zondag 31 mei 2026

Denken met Sartre (3): Mogelijkheden en tekorten

Hoe kan het leven zinvol zijn? Eigenlijk is dat de vraag die Jean-Paul Sartre zich stelt wanneer hij zijn visie uitwerkt. Hoe kan een mens zelfstandig bestaan, zonder betutteling en zonder onderdrukking van bovenaf en van naast zich? En daarbij denkt Sartre heel ruim: overheden, religies, denksystemen, maar ook medemensen. Mensen mogen zich identificeren met idealen maar moeten toch telkens weer zelf bewust hun eigen keuzes maken. Alleen dan beschikt een mens over de vrijheid om te kiezen voor een zinvol bestaan. De wonden van de Tweede Wereldoorlog zijn nog vers wanneer Sartre bekendheid verwerft.

Welke ethiek?

Sartre ziet de vrijheid als een kans om je verantwoordelijkheid te nemen. Maar hoe bepaal je daarbij wat goede uitgangspunten zijn? Wat bepaalt er of iets goed is of niet? Sartre biedt geen kant-en-klaar ethisch systeem aan. Je bent volgens hem de schepper van je eigen waarden en die waarden pas je toe, of je pas ze aan, naargelang de situatie. 

Dat betekent helemaal niet dat de juiste ethische keuzes uit losse ideetjes en spontane gevoelens voortkomen. We worden uitgedaagd om een beeld te vormen van hoe de mens en de wereld zouden moeten zijn. Dat bepaalt je ethische visie, daarop baseer je je waarden en je beslissingen. Ze houden verband met jouw levensvisie, je mensvisie, je wereldvisie. Je verantwoordelijkheid staat dus gelijk aan een engagement voor de hele mensheid. 

Concreet

De klassieke filosofische denksystemen werken volgens Sartre niet om in heel concrete situaties een beslissing te nemen. Hij neemt ons mee naar bezet Frankrijk tijdens de oorlog. Wat moet een student doen: bij zijn oude, zieke moeder blijven, die niet in staat is om voor zichzelf te zorgen, of toch zijn vrienden vergezellen om vanuit Engeland actief te werken in het verzet tegen de onderdrukker? Wat is er belangrijker: zijn moeder, of deel hebben in het vrije Frankrijk samen met zijn makkers? Hoe weeg je zoiets af? 

In de christelijke ethiek zal hij gevangen blijven tussen de liefde voor zijn moeder, zijn kameraden en het vaderland. De grote ethische filosoof Emmanuel Kant stelt dat je anderen als doel moet zien van het goede, en nooit tot middel mag herleiden. Welnu, als hij voor zijn moeder kiest, dan laat hij zijn vrienden en vaderland in de steek. Dan zijn zij geen doel meer. Wanneer een ethiek te abstract is, helpt ze niet om in de realiteit een beslissing te nemen. Kiezen voor het goede zal dus telkens een heel persoonlijke denkoefening zijn, zo concludeert Sartre.

Jezelf

Waarom verzet Sartre zich zo fel tegen autoriteiten en denksystemen? Wel, binnen de gevestigde orde van opgelegde regels en gehoorzaamheid zonder weerwoord is het fascisme groot geworden. En steunend op gevestigde denksystemen hebben sommigen gecollaboreerd en hebben anderen de andere kant op gekeken, alsof er niets aan de hand was. Gezamenlijke gehoorzaamheid draagt een diep gevaar in zich. En ook in onze tijden zijn er meer dan genoeg pijnlijke voorbeelden van volgzaamheid tot in het absurde, helaas. Heel subtiel komen opinies op ons af, onopgemerkt. We zijn veel meer beïnvloedbaar dan we zouden denken. En machtssystemen werken heel subtiel.

Daarom moet je voor jezelf kunnen verantwoorden waarom je een bepaalde keuze maakt. Naargelang de concrete situatie kan die keuze zelfs heel anders uitvallen. Je kunt niet zomaar terugvallen op een definitief vaststaand en onveranderlijk systeem: op ‘dogma’s’, zeg maar. En je kunt ook niet schuilen achter uitvluchten voor jezelf. Je keuzes zijn namelijk jouw keuzes. Ze zijn niet de uitvoering van orders van iemand anders of van een hogere autoriteit. Nee, je moet zelf de argumenten bijeenbrengen en kritisch overwegen. 

Hier in het bijzonder komt de zwaarte van de verantwoordelijkheid op de voorgrond. In die zin is Sartre een voorloper van het postmodernisme: dat is de naam die de filosofie geeft aan de tijd waarin we nu leven. We zijn voorbij het modernisme: er zijn geen grote verhalen meer, geen systemen die universeel de absolute waarheid kunnen opeisen. Iedereen moet eigen keuzes maken en een eigen waardenpatroon bepalen. 

Die andere beperking

Ons leven is volgens Sartre met de vrijheid verbonden. De ander kan die vrijheid beknotten. Maar de vrijheid kent nog een andere, veel grotere vijand: de dood. Sartre ziet in het sterven geen zinvolle afsluiting van het leven, maar juist een absurde gebeurtenis, een inbreuk van buitenaf die onze vrijheid abrupt beëindigt. Met de dood stoppen meteen het zelfbewustzijn en de keuzevrijheid. 

Sartre houdt de dood ver buiten zijn levensvisie. Het is een gegevenheid: een brutale realiteit waar je geen enkele controle over hebt, net als je geboorte trouwens. Je kiest niet om geboren te worden en ook voor je eindigheid heb je niet gekozen. 

Samen leven?

Kunnen we ons een samenleving voorstellen in het denken van Sartre? De sterke nadruk op persoonlijke keuzes maakt het moeilijk om een samenleving op te bouwen. Er zijn veel meningen en de één wil de ander overtuigen van zijn of haar gelijk. Onze huidige samenleving toont hoe moeilijk het is wanneer iedereen een mening voorop wil stellen. Er ontstaat een mengelmoes van meningen en een heel persoonlijke polemiek.  Discussies worden heel persoonlijk en heftig.

Een belangrijke bedenking bij de kracht van de vrije wil die Sartre zo hoog in het vaandel draagt, ligt in de zwakte die zo kenmerkend is voor een mens. Met ijzeren wil kunnen we trachten om ons leven zin en betekenis te geven, maar niet iedereen heeft even gunstige kaarten in de hand, bij wijze van spreken. Het leven legt ons beperkingen op: niet iedereen heeft een zelfzeker karakter om tegen alles op te boksen. Ook armoede, ziekte en andere tegenslagen bepalen onze mogelijkheden. Sartre hamert op moedig en strijdvaardig denken en handelen, maar is alles zo maakbaar en veranderbaar? Mensen vertrekken alleszins vanuit ongelijke kansen. En uiteindelijk komt Sartre zelf uit een welstellend milieu en kan hij terugvallen op een veilige academische omgeving. 

De radicale Sartre

In dit drieluik is eigenlijk enkel de vroege filosoof in beeld gebracht en dat is heel bewust gekozen. Sartre werd later in zijn leven een doorgedreven activist voor het marxisme. Daarin prees hij de gelijkwaardigheid en het gezamenlijk engagement voor de samenleving. Helaas is dat beeld erg onvolledig gebleken. Het marxisme was in het Parijs van de jaren '50 en '60 bijzonder populair. Daarlangs zette men zich af tegen het duffe beleid, dat bepaalde wat er gelezen mocht worden, wat er op het journaal mocht komen, wat geweten mocht worden, en vooral wat niet. Men zag in het marxisme, dat gaandeweg werd uitgebouwd in het communisme, een bevrijding: de macht wordt teruggegeven aan de gewone mensen. Of men zich dan echt verdiept heeft in de ijzingwekkende machtsstructuren van de Sovjetunie bijvoorbeeld, is eigenlijk een overbodige vraag. Kwam die informatie tot in het Westen? Kreeg Sartre er iets van te zien in zijn buitenlandse reizen? Eigenlijk was dat marxisme inhoudelijk niet zo belangrijk, het was eerder de naam voor een non-conformistische stellingname. Niemand kan het marxisme van Sartre echt duidelijk omschrijven.

Tijdens de studentenprotesten van 1968 werd Sartre plots een held. Zelf stond hij aanvankelijk eerder kritisch tegenover die protesten, maar hij ging toch mee in de culturele stroom van verandering en bevrijding. Er werd plots gefilosofeerd op straat! Zijn oproep tot radicaal activisme en revolutie doet nu de wenkbrauwen fronsen, maar paste toen perfect in dat tijdsscharnier, waar zowel het kapitalisme en het communisme nog volop in de bouwstellingen stonden. Wij kijken daar heel anders tegenaan. 

Die politieke gelaagdheid werd dus niet meegenomen in de filosofische bespreking van Sartre hier. Dat is eerder een tijdsdocument, in tegenstelling tot zijn existentialistische visie. Sartre pleit in zijn latere denken voor een fundamentele omwenteling. Die is er niet gekomen. Er is wel een trage machine op gang gezet: de ontvoogding van de mens uit de klassieke structuren en gewoonten. Maar kunnen de mensen de chaos door de talloze keuzemogelijkheden wel aan? En is de commercie niet met ons aan de haal gegaan als vervangmiddel sindsdien? Hebben we de moeite gedaan om ons echt te bevrijden?

Grootste verdienste

De vrijheid is essentieel voor Sartre. Maar de gevolgen van die vrijheid moeten we dan ook kunnen dragen. Sartre zoekt ten diepste in een veranderende samenleving naar een manier om een authentiek mens te kunnen zijn. Zwijgzaam en volgzaam zijn, dat is alleszins geen goede houding. We mogen onze identiteit niet zomaar laten bepalen door instituten en structuren. Dat heeft de geschiedenis geleerd. Trap niet in goedkope praatjes van roeptoeters die beweren dat ze alle problemen zomaar zullen oplossen, schreeuwers die zogezegde schuldigen van alle problemen aanwijzen. Op dergelijke lege woorden worden dictaturen gebouwd. 

Wieg jezelf niet in slaap. Blijf nadenken over wat je doet en welke keuzes je maakt. En weet dat niet iedereen de beste bedoelingen heeft. Mensen kunnen gemeen zijn voor mekaar, helaas. Vestig dus je vertrouwen op de mensen die het verdienen. Wanneer je kiest voor een visie, dan moet dat een bewuste, eigen keuze zijn. 

De bevrijding van mei 1968 in Parijs heeft het Westen losgemaakt uit de klassieke structuren. We zijn mondiger geworden, we kiezen zelfbewuster. Maar eigenlijk is er nog veel werk om de vrijheid die Sartre voor ogen heeft ten volle te beleven. Je moet er namelijk niet naar streven om iets te worden, maar om iemand te zijn.

Sartre heeft het existentialisme sterk beïnvloed. Voorheen was het eerder een denkstroming van wanhoop en negativiteit, van angst voor de zinloosheid. Sartre buigt dat denken om naar iets constructiefs: een maakbaarheid. Wat je kiest, dat word je. En dat is een sterke gedachte. Met de bemerking in de kantlijn dat we niet altijd even sterk en zelfverzekerd zijn uiteraard... 

Dat is Sartre in een notendop. Boeiend, toch?

dinsdag 19 mei 2026

Denken met Sartre (2): De bedreiging die de ander is

Sartre gelooft in de maakbaarheid van de wereld en de taak van elk individu hierin. De samenleving, die vormen we zelf. Het is niet iets dat boven ons gebeurt of het hoort toch alleszins niet zo te zijn. De mensen om ons heen kunnen ons leven knap lastig maken. Daarvan moeten we ons bewust zijn. Toch is Sartre geen pessimist, al wordt het hem vaak verweten. Hij is een existentialist: de filosoof staat midden in de realiteit, kijkt realistisch om zich heen en ziet de gebreken, maar ook de mogelijkheden. En die maken we zelf waar.

Laten we nog even terugkeren naar de angst en onzekerheid van het ‘niet-zijn’ in ons leven. We zijn algauw geneigd om ons achter rollen te verschuilen. Dan zijn we ‘iets’, terwijl we in de verkeerde veronderstelling verkeren dat we op die manier ‘iemand’ zijn. Iemand anders. Dat klopt volgens Sartre helemaal niet.

Rollenspel

Denk aan een ober die overdreven zijn best doet om als de perfecte ober over te komen. Hij loopt iets te stijf, begroet je een tikje te vriendelijk, balanceert zijn dienblad ostentatief en met grote precisie, en geeft de bestelling professioneel door aan de bar, zoals de Parijse obers dat doen: ‘Eén koffie, één’. Hij doet zodanig zijn best om op te gaan in zijn rol dat hij verzaakt aan zijn eigenlijke taak: zichzelf zijn. Zichzelf, en niet de verpersoonlijking van een cliché.

Uiteindelijk blijft hij toch de man met een wat laag zelfbeeld en nood aan bevestiging, omdat men hem vroeger thuis en op school heeft gezegd dat hij niets zou bereiken in zijn leven. ’s Morgens maakt hij automatisch en plichtsbewust de keuze om zijn keurig oberspak aan te trekken en naar het werk te gaan. Iets beters zal hij toch nooit vinden, zo houdt hij zichzelf voor. 

Vrijheid als bestaanskern

Mensen houden zichzelf al te vaak voor dat ze niets kunnen veranderen, volgens Sartre. Laat ons deze gedachte even opentrekken. Kan je beweren dat je de baan die je verafschuwt absoluut moet houden om de rekeningen te kunnen betalen? Of is dat een dramatische overdrijving om te verdoezelen dat je de verandering eigenlijk niet aandurft? Kan je beweren dat je lichtgeraakt hebt gereageerd op iemand omdat je nu eenmaal zo bent? Of is het een excuus om niet aan jezelf te moeten werken? Kan je ongeïnteresseerd blijven volhouden dat politiek allemaal onzin is en klagend afzijdig blijven? Of is dat een gemakkelijke uitvlucht om de inspanning niet te moeten leveren om je te verdiepen in de verschillende standpunten en een keuze te maken? 

Mensen vluchten gemakshalve in een onechte wereld van rollen en standaardantwoorden en uitvluchten. Een andere belangrijke vluchtweg uit de realiteit is de amusementsindustrie. De indruk van een zorgeloze oase zorgt dat de terugkomst in de realiteit nog harder aankomt en men terug wil naar de frivole fantasiewereld. Wegkijken van de realiteit doet haar echter niet verdwijnen. Beseffen we dat voldoende?  

Gezag versus vrijheid

Voor Sartre is keuzevrijheid, en de verantwoordelijkheid die daarbij hoort, enorm belangrijk in ons bestaan. Het is de kern ervan zelfs. Laten we niet vergeten dat Sartre zijn denken ontwikkelt vanaf de duistere dagen van de Tweede Wereldoorlog, waar vrijheid bijzonder breekbaar waren geworden en begrippen als gehoorzaamheid en plicht hard doorwogen. Sartre durft daarom te stellen dat zelfs in de grootste onderdrukking de mens nog steeds over fundamentele vrijheden beschikt en die nooit mogen ontkennen voor zichzelf. 

Tussen de scherven en brokstukken van de oorlog leert Sartre ook dat elke vorm van gezag een mogelijke onderdrukking inhoudt. Zijn argwaan is groot ten aanzien van gezag. Wanneer een gezag of overheid je vrijheid beknot en je denken overneemt, dan ben je onderdrukt. Daar gaat Sartre ver in. Hij is een kind van zijn tijd, in de aanloop naar de culturele revolutie van mei '68.

De ander en ik

Er is daarnaast nog een ontkenning van je vrijheid van heel andere aard en die situeert zich bij de ander. Hoewel je voor jezelf een subject bent (iemand), ben je voor de ander als het erop aan komt een object (iets). De blik (le regard) van de ander maakt je tot een object van hem of haar.

Het is iets dat we vaak doen: de ander categoriseren als belangrijk of onbelangrijk. Sartre legt dit uit langs een heel herkenbaar voorbeeld. Hij heeft afgesproken met zijn vriend Pierre in een café. Op het afgesproken uur komt hij het café binnen en bekijkt hij alle aanwezigen, op zoek naar zijn vriend Pierre. Op basis van de vraag: ‘Ben jij Pierre?’, zal hij hen één voor één ‘vernietsen’ (néantiser) tot niet-Pierre en dus niet-belangrijk. Ze worden een object in zijn ogen: ze worden tot ‘niets’ herleid. 

De blik

Nog een illustratie. Je kijkt nieuwsgierig door een sleutelgat en je gaat volledig op in wat je ziet. Je bent je zelfs niet bewust van iets anders dan wat je ziet gebeuren in die ruimte. Plots hoor je naderende voetstappen en vol schaamte besef je dat iemand jou ziet. Jij wordt nu in de blik van die ander een gluurder. Jouw identiteit wordt herleid tot een label dat op jou wordt gekleefd. De hamvraag luidt nu: hoe zwaar laat jij dat label voor jezelf doorwegen? In welke mate laat je toe dat het label bepaalt wie jij bent? Denk maar aan de ober van daarnet, die de negatieve boodschappen heeft overgenomen en nu op zichzelf toepast.

Volgens Sartre is samen zijn met anderen vaak een strijd: óf jij objectiveert de ander en bewaart je eigen vrijheid, óf de ander objectiveert jou. Labels kunnen zwaar wegen. Daarom zegt Sartre ook gevat: ‘De hel, dat zijn de anderen.’ (‘L’enfer, c’est les autres.’) De ander kan jou in zijn of haar vrijheid bestempelen als ‘lui’ of ‘eigenwijs’ of ‘dom’. Je kunt een ongeleid projectiel genoemd worden, of maatschappelijk onaangepast‘een leugenaar of een naïevelingJe herkent zelf vast ook dergelijke onaangename ervaringen. De ander kan je eenzaam doen voelen, omdat hij of zij je niet respecteert of accepteert.

Dergelijke labels en oordelen kunnen gigantische proporties aannemen: zo is de holocaust kunnen geschieden.  De Jodenster was letterlijk een label waarmee de één het leven van de ander tot een hel kon maken. En net zo worden ook nu bevolkingsgroepen gediscrimineerd omwille van hun huidskleur, afkomst, geloofsovertuiging, seksuele voorkeur, politieke overtuiging, noem maar op. Je kan zelf niets veranderen aan het oordeel dat je wordt opgekleefd. Dat is wat mensen mekaar kunnen aandoen - onwetend en volgzaam, of juist wreed en zelfvoldaan.

Ermee omgaan

Je kunt niets doen aan de labels die je worden toegekend. Het gebeurt, jij bent slechts het object. Je kan je wel losmaken uit de rol van object van de ander. Sartre somt vier mogelijke reacties op. Met de tegenblik kan je de ander tot object maken, en een koekje van eigen deeg geven. Je gaat in de tegenaanval, je gaat de confrontatie aan. Een andere mogelijkheid is om langs verleiding het oordeel van de ander trachten te veranderen en om te buigen naar iets positiefs.

Een derde reactie ligt in authenticiteit. Nee, je niet kunt voorkomen dat anderen je herleiden tot een label, maar je hoeft jezelf daarom dat label niet op te leggen. Je kunt erkennen dat er labels van anderen over jou bestaan in hun wereld, maar jij behoudt altijd de vrijheid om daar bovenuit te stijgen en je bestaan zelf te bepalen.

Een vierde mogelijkheid is wederzijdse erkenning. Hoewel Sartre hier zelf aanvankelijk sceptisch tegenover stond, zou hij de suggestie van zijn partner Simone de Beauvoir gaandeweg aannemen dat we door ‘ethische vrijheid’ elkaars vrijheid kunnen respecteren en ondersteunen in plaats van te bevechten vanuit het eigen gelijk of principes of regels. Dat betekent dat je de ander niet belemmert maar juist aanmoedigt.

Deze tweede bijdrage heeft de filosofische visie van Jean-Paul Sartre verder in beeld gebracht. De laatste bijdrage in het drieluik zal nog twee thema's aan bod brengen: ethiek en de eindigheid. Daarna volgen enkele bedenkingen en tekortkomingen.

donderdag 14 mei 2026

Denken met Sartre (1): Die verschrikkelijke vrijheid

Sta me toe je mee te nemen in de boeiende denkwereld van Jean-Paul Sartre (1905-1980). Hij is een Franse filosoof, meer bepaald een existentialist. Dat betekent dat zijn visie vertrekt uit ons concrete bestaan, en niet vanuit grote, overstijgende structuren en denkkaders. Sartre staat midden in de werkelijkheid, kijkt om zich heen en wijst de pijnpunten aan van ons bestaan. Die wereld is intussen weer wat geëvolueerd in technologie en in omgangsvormen, maar de pijnpunten, die blijven precies dezelfde. Een goede reden voor een existentieel drieluik rond Sartre, niet hoogdravend, maar vlot leesbaar. Denk je even mee? Dat is namelijk de bedoeling: dat je mee op weg gaat en meepikt wat jou zinvol en betekenisvol lijkt. Misschien kan deze verrassende kijk op het bestaan je inspireren.

Zoals wij als mensen in ons bestaan en in de wereld staan: dat is de basis van Sartres denken. ‘De existentie gaat de essentie vooraf’: eerst nadenken over wie en hoe we zijn, dan pas redeneren en conclusies trekken over het bestaan zelf.

Concreet

Daarmee zet Sartre zich af tegen een eeuwenlange traditie van filosofen die het bestaan verklaren vanuit beginselen, in schema’s en structuren. Even in snelle vaart, om een idee te geven: de vroege Griekse denkers zoeken het oerbeginsel in natuurelementen: Thales van Milete (ca 624-545vC) ziet het beginsel van alles wat bestaat in water, Anaximenes (ca 585-526vC) in lucht en Herakleitos (ca 540-480vC) in vuur. Pythagoras (ca 570-500vC) daarentegen ziet een wiskundige harmonie als basis van het bestaan en Anaximander (ca 610-546vC) een niet te benoemen onbegrensdheid. 

Bij Plato (ca 427-347vC) is het beginsel de Ideeënwereld, een volmaakte werkelijkheid los van onze wereld, waar het zuivere en volmaakte bestaat. Bij Aristoteles (384-322vC) gaat het bestaan over het doel dat bezit neemt van de materie, ook van ons lichaam dus. 

De Romeinse denker Plotinus (ca 204-270) vertrekt vanuit ‘het Ene’, een goddelijk beginsel van goedheid. Christelijke filosofen, zoals Augustinus (354-430) en Thomas van Aquino (ca1225-1274), vertrekken vanuit God en de schepping. Voor de rationalist Feuerbach (1804-1872) begint alles bij de rede, bij het menselijk verstand. Vanuit een beginsel wordt geanalyseerd waarom we leven en hoe we dat moeten doen.

Keuzestress

Deens filosoof ren Kierkegaard (1813-1855) zet zich als eerste af tegen deze denkmethode. We mogen hem de eerste existentialist noemen, al heeft hij dat zelf nooit gedaan. Er is geen algemene waarheid, er zijn alleen maar concrete beslissingen in een concrete situatie. In ons eigen bestaan ervaren we angst omdat we moeilijke keuzes moeten maken. Keuzes zijn altijd een sprong in het donker.

Jean-Paul Sartre volgt hem daarin: alles komt neer op persoonlijke keuzes. Waar Kierkegaard uiteindelijk het begin van alles bij God legt, en ook het doel van ons bestaan, doet Sartre dat niet. Ons leven vertrekt volgens Sartre vanuit een leeg canvas. Dat klinkt op zich best uitnodigend, maar juist omdat het op werkelijk alles in ons bestaan betrekking heeft, zijn de gevolgen van dit uitgangspunt groot.

Zelfbewust

Wanneer Sartre naar de werkelijkheid kijkt, dan bemerkt hij een fundamenteel onderscheid tussen ‘mensen’ (subjecten) en ‘de dingen’ (objecten). Daarin volgt hij Martin Heidegger (1889-1976). Een mens verschilt duidelijk van een steen. Een steen is niets meer of minder dan een steen. Een steen vraagt zich niet af waarom hij een steen is, verlangt niet om een betere steen te worden en is niet jaloers op andere stenen. Dat komt omdat een steen geen zelfbewustzijn heeft.

Hier begint het eigen denken van Sartre. Een steen is een ding op-zichzelf (en-soi): het is onveranderlijk, het kent zichzelf niet en het hoopt en wenst niets. Bij ons, mensen, zit dat anders. Mensen hebben wel dit zelfbewustzijn en zijn daardoor niet op-zichzelf, maar voor-zichzelf (pour-soi). Hun bestaan bepalen ze voor zichzelf. Dat doen ze vanuit een fundamentele en onbegrensde vrijheid. Mensen zijn altijd vrij om keuzes te maken, om voor iets te kiezen en dus tegen iets anders.

Niet-zijn dus

Dat zorgt ervoor dat een mens niet vaststaat, maar altijd voorlopig is, onderweg. De keuzes die gemaakt worden, veranderen je als mens. Dit kan avontuurlijk en uitnodigend klinken, maar uiteindelijk is het ‘zijn’ van de mens altijd slechts een ‘worden’, een ‘nog-niet-zijn’: onvolledig en onduidelijk. 

Op het scherp van de snede is het uiteindelijk dus een ‘niet-zijn’, concludeert Sartre. Zijn is namelijk stabiel, standvastig, volwaardig. De voortdurende gewaarwording van onzekerheid en onvolledigheid, van twijfel en verlangen maakt de mens onrustig en angstig.

Gegevenheden

In die angst kan men opwerpen: ‘Maar we hebben in ons leven toch te maken met zaken die ons gegeven zijn en die ons bepalen? Opvoeding, gezag en cultuur bijvoorbeeld. Deze zaken kunnen inderdaad een belemmering lijken voor onze volledige keuzevrijheid. Ze zijn ‘gegevenheden’ (facticité) waar we op zich vaak niets aan kunnen veranderen. 

Dat klopt inderdaad, volgens Sartre, maar het neemt niets weg van onze vrijheid. Onze grenzeloze vrijheid ligt in hoe we met die gegevenheden omgaan: je kunt je schikken naar een situatie of je ertegen verzetten. En er zijn oneindig veel manieren om je te verzetten. Hier voelen we iets van de rebel die Sartre is.

Veroordeeld

Er is overigens wel een keerzijde aan die vrijheid, en eentje met een zwaar gewicht volgens Sartre, namelijk: verantwoordelijkheid. Een mens is verantwoordelijk voor al zijn eigen keuzes én voor de gevolgen van de zelf gemaakte keuzes. Je kunt de verantwoordelijkheid voor je keuzes op niets of niemand afschuiven. Precies daarom kan de vrijheid aanvoelen als enorm beangstigend. 

Sterker nog: Sartre beweert dat we veroordeeld zijn tot de vrijheid. (‘L'homme est condamné à être libre.’) We hebben niet gekozen om geboren te worden, maar eenmaal in deze wereld geworpen, dragen we wel alle verantwoordelijkheid voor wat we doen en laten. De vrijheid als een last dus.

Ontlopen

We hebben dan ook soms de neiging om onze vrijheid (en verantwoordelijkheid) te ontlopen. Zelfbedrog (mauvaise foi) noemt Sartre dit. We liegen ons voor dat we niet in de mogelijkheid zijn om te kiezen en ontkennen onze eigen absolute vrijheid en verantwoordelijkheid. We geven de schuld aan omstandigheden of gehoorzaamheid of gewoonten of denksystemen en gaan een rol aannemen. Met die rol willen we onszelf herleiden tot een object, een ding-voor-zichzelf, zoals een steen. ‘Ik kan er niets aan doen, het is nu eenmaal zo.’ Het ontkennen van onze fundamentele vrijheid en het ontlopen van onze verantwoordelijkheid is niets meer en niets minder dan onszelf beliegen, onszelf voor de gek houden.

Het is iets wat we vaak doen uit angst of ongemak: ons mens-zijn ontkennen en een schuilplaats zoeken in valse zekerheden. De eigen verantwoordelijkheid wordt met veel argumenten weggeschoven. En desnoods wordt er een zondebok gezocht. De rijken, de vreemdelingen, de linksen of de rechtsen, noem maar op. Maar zelf treft men geen schuld. Dat is van op de zijlijn roepen en zelf je verantwoordelijkheid ontlopen volgens Sartre. Hij heeft daar wellicht een punt. 

Toen en nu

Op zich klinkt dit allemaal redelijk radicaal. Belangrijk is om te begrijpen waarom Sartre de werkelijkheid zo ziet. Het begin van de twintigste eeuw is besmeurd door twee vreselijke oorlogen. Er worden orders en bevelen opgevolgd, een hele bevolkingsgroep wordt systematisch uitgeroeid en ondertussen worden de mensen uitgebuit door fabrieksbazen en onrechtvaardige leiders. Het moet anders. Verandering begint bij jezelf. Sartre wil de mensen losrukken uit een ongezonde volgzaamheid en gehoorzaamheid. 

Ook vandaag hebben we soms het gevoel dat we geleefd worden. En het rommelt op wereldvlak. We worden verteld dat we van alles moeten kopen om mee te zijn en dat we er veel beter uit kunnen zien. We vluchten vaak in onze eigen kleine bubbel van de smartphone bijvoorbeeld, televisie en amusement, of we gaan gedwee mee in het holle geklaag dat het vroeger allemaal beter was. Maar wat dóe je? Waar bouw jij bewust en eigenhandig aan mee? 

Enkele doordenkers.
Hoe ga jij om met je vrijheid? 
Beleef je die heel bewust of is het gewoon een gegeven? 
Is je vrijheid in jouw ervaring zo groot als Sartre ze omschrijft?
Hoe ga jij om met onzekerheid in je bestaan?
Verschuil je je soms achter een schijnreden om niet te moeten beslissen?
Durf je moeilijke beslissingen te nemen, ook als ze je leven overhoop kunnen halen? 
Of vermijd je dat liever?

In het volgende deel gaan we verder in op keuzevrijheid en de invloed die andere mensen daarop hebben.

Aanbevolen bijdragen:

Denken met Sartre (3): Mogelijkheden en tekorten