Morele stress ontstaat wanneer de werkdruk groter is dan jouw eigen draagkracht. Dit is geen eenvoudige fysieke weegschaal: het gaat over zoveel meer dan alleen het werktempo. Er gebeurt veel tegelijk op de werkvloer. Er ligt inderdaad een grote druk op de zorg. In de vorige bijdrage werd een fundamentele aanzet gegeven, namelijk: zelfbewust - zelf dus, en heel bewust - in je roeping staan, je roeping om te zorgen voor anderen. Blijf verbonden met die gedrevenheid die jou eigen is. Laat dat nooit los. De realiteit is echter lang niet altijd rooskleurig: de werkdruk ligt hoog, de middelen zijn beperkt.
Wegkijken is geen oplossing. Enkel maar leuke boodschappen in een 'catchy' vormgeving rondsturen, dat is een goed-nieuwsshow. Het welzijn verbeteren in de zorg lukt niet met enkel een nieuw likje verf. Er is absoluut niets mis met eigentijdse communicatie, maar het authentieke van de verandering moet van binnenuit komen. Er is een fundamentele transitie nodig. En dat is een opdracht voor iedere zorginstelling, maar evenzeer voor elke medewerker in de zorg.
Gesloten cirkel doorbreken
Frustratie, onmacht en stress ontstaan op de zorgvloer vaak door het hard botsen van de persoonlijke idealen met teleurstellingen in de praktijk. Je staat in de zorg met je eigen idealen, met je kijk op mens en wereld, vanuit de drijfveren die jou ooit tot de zorg hebben aangetrokken. De tijden veranderen, de werkinvulling ook. Verandering zorgt soms voor wrevel en ongemak. We zijn niet allemaal even tuk op veranderingen, en al zeker wanneer ze ervaren worden als nog meer werk.
Naast die persoonlijke insteek is er ook een professionele visie, die voortvloeit uit je opleiding en uit je dagelijkse werkervaring samen met collega's, vanaf het ogenblik dat je begon te werken tot nu. Negatieve ervaringen en ergernissen onderweg kunnen lang blijven kleven. Veel zorgverleners voelen zich persoonlijk geraakt wanneer er kritiek weerklinkt of wanneer de zorgverlening niet loopt zoals ze zouden willen. Harde kritiek van patiënten of naasten, maar ook van collega's of verantwoordelijken, kan zorgverleners diep raken, tot in hun roeping.
Op lange termijn kunnen de stress, de ergernissen en teleurstellingen een aanslag betekenen op je hele persoon. Vaak zijn de gevolgen te herkennen in alle facetten van je bestaan: psychisch, sociaal, existentieel én fysiek. Je gemoed lijdt eronder, je deelt je ervaringen niet meer met je omgeving, of reageert je af op hen, je verliest de verbinding met de diepste betekenis van je bestaan, en je lichaam gaat sputteren. Ons lichaam heeft heel wat alarmfuncties. Laten we daar aandacht voor hebben. Een arts kan je stressgerelateerde kwalen verlichten, een psycholoog kan je begeleiden in je emoties en gedragspatronen, je sociaal netwerk kan je geduldig opvangen. Toch zal je het existentiële niveau ook moeten aanpakken: wie bén jij, wie wil jij zijn, en hoe kom je daar? In het beste geval brengt een oplossing de vier facetten samen.
Externe factoren
Er zijn ook factoren die zich buiten je kleine kring afspelen. Zo valt er veel te zeggen over cynisme en negativiteit op de werkvloer. Wie aan een shift begint met de gedachte: 'Het wordt zeker weer één van die dagen...', die zal wellicht ook bevestigd worden in die negatieve insteek. En wie deze frustratie van collega's oppikt bij het binnenkomen op een dienst of onderweg doorheen de dag, loopt het risico om er zelf besmet door te worden. Het is een misverstand te denken dat negativiteit een synoniem zou zijn voor realisme of kritisch gezond verstand. Het is namelijk slechts één kant van de realiteit: de sombere. Negativiteit vertrekt vanuit een onvolledig beeld van het geheel.
Er is bovendien nog een gevoel dat al heel lang binnensluipt. De zorg waarin professionals werken, vloeit voort uit het grote ideaal van de verzorgingsstaat: de overheid die maximaal zorg draagt voor al haar burgers, van de wieg tot het einde. In tijden van crisis en van economische afvlakking wordt dit een fragiele evidentie: de zorg kost de overheid immers heel veel geld. Het creëert een sluimerende angst onder zorgverleners: hoe zal het evolueren, wat brengt de toekomst? De politiek reageert heel wisselend op deze realiteit en werkt volgens een interne logica die niet altijd goed te vatten is. Ook dat is voelbaar in de zorg. Angst en onduidelijkheid brengen onrust. Transparantie verheldert wat troebel is geworden.
Hoog en laag, ver weg en dichtbij
Op de werkvloer leeft intussen soms een gevoel dat de dagtaak niet meer draaglijk is en dat het beleid geen voeling heeft met de werkdruk. In die beleving verandert er niets aan de werkomstandigheden, en wijt men dat aan onwetendheid of onwil. Er kunnen ook ethische spanningen groeien: de aanpak van een medisch probleem, de bejegening van een patiënt of naaste, noem maar op. Een grote hiërarchie versterkt de afstand tussen beleid en werkveld. Bij momenten voelt men zich niet gehoord, niet beluisterd, niet gekend - een nietig pionnetje op een gigantisch bord. Er ontstaat een discrepantie tussen de zorgverlener en de zorginstelling: 'ik' en 'zij'.
Wie negatief denkt, wordt bevestigd in die negativiteit. Spanning voedt zichzelf wanneer ze niet wordt uitgesproken en wanneer het negatieve niet wordt omgebogen. De werkdruk ligt in de zorg inderdaad heel hoog, maar de spanning binnenin kan buiten proporties uitgroeien doordat men zich niet gehoord voelt. Dan is de kans groter dat de radertjes in je hoofd na de shift niet kunnen stilvallen en al meteen weer volop kletteren en rammelen bij de eerste taak van de nieuwe werkdag.
Lang genoeg stilgezwegen, verwordt kwaadheid tot gelatenheid. Er kruipt dan een groeiende gewaarwording van zinloosheid in het dagelijks werk. De negativiteit aan het eind van een dag blijft in de vrije tijd verder borrelen tot de volgende shift. Dat is bijzonder jammer en het hoeft niet zo te zijn. Het kan anders. Dit is een overtuiging die meer en meer in zorginstellingen wordt gedragen in hun beleid.
Beleid van nabijheid
Het is en blijft een grote uitdaging voor zorginstellingen om dicht bij de werkvloer te blijven en de werknemers actief te betrekken in het bedrijf. Medewerkers die zich betrokken weten en die fier zijn op hun zorginstelling, daar heeft iedereen baat bij.
Een zorginstelling is een samenwerking van mensen met gaven en gebreken. Hiërarchie hoeft geen onoverbrugbare afstand te creëren. Communicatie gebeurt bij voorkeur zoveel mogelijk van mens tot mens, niet van leidinggevende tot ondergeschikte. Dat veronderstelt wel goede wil van iedereen uiteraard. En respect voor het grotere geheel.
Communiceren
Inspraak en welbevinden zijn heel belangrijke werksleutels. De kennis en ervaring van de medewerkers vormt een grote bron van informatie en een meerwaarde voor een bedrijf. Hun expertise draagt bij aan een beter geheel. Wie aangesproken wordt op eigen kennis en ervaring, voelt zich effectief betrokken en geapprecieerd. Inspraak betekent uiteraard niet dat ieder goed idee of iedere ergernis, hoe terecht ook, kan worden aangepakt. In een open gesprek kan de leiding wel duiden waarom dat helaas niet gaat.
Wrevel heeft meer kans wanneer er te weinig tijd genomen is om een beslissing uit te leggen. Kritiek op een besluit hoeft niet persoonlijk te zijn. Voor een aantal problemen in de zorg bestaat er trouwens geen directe oplossing, helaas. Ruimte maken voor overleg en gesprek is wel altijd een mogelijkheid. Het beluisteren van de ander is een belangrijke meerwaarde, net als het onder woorden brengen dat de inzet van de zorgverlener en de bezorgdheid om goede zorg te willen bieden, echt wordt geapprecieerd. We hebben allemaal baat bij een positieve boodschap van tijd tot tijd. We hebben onze zorgverleners hard nodig in de zorg en in onze samenleving: dat mag klinken in een overleg of gesprek.
Het wegwuiven of minimaliseren van grieven wekt enkel weerstand en nog meer wrevel op. Het bevestigen dat de zorgverlener het lastig heeft, is een zinvolle toegang tot een inhoudelijk gesprek. Een leidinggevende màg erkennen dat het een hele uitdaging is om alles gedaan te krijgen op de werkvloer. Het is vooral belangrijk dat een werknemer zich veilig voelt binnen het beleid en dat de openheid er altijd is om te ventileren.
Waarderen
Wanneer een zorginstelling werk maakt van het waarderen van alle medewerkers en daar actief en welgemeend in investeert, maakt het een groot verschil voor de mensen die elke dag het beste van zichzelf geven. Die waardering is terecht: het is bewonderenswaardig hoe mensen zich inzetten voor professionele, kwaliteitsvolle en mensnabije zorg. Jij bént een meerwaarde in de zorg door wie je bent en wat je doet.
Een instelling kan peilen naar het welbevinden van hun medewerkers en zo pijnpunten oplijsten en tegelijk op zoek gaan naar een aanvullend aanbod, uit waardering voor de medewerkers. Een instelling kan peilen naar het welbevinden van hun medewerkers. Het algemeen welzijn van de medewerkers kan een boost krijgen door initiatieven waarin ze ruimte krijgen voor hun talenten buiten het zorg verlenen: sport, cultuur, amusement, noem maar op. Algemene initiatieven zijn belangrijk, maar er is meer.
Een beleid van waardering begint op de werkvloer, in het dagdagelijkse, en vooral wanneer het eens sputtert. Nee, zorgverleners hoeven niet elke dag door een fanfare, vergezeld van slingers en serpentines onthaald te worden. Waardering komt uit het hart. Het uit zich niet zozeer in grootse gebaren maar vooral in de manier van omgaan met elkaar, wanneer alles zijn gang gaat én wanneer het moeilijk loopt. Empathie en aanmoedigend 'coachen' zijn belangrijke competenties voor betrokken leidinggevenden, net als een gevoeligheid voor signalen van frustratie. Anticiperen werkt immers veel doeltreffender dan problemen oplossen.
Je merkt het meteen wanneer je echt gewaardeerd wordt door een verantwoordelijke en door de zorginstelling. Daar wordt de zorg warmer en nabijer, en dat kan perfect binnen de hiërarchie van een groot bedrijf.
Voorbeelden
Er zijn heel wat concrete initiatieven die het werken in de zorg verder kunnen ondersteunen. Moreel beraad bijvoorbeeld, om morele knopen samen te ontwarren en inhoudelijk tot een gedragen consensus te komen. Of intervisie, waar casussen besproken kunnen worden om zich verder te verfijnen in professioneel handelen. In vormingen kunnen werkmiddelen aangeboden worden om zelfbewust en veerkrachtig in je job te staan. Een aanspreekpunt voor het veilig melden van noden en vragen kan ook een meerwaarde betekenen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Er is nog veel onontgonnen terrein!
In de zorg wordt niet enkel voor patiënten gezorgd. Zorginstellingen kunnen in hun zorg voor hun personeel een ombuiging verwezenlijken van gelatenheid en frustratie naar betrokken participatie. Dat inzicht wordt in onze tijden omarmd, en het is het begin van een nieuwe bejegening van medewerkers. Hiermee is de kentering echter niet gerealiseerd. Verre van zelfs! Er is nog een belangrijke inbreng nodig. Die wordt in de derde en laatste bijdrage uitgewerkt...