Werken in de zorg vertrekt uit een roeping, een gedrevenheid van diep in jezelf. Het is geworteld in je diepste principes. Dat geldt voor artsen, verpleegkundigen en zorgkundigen, maar even goed voor sociaal werkers, psychologen, spiritueel zorgverleners, kinesisten, logopedisten, ergotherapeuten en de vele andere professionals die in het totaalaanbod van de zorg actief zijn. Als je kiest voor de zorg, dan wil je iets betekenen voor anderen. Je wil hulpbehoevende mensen warme en deskundige zorg bieden. Helpen waar het kan, zorg dragen, hun ziek zijn draaglijker helpen te maken.
Vooruitgang en verfijning
In de zorg loop je niet het risico om je hele carrière op een roze wolk te verblijven. Ons zorgmodel verkeert in zwaar weer. Het is met veel enthousiasme uitgebouwd in een tijd dat de welvaart enorm groeide, in de tweede helft van de vorige eeuw. Het aanbod is steeds verder gespecialiseerd en verfijnd door een onstuitbare vooruitgang in medische kennis en technische mogelijkheden. Door die specialisatie is de zorg ook steeds duurder geworden. Specifieke medische behandelingen zijn door de spitstechnologie heel duur geworden, terwijl de algemene kosten van personeel en gebouwen ook doorlopen. Dat is niet evident is een tijd van herstructureringen en forse besparingen.
Dat is goed voelbaar in de dagelijkse zorgpraktijk. Veel werk moet verricht worden door weinig handen en bij dat werk komt veel verantwoordelijkheid kijken. De verwachtingen liggen continu hoog: zorg gaat immers over mensenlevens. Door het roepingsgevoel van medewerkers in de zorg liggen de eigen verwachtingen doorgaans ook heel hoog: je wil goed werk leveren, je wil je taken kunnen afwerken en de patiënt tevreden achterlaten. De 'afvinkcultuur' in de zorg maakt het er niet gemakkelijker op: alle taken moeten ook in de computer worden bevestigd en becommentarieerd.
Veel werk, weinig mensen, hoge verwachtingen
Het bedrijf en het team verwachten dat ze op jouw voortdurende nauwkeurigheid kunnen rekenen. Tegelijk heb je maar twee handen en een aantal uren om het werk allemaal te verwezenlijken. Werken in de zorg vergt te allen tijde inzet, gedrevenheid, toewijding, concentratie, veelzijdigheid, fysieke inspanning, nauwgezette communicatie, flexibiliteit... Deze opsomming zal eigenlijk nooit volledig zijn. Het heeft iets van jongleren: onophoudelijk alle balletjes in de lucht houden en bovendien extra balletjes erbij moeten nemen en telkens op een vlugger tempo doorgaan. Dat wordt lastig na verloop van tijd. De werkuren zijn bovendien vaak wisselend van aard, wat het extra zwaar maakt. Voor een beroep in de zorg kies je bewust.
Bij iemand die gedreven in de zorg werkt, ligt de klemtoon vaak op het geven: op het verlenen van zorg. Het is immers een roeping, en dat veronderstelt een grondhouding van gulheid. Zorgen is geven. Helaas is daarbij spontaan te weinig aandacht voor degene die zo goed wil zorgen voor anderen: de zorgverlener zelf. Wie zorgt er voor de zorgende die zichzelf wegcijfert?
Omdat het tempo én de verwachtingen hoog liggen en het personeelsbestand zuinig moet worden ingevuld, ligt de werklast hoog. De last drukt op weinig schouders. Als noeste Vlamingen hebben we bovendien de gewoonte om wat goed verloopt als evident te beschouwen, maar iemand wel meteen aan te spreken op onnauwkeurigheden. Dat zorgt ervoor dat kritiek hard kan aankomen. Bovendien heb je naast je werk nog een privéleven dat ook energie en aandacht van je vraagt.
Lege batterijsyndroom
Zo kan je batterij stilaan leeglopen zonder dat er tijd en ruimte is om haar weer voldoende - laat staan volledig - op te laden. Er kan een wrange, negatieve zindering blijven hangen in je gedachten en je gevoelens. Het werk kan als ondraaglijk voelen omdat je niet kan geven wat je eigenlijk zou willen, omdat je met een 'onaf' gevoel van je shift vertrekt.
Af en toe een zware dag die gecompenseerd wordt door rustige periodes, dat is doenbaar. Maar in de zorg is er weinig ruimte voor rust omdat er simpelweg geen financiële speling is. De gevolgen van dat krappe budget worden nog versterkt door openstaande vacatures. Ze raken gewoon niet ingevuld: niet iedereen staat te springen voor wisselende uren in de week en in het weekend. Het combineert niet vlotjes en vanzelfsprekend met een gezinsleven en het is hard werken.
Draaglast en draagkracht
In een ideale werkomgeving bestaat er een balans tussen de draaglast en de draagkracht van de werknemer: tussen wat je moet doen en wat je aankan. Wie goed in haar of zijn vel zit en zich goed voelt op het werk, zal meer kunnen dragen dan iemand die uitdooft en bezwijkt onder de druk. Als dat laatste te lang een constante blijft, dan ligt een 'burn out' op de loer. De roeping kan dan vervagen.
Wanneer de dagelijkse praktijk niet meer overeenkomt met je verwachtingen en idealen, dan zal de frustratie steeds meer plaats innemen. De energie die frustratie opslorpt gaat helaas ook ten koste van de draagkracht. Dan zitten we met een groot probleem: een neerwaartse spiraal die zichzelf voedt. De weegschaal slaat compleet uit balans. Het is helaas een fenomeen in de zorg (en ook in andere werkomgevingen). In de Coronaperiode - wanneer de uitdagingen op hun scherpst stonden - is dat pijnlijk duidelijk geworden. We kunnen hier lessen uit trekken, met zijn allen. Zorgen, dat doen we immers samen, hoe abstract dat misschien ook kan klinken.
Morele stress en erosie
Hoe sterk je gedrevenheid ook is, hoe diep je roeping ook geworteld zit in je bestaan: je kan de voeling ermee stilaan verliezen totdat je de passie voor de zorg gewoonweg niet meer terug kan vinden. Een rots waar je met een boorhamer amper wat stukjes uit los kan wrikken, zal door het voortdurende schuren van steentjes in water toch uithollen: erosie noemen we dat fenomeen. Het gaat traag maar bestendig.
Wanneer je roeping erodeert, dan verlies je de voeling met de kracht waarmee je het werk ooit zo gemotiveerd bent begonnen. De wrijving die de erosie veroorzaakt, noemen we 'morele stress'. Professionals kunnen door te lange blootstelling hieraan gevoelsmatig stilaan afvlakken en apathisch worden of gewoonweg afhaken. Dat kan niet de bedoeling zijn: we hebben onze goed opgeleide zorgverleners en hun ervaring hard nodig!
Bewustwording
Deze vaststelling is een belangrijk begin van zelfzorg in de zorg. Wie niet voor zichzelf zorgt, kan niet zorgen voor anderen. De bewustwording hiervan is de eerste essentiële stap in die zelfzorg. Neem bij jezelf bij wijze van spreken af en toe de pols om te voelen of je zorgend hart goed klopt. Blijf voeling houden met je waarden en principes, die je identiteit bepalen.
Weet je nog wanneer en waarom je koos voor de zorg?
Waar haal je het meeste voldoening uit in de zorg?
Wat is goede zorg voor jou persoonlijk?
Waar loop je tegenaan in het zorgen voor patiënten (of bewoners of cliënten)?
Het is absoluut niet zo dat je ooit onderuit zàl gaan omdat je in de zorg werkt. Wel bestaat er een kans, en dan zijn voldoende kennis en voortschrijdend inzicht belangrijke factoren om tijdig in te grijpen voor je mentaal en existentieel welzijn. Zorg voor je welzijn is overigens niet enkel van belang ter preventie. Het verdient hoe dan ook de aandacht.
Dit alles klinkt niet meteen vrolijk. Wat nu? We stellen het probleem vast, maar zijn er - naast bewustwording - ook oplossingen, of aanzetten daarnaartoe? Welnu, daar ga ik in de volgende bijdrage dieper op in. Er zijn namelijk mogelijkheden. Voor nu is de oefening in zelfzorg alvast een belangrijkste eerste aanzet!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Reageer