg geen financiële speling is. De gevolgen van dat krappe budget worden nog versterkt door openstaande vacatures. Ze raken gewoon niet ingevuld: niet iedereen staat te springen voor wisselende uren in de week en in het weekend. Het combineert niet vlotjes en vanzelfsprekend met een gezinsleven en het is hard werken. 

Draaglast en draagkracht

In een ideale werkomgeving bestaat er een balans tussen de draaglast en de draagkracht van de werknemer: tussen wat je moet doen en wat je aankan. Wie goed in haar of zijn vel zit en zich goed voelt op het werk, zal meer kunnen dragen dan iemand die uitdooft en bezwijkt onder de druk. Als dat laatste te lang een constante blijft, dan ligt een 'burn out' op de loer. De roeping vervaagt dan gaandeweg. 

Wanneer de dagelijkse praktijk niet meer overeenkomt met je verwachtingen en idealen, dan zal de frustratie steeds meer plaats innemen. De energie die frustratie opslorpt gaat helaas ook ten koste van de draagkracht. Dan zitten we met een groot probleem: een neerwaartse spiraal die zichzelf voedt. De weegschaal slaat compleet uit balans. Het is helaas een fenomeen in de zorg (en ook in andere werkomgevingen). In de Coronaperiode - wanneer de uitdagingen op hun scherpst stonden - is dat pijnlijk duidelijk geworden. We kunnen hier lessen uit trekken, met zijn allen. Zorgen, dat doen we immers samen, hoe abstract dat misschien ook kan klinken.

Morele stress en erosie

Hoe sterk je gedrevenheid ook is, hoe diep je roeping ook geworteld zit in je bestaan: je kan de voeling ermee stilaan verliezen totdat je de passie voor de zorg gewoonweg niet meer terug kan vinden. Een rots waar je met een boorhamer amper wat stukjes uit los kan wrikken, zal door het voortdurende schuren van steentjes in klaterend water toch uithollen: erosie noemen we dat fenomeen. Het gaat traag maar bestendig. 

Wanneer je roeping erodeert, dan verlies je de voeling met de kracht waarmee je het werk ooit zo gemotiveerd bent begonnen. De wrijving die de erosie veroorzaakt, noemen we 'morele stress'. Professionals kunnen door te lange blootstelling hieraan gevoelsmatig stilaan afvlakken en apathisch worden of gewoonweg afhaken. Dat kan niet de bedoeling zijn: we hebben onze goed opgeleide zorgverleners en hun ervaring hard nodig!

Bewustwording

Dit besef is een belangrijk begin van zelfzorg in de zorg. Wie niet voor zichzelf zorgt, kan niet zorgen voor anderen. De bewustwording hiervan is de eerste essentiële stap in die zelfzorg. Neem bij jezelf bij wijze van spreken af en toe de pols om te voelen of je zorgend hart goed klopt. Blijf voeling houden met je waarden en principes, die je identiteit en je gedrevenheid bepalen. 

Weet je nog wanneer en waarom je koos voor de zorg?
Waar haal je het meeste voldoening uit in de zorg?
Wat is goede zorg voor jou persoonlijk? 
Waar loop je tegenaan in het zorgen voor patiënten (of bewoners of cliënten)? 
 

Het is absoluut niet zo dat je ooit onderuit zàl gaan omdat je in de zorg werkt. Wel bestaat er een kans, en dan zijn voldoende kennis en voortschrijdend inzicht belangrijke factoren om tijdig in te grijpen voor je mentaal en existentieel welzijn. Zorg voor je welzijn is overigens niet enkel van belang ter preventie. Het verdient hoe dan ook de aandacht.

Toegegeven, dit alles klinkt niet meteen vrolijk. Wat nu? We stellen het probleem vast, maar zijn er - naast bewustwording - ook oplossingen, of aanzetten daarnaartoe? Welnu, daar ga ik in de volgende bijdrage dieper op in. Er zijn namelijk mogelijkheden. Voor nu is de oefening in zelfzorg alvast een belangrijke eerste aanzet!

Aanbevolen bijdragen:

Morele stress: (3) De weg naar binnen, een gezamenlijke weg