vrijdag 24 april 2026

Geluk (3): Een kwestie van geven en gegeven zijn

Geluk is een kostbaar goed. Er bestaat geen magische formule voor, net zoals er geen elixer bestaat om eeuwig jong te blijven. Sommige mensen hebben vanzelf voeling met geluk. Voor anderen vraagt het een extra inspanning. Wat kan je doen? Het lijkt vooral een kwestie van streven naar een gezond evenwicht, naar een balans waar je je zelf goed bij voelt en waarvan je aanvoelt dat het goed voor je is. Dat vergt zelfbewustzijn en een portie kritisch zelfinzicht. En inzet. Soms komen er beren op de weg waar je niet tegen opgewassen bent. Dat moet je op de één of andere manier zien te plaatsen. Wat doe je wanneer het bestaan rauw aanvoelt? En wat doe je met de heerlijke momenten? Hoe sta je in het leven?

In deze derde blogtekst over geluk brengen we enkele ideeën en denkpistes samen in een poging om iets zinnigs te zeggen over gelukkig zijn. Er worden zeker geen absolute waarheden geclaimd. Het zijn aanwijzingen en ideeën die je iets willen meegeven.

Tevredenheid: gevoelig zijn voor geluk

Mensen met een gevoeligheid voor tevredenheid hebben meer kans om geluk te vinden, zo blijkt. Wie oog heeft voor het goede en het mooie en het pure in het leven, voor de kleine pareltjes en grote geschenken, die is gevoeliger voor geluk. De spanningsboog tussen streven en leven is hier relevant. Wie te hard inzet op ambitie en op doelstellingen in het leven, dreigt voorbij te gaan aan de eenvoud waarin geluk misschien vooral schuilt. 

Er is uiteraard niets mis met ambitie in het leven. Zelfbewust leven hoeft niet te betekenen dat de schoonheid van het leven ervoor moet wijken. Je kunt zelfs geluk vinden in het bereiken van bepaalde levensdoelen - een gezin of een thuis bijvoorbeeld - op voorwaarde dat je tijd en aandacht schenkt aan het bewust en ongedwongen genieten van wat je bereikt hebt. Dat is geen kwestie van moeten, maar van gevoelig worden ervoor.

Wie blijft haken in een diep gevoel van onvolledigheid, of een uitlaatklep zoekt in zuurheid en een diepgewortelde negativiteit, heeft veel minder kans op geluk. Er zijn gelukkig meer dan genoeg positieve uitlaatkleppen voorhanden: bewegen, hobby's, maar evengoed de stilte opzoeken. De sleutel is hier wellicht bewust aandacht hebben voor dankbaarheid en tevredenheid en die houding ook verankeren in je bestaan.

Eenvoud: open staan voor geluk

Wat dicht tegen tevredenheid aanleunt, is het waarderen van een gezonde eenvoud in je leven. We merken steeds meer dat digitale middelen, zoals een mobiele telefoon, een tablet of computer extra stress in ons leven binnenbrengen: je moet altijd bereikbaar zijn, je moet snel reageren op berichten, je wordt aangespoord om mee te doen. 

Alles wat je triggert tot dwangmatig gedrag, drijft je eigenlijk verder weg van geluk: rijkdom bijvoorbeeld, of te hoge eisen stellen aan jezelf. Ook vluchtmiddelen dragen weinig bij tot geluk: vluchten in werk of in verslavende middelen, of vluchten in waangedachten en droombeelden.

Een gezonde eenvoud bestaat erin dat je onafhankelijk denkt en niet met elke modegril mee hoeft te lopen. Een zorgeloosheid die daarom niet verwaarloost: dat is een tweede grondhouding die je kunt verankeren in je bestaan.

De spanningsboog ligt hier tussen worden en zijn. Is wat je nu hebt in je leven genoeg, of schuilt er voor jou enkel betekenis in wat je wil bereiken? We hechten vaak teveel belang aan materiële idealen, aan hebben en houden. Hier zijn het angst en woede die ons tegenwerken om open te staan voor geluk.

Standvastigheid: ruimte scheppen voor geluk

Vluchten voor jezelf is iets wat misschien vaker gebeurt dan gedacht. Kan je blij zijn met wie je bent? Weet je wie je bent en denk je na over de belangrijke keuzes die je maakt? Standvastigheid is een plek waar geluk kan bloeien. Het vraagt een inspanning: zelfbewust in het leven staan en groeien in zelfkennis. Wie daarbinnen streeft naar continuïteit, naar regelmaat en volharding, binnen de mate van het mogelijke uiteraard, die verwijdert zich van oppervlakkige wanorde. Je moet uiteraard wat gespaard blijven van tegenspoed en tegenslagen.

Je levensbeschouwing is een essentieel fundament in je bestaan. Wanneer je bewust bezig bent met wat er werkelijk toe doet in je leven, dan creëer je een sterke basis waarop je kan steunen. Dan heb je ook minder nood aan bevestiging of sturing van buitenaf. Er komen veel bedenkelijke prikkels op je af, elke dag: reclame, content op sociale media, oppervlakkigheid, vluchtigheid. Trek je bewust op aan wat positief is en bevorderlijk voor wie je bent en wie je wil zijn. Selecteer wat belangrijk is en wat bijkomstig blijkt.

De spanningsboog bevindt zich hier tussen sociale druk en eigenwaarde. Wie erg gevoelig is aan invloeden van anderen en wie sterk op zoek is naar bevestiging, heeft er alle belang bij om te werken aan zichzelf en een gezonde zelfzekerheid op te bouwen. Je levensvisie is daar een opbouwende factor in. Wanneer je vooral zoekt naar euforische geluksmomenten, zal je helaas altijd weer teleurgesteld worden. Het leven als seriële desillusie, een opeenvolging van teleurstellingen, is de ideale voedingsbodem voor cynisme. De sleutel is hier zelfbewust zoeken naar de zin van je leven. 

Veerkracht: gelegenheid scheppen voor geluk

Het leven kan heel ruw en pijnlijk zijn. We beschikken lang niet altijd over een goede voedingsbodem voor geluk. De wijze waarop je omgaat met uitdagingen, veranderingen en tegenslagen, kan een groot verschil maken in de ruimte die ze innemen in je bestaan. Een leven zonder existentiële pijn bestaat niet.

Wanneer je op een wijze manier omgaat met zorgen en verdriet, bestaat de mogelijkheid dat ze minder doorwegen op je welbevinden. Hier blijf ik heel voorzichtig, want er zijn zeker tegenslagen die een enorme impact hebben op je leven, wanneer alle evidenties plots worden gesloopt.

Wel is het zo dat een goed gevoed relativeringsvermogen een groot verschil kan maken voor de kleine zorgen en pijnen. Zelfs bij groot leed kan je veerkracht ervoor zorgen dat je toch verder kan, zij het wellicht moeizaam, zoekend en tastend in het begin. Veerkrachtig zijn betekent niet dat je ondankbaar of onrealistisch bent. Rouwen om een geliefde, of een zware diagnose verwerken, wil niet zeggen dat je je leven helemaal op pauze moet blijven staan voor altijd.

Wie blijft steken in verdriet of in starheid, wie zichzelf vast ankert in het verleden, wie wegkijkt van het heden, die helpt zichzelf zelden vooruit. De spanningsboog ligt in dit domein tussen ideaal en realiteit. De realiteit is wat ze is. Wanneer je je eisen veel te hoog stelt in het leven, kan je zwaar teleurgesteld worden en hakt elke tegenslag er stevig in. Het is een kwestie van te leren omgaan met wat tegenzit. Wellicht is dat een levenslange oefening.

Engagement: delen in geluk

Hoewel het individu doorheen de jongste eeuwen steeds belangrijker is geworden en steeds meer centraal is geplaatst, blijft de mens een sociaal wezen. Wie sociaal vaardig is en constructief bezig is met anderen, kan daar veel positiefs voor terugkrijgen. De ander verrijkt je persoonlijkheid, je denkwereld, je leefwereld. Samen zijn brengt een gedragenheid teweeg. Daar kan geluk ontspruiten. Eenzaamheid, een pijnlijk gevolg van een steeds meer geïndividualiseerde samenleving, staat geluk in de weg. 

De spanningsboog die hier relevant is, is deze tussen jezelf en de wereld. Wie zich afzondert uit angst en wantrouwen voor anderen, genereert een gevoel van onveiligheid. Ook dat laatste is een maatschappelijk fenomeen. Algemeen beschouwd vormt het andere - en concreet: de ander - doorgaans geen bedreiging maar juist een verrijking voor jou als mens. Omring je met prachtige, inspirerende mensen.

Algemeen beschouwd

Laten we deze denkoefening afronden. Wie heel uitdrukkelijk geluk zoekt, heeft minder kans om het te vinden. Geluk laat zich niet dwingen. Het is eerder een existentieel geschenk. Je kunt je positief in het leven enten door goed te doen en bewust te leven. Je kunt je ook constructief opstellen tegenover de eindigheid, die nu eenmaal deel uitmaakt van het leven, en de onvoorspelbaarheid en onbeheersbaarheid. Het doel daarvan is niet direct geluk, maar een aangenaam, opbouwend, evenwichtig bestaan.

Geld en bezit bieden comfort, maar als prioriteit in het leven niet altijd geluk. Op de mallemolen van de sociale en algemene mediacultuur stappen: er is niets verkeerd mee, maar geluk zal het je niet brengen. Dat is immers niet het doel van amusement en drukdoenerij (al wordt die indruk wel gewekt).

Geluk is eerder te vinden in het geven dan in het ontvangen. Het vraagt een investeren, het is een kwestie van doen, zo merken we in de filosofie. En het moet je ook wat meezitten. Al kan je ook geluk vinden in het contrast met verdriet en pijn. 

Uiteindelijk is gelukkig zijn een heel persoonlijk verhaal, gebouwd op hoogst persoonlijke ervaringen en verhalen. Het voorzichtige devies als afsluiter van dit drieluik rond geluk, luidt: 

Maak iets moois van je leven! 

Maak het zinvol!

dinsdag 14 april 2026

Geluk: (2) Instant geluk is een illusie. Een filosofische wandeling.

We maken een filosofische wandeling doorheen de tijd met de focus op geluk en hoe we het als mens kunnen nastreven en vinden. Of eventueel niet vinden, of niet meteen. Hopelijk ervaar je het niet als een al te zware trektocht. Hou voor jezelf in gedachten wat jou spontaan aanspreekt, triggert of uitdaagt, en ga ook na waarom. Deze bijdrage is filosofisch: je mag je dus veel vragen stellen en je laten verrassen. Bij welke filosofen vind je interessante en inspirerende gedachten en overdenkingen terug?

Aristoteles: een grote inspanning

Aristoteles (384-322 voor Christus) ziet overal een doel in. Alles in de kosmos heeft een eigen doel en streeft daarin naar perfectie. Zo bestaat het doel van de mens erin om weloverwogen te handelen en op die manier deugdzaam te leven. Wie de deugen nastreeft, die handelt verstandig, rechtvaardig, moedig en gematigd. Dat zijn de belangrijkste of 'kardinale' deugden. Het zijn begrippen die meer dan twee millennia later eigenlijk nog altijd aanvaardbaar klinken. We weten spontaan dat we niet kunnen rekenen op iemand die alsmaar dwaze dingen doet, en die oneerlijk, laf en onvoorspelbaar is. Daarop kunnen we ook geen samenleving bouwen.

Door aan ons leven een doelgerichtheid te koppelen, krijgt ons leven vanzelf zin, aldus Aristoteles. We verbinden ons eigen, kleine, beperkte bestaan met iets dat groter is dan onszelf, iets dat ons overstijgt. Dat hoeft geen god te zijn. Geluk bereik je bij Aristoteles door deugdzaam te leven, door het goede te doen. We mogen ons niet vergissen hierin: het vergt een grote inspanning om altijd juist te handelen. Geluk, dat is een neveneffect, geen doel op zich. Volgens Aristoteles is geluk niet echt een gevoel, het is eerder een activiteit. Geluk, dat doe je, je bent of je hebt het niet zomaar. Er zit iets in, toch? Wij zien geluk misschien teveel als iets van het eigenste moment, zoals een sprookjesachtig fotomoment.

Diogenes: de eenvoud

Een filosoof die onze ogen misschien verder kan openen, is een tijdsgenoot: Diogenes (404-323 voor Christus). Hoewel hij van rijke komaf was, leefde hij in een ton op de markt van Athene. Zijn enige bezittingen waren een mantel om zich te bedekken, een kom om uit te eten en een nap om uit te drinken, zo wordt beweerd. Toen hij zag hoe een jongeman zijn handen gebruikte als kom om uit te drinken, heeft Diogenes meteen zijn eigen eetgerief ook weggegooid. Hij leefde dus in alle eenvoud: 'als een hond', zo werd neerbuigend gezegd. Hij waste zich niet, deed zijn gevoeg op straat en hij zei wat hij dacht. In die eenvoud vond hij geluk. 

Alexander de Grote had gehoord van deze merkwaardige verschijning en kwam hem opzoeken. De grote koning zei tegen de filosoof: 'Wat wil je graag hebben? Wat je maar wil, je krijgt het.' Diogenes antwoordde: 'Als ik alles kan krijgen, wil je dan een stap opzij doen, want je staat voor de zon.' Zo eenvoudig kan geluk zijn: genieten van de zon, zittend in een ton. Zou het kunnen dat rijkdom en complexe gedachten ons weghouden van geluk? Misschien proberen we te hard om geluk te verankeren in dingen, in spullen.

Tussendoor: geluk hebben of vinden

Meer dan in onze tijden beseffen de oude Griekse filosofen dat geluk niet alleen te maken heeft met je eigen streven en je eigen keuzes. In een tijd waar men gemiddeld 35 jaar werd en veel ziektes onbehandelbaar waren, besefte men terdege dat ook de omstandigheden mee moeten zitten. Je moet wellicht wat geluk hebben om gelukkig te kunnen zijn. Wanneer alles tegenzit, is de afstand die overbrugd moet worden alleszins veel groter.

Alhoewel, ik heb zelf mensen mogen ontmoeten die ondanks een ongeneeslijke ziekte op veel te jonge leeftijd toch vrede vinden in hun situatie, dankbaar terugkijken op hun leven en concluderen dat ze, ondanks de zorgen om wie ze moeten achterlaten, eigenlijk wel gelukkig zijn. Het vergt een grote veerkracht, een bewonderenswaardig incasseringsvermogen, een positieve kijk op het bestaan. Maar het kan dus. Het blijft me verwonderen. 

Heidegger: eindigheid als zingever

Wij gaan uit van de beheersbaarheid van de dingen en steunen op wetenschap en techniek. Toch is onze kennis en vaardigheid ook vandaag enorm begrensd. Dat lijken we ons vooral te realiseren wanneer we daar direct mee geconfronteerd worden. Wanneer het over eindigheid en beperktheid gaat, kijken veel mensen vooral angstvallig de andere kant uit. Daarom lijkt de wereld soms een reusachtig pretpark waarin we verplicht zijn om ons te amuseren. We lijken onszelf ook te verplichten om onszelf tot in de perfectie te realiseren. Cosmetisch mooi en eeuwig jong. De eindigheid misleiden we er niet mee. Ook daar staat de wetenschap, waarop we zo sterk steunen, nog niet ver.

De eindigheid is eigenlijk de enige zekerheid in ons bestaan waar niet mee te onderhandelen valt. Sterker nog: de Duitse filosoof Martin Heidegger (1889-1976) ziet de dood als de horizon die ons leven juist zinvol maakt. In het onsterfelijke leven zou niets nog belangrijk kunnen zijn. Dan is er geen reden meer om iets nu te doen. Niets hoeft nog, je kan het over honderd jaar ook doen. Zonder de dood zou ons bestaan saai en leeg worden. 

Schopenhauer: teveel willen

Als tegenklank maken we even ruimte voor Arthur Schopenhauer (1788-1860), niet meteen de meest vrolijke leerling in de klas. Mensen die geluk najagen, die zullen volgens hem alleen maar teleurgesteld worden. Geluk bestaat niet voor de mens. Die wil zoveel, en dat voortdurende verlangen zorgt ervoor dat we nooit tevreden zijn. Wanneer we iets hebben bereikt, dan willen we alweer iets anders. 

We streven naar dingen zonder ons af te vragen of ze echt belangrijk zijn. Het maakt ons ten diepste onvrij: we worden gevangengehouden door ons  onophoudelijke verlangen en verhopen. Wellicht is het inderdaad een goede houding om af en toe stil te staan, goed om ons heen te kijken en ons af te vragen wat we werkelijk nodig hebben, en na te gaan of we algemeen beschouwd wel goed bezig zijn. Stellen we onszelf realistische doelen? En waarom kiezen we zo doorgedreven voor iets en niet voor andere zaken? Waar liggen onze prioriteiten? Dat zou zeker een sleutel naar gelukkig kunnen zijn. Wie nooit genoeg heeft, is alleszins nooit tevreden, laat staan gelukkig.

Kymlicka: gelukkig kunnen zijn 

De hedendaagse Canadese filosoof Will Kymlicka (°1962) beklemtoont dat je de mogelijkheid moet krijgen om geluk na te kunnen streven. Vrijheid en gelijkwaardigheid zijn daar belangrijke voorwaarden voor. Geluk kan je vinden wanneer je je eigen weg uitzoekt in het leven en niet in allerlei keurslijven wordt geduwd. Dat betekent dat je goede raad kunt geven aan anderen, maar dat iedereen zelf op zoek moet kunnen gaan. Ook in de opvoeding is dat volgens hem essentieel: ouders zouden hun eigen logica en principes niet mogen opdringen, maar het kind opbouwend aanmoedigen in hun eigen zoektocht. Dat houdt ook in dat ze fouten kunnen maken en stommiteiten kunnen begaan. Dat hoort erbij. 

Ook in een samenleving vindt Kymlicka deze vrijheid en gelijkwaardigheid een fundament. We verschillen allemaal van elkaar en streven naar eigen doelen. Er zijn culturele verschillen, levensbeschouwelijke, ook economische. We zijn niet gelijk, geen kopieën van mekaar, maar we zijn wel gelijkwaardig. En de vrijheid van een ander zou nooit beknot mogen worden. Een samenleving die de waarde van een mens bepaalt op basis van leeftijd of geslacht of ras of voorkeur, is een samenleving die geluk inperkt. Wie zijn of haar eigen weg kan en mag zoeken, die kan ook geluk vinden. Twee randbemerking hierbij: niet iedereen is even ondernemend en niet iedereen begint vanuit een even warme en fortuinlijke start in het leven. Het risico bestaat dat geluk hier dus het privilege blijft van de 'happy few' die het geluk hebben dat ze 'het maken' in het leven en bereiken waar ze naar hebben gestreefd.

Tot slot: geen instant geluk

We zijn geluk steeds meer bij onszelf gaan zoeken doorheen de tijd en minder in gedeelde, tijdloze principes. Toch is er ook een sociaal aspect aan onze zoektocht: erkenning, bevestiging, maar ook confrontatie dragen bij tot ons algemeen welzijn, en dus ook tot ons gelukstreven. Het existentiële zoeken krijgt meer ruimte doorheen de tijd: je eigen waarden en normen, je eigen drijfveren en prioriteiten bepalen je weg naar geluk. 

Daar lonkt echter een belangrijk afleidingsmechanisme. Schijngeluk, dat we ervaren in rijkdom, eer, roem, macht of vluchtig genot, kan makkelijk verward worden met het eigenlijke geluk, met de essentie. Het is van alle tijden. Laat je niet bedriegen: geluk komt niet 'instant' en het is ook geen roes. Algemeen merk je doorheen deze filosofische wandeling dat geluk vrij algemeen beschouwd wordt als de vrucht van zoeken en streven, van hopen en bouwen. Het vergt een inspanning en tegelijk ook een bewuste manier van in het leven staan. Misschien is het zelfs niet direct te bereiken, maar is het eerder een cadeau dat je stilaan wordt toegeschoven zonder dat je het fervent hebt nagestreefd.

Tot zover deze filosofische wandeling. Ik heb het behapbaar en beknopt willen houden. Voel je vrij om je te verdiepen in een denker die je aanspreekt. In de derde en laatste bijdrage worden enkele wezenlijke bouwstenen voor geluk bijeengezocht.

maandag 6 april 2026

Geluk: (1) Een geschenk waaraan je moet werken

'Dat heet dan gelukkig zijn: een deur die plots open gaat. Dat heet dan gelukkig zijn, waardoor je weer hopen gaat. Dat maakt je blij...' Ruim vijftig jaar geleden zong Ann Christy deze opgewekte woorden op het Eurovisiesongfestival. Het blijft een monument in het Vlaamse lied. Mary Boduin schreef de tekst eigenlijk voor een reclamespot voor jeansbroeken, in het Engels: 'So could it be happiness: this feeling I get from you...' Helaas, geluk vind je niet zomaar in de jeansbroek van een vermaard merk. Geluk is niet te koop en niet te grijp. Dat is een groot misverstand in onze tijd. 

Nog nooit is geluk zo belangrijk geweest. We zijn vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw meer en meer gelukzoekers geworden. Tegelijk lijken steeds meer mensen zich ongelukkig te voelen. 4 op de 10 Belgen geven aan dat hun mentaal welzijn over het algemeen onvoldoende is. De helft daarvan, bijna 2 op de 10 Belgen, heeft een angststoornis of depressie. Bij jongeren tussen 15 en 24 jaar oud neigt dat cijfer zelfs naar 1 op 4. Er wordt op mentaal en existentieel vlak een toenemend gebrek aan welbevinden ervaren. Waarom is het zo moeilijk om gelukkig te zijn? 

Gelukzaligheid

Laat ons de parallel opzoeken met liefde. Liefde en verliefdheid zijn geen synoniemen. Verliefdheid is een momentaan piekmoment dat je overkomt en waar je in mag floreren. Het steunt op een gevoel, dat ook weer over kan gaan. Liefde is een houding die vaak de bestendiging is van het verliefde gevoel. Het is een zijnswijze waarbij bewust wordt geïnvesteerd in samen zijn ondanks de kleine kantjes. 

Op het vlak van geluk is er een onderscheid tussen geluk en gelukzaligheid. Dat laatste is een gevoel van euforische blijheid, dat weliswaar niet blijft duren. Deze gewaarwording omzetten in geluk vraagt een inspanning. En net zoals bij liefde moeten ook de omstandigheden meezitten. Je hebt het niet helemaal in de hand.

Kiezen?

Zoals er geen garanties zijn dat je de liefde vindt omdat je er heel gericht naar op zoek gaat, zo is het ook met geluk. We zijn met zijn allen veel bezig met het streven naar gelukkig zijn. Maar wie geluk zoekt, heeft weinig kans om het te vinden: geluk laat zich niet dwingen. Het is niet te koop. 

De reclamewereld speelt nochtans heel bewust in op ons gelukzoeken en leidt ons daarbij meteen af naar koopgedrag. We worden geluk voorgeschoteld, maar krijgen hooguit wat gelukzaligheid. En die korte piek van goed gevoel werkt verslavend. Reclame ziet er vaak onschuldig uit, maar de mechaniek erachter is uitgekiend. Er gaat veel schuil achter lachende gezichten, flitsende beelden en aantrekkelijke slogans.

Het is ook te gemakkelijk om te beweren dat geluk een keuze zou zijn. Wel is het zo dat je eraan kan werken. Maar dan is dat geluk vooral een aangenaam neveneffect, niet zozeer de vervulling van een direct streefdoel. Het zoeken naar en vinden van zin en betekenis is de weg ernaartoe. Geluk is overigens gradueel: men kan bijvoorbeeld in toenemende mate geluk ervaren. Het is dus niet aanwezig of afwezig zonder meer.

Statistisch

Vanuit wetenschappelijk onderzoek wordt beweerd dat het vinden van geluk voor ongeveer 50 procent afhangt van je genetisch materiaal. We kennen allemaal mensen die van nature een besmettelijke blijheid uitstralen, en die in moeilijke tijden het glas halfvol zien, niet halfleeg. En er zijn mensen die zich altijd tekort gedaan voelen en die somber en geërgerd in het leven staan. Mensen met een sterke neiging tot perfectionisme zouden minder kans maken op geluk, net als mensen die minder kritisch kunnen reflecteren over zichzelf en over de wereld. Ook wie zich van nature sterk afhankelijk opstelt, zou minder aanleg hebben tot geluk. Laten we hier opvoeding en leefcultuur aan toevoegen: dat wat je hebt meegekregen en wat je heeft gevormd tot volwassene bepaalt je kijk op het leven. 

Naast je aanleg spelen ook omstandigheden een rol, voor 10 procent. Hieronder verstaan we vooral woonomgeving, inkomen en gezondheid. De overige 40 procent is dan maakbaarheid: hoe je in het leven staat, welke keuzes je maakt, wat je doet, wanneer je rust neemt. 

Deze theorie is erg statistisch en wetenschappelijk opgevat. Men mag vooral niet in de val trappen om het geluk te zoeken in de logica van flowcharts en statistische taartschijven. Het behoeft hopelijk weinig uitleg dat je het ultieme geluk ook niet zal vinden bij een coach met een glimmend certificaat en enkele snelle tips. 

Factoren

Eigenlijk is dit soort wetenschappelijk onderzoek vooral betekenisvol omdat het aantoont welke factoren kunnen bijdragen tot het ervaren van geluk. In een drafje opgesomd: dankbaarheid, een positieve kijk en momenten van rust. 

Daar zit zeker iets in. Sociaal contact is belangrijk: we zijn van nature sociale wezens en onze horizon verruimt door contact met anderen.  We ervaren genegenheid en daaruit komt dankbaarheid voort. Eenzaamheid en geluk gaan niet door één deur. Wie een positieve kijk heeft op zichzelf, de anderen en de wereld, die heeft zich bevrijd van dwangmatig kapotdenken. Dat is namelijk een fenomeen van onze tijd. 'Ben ik een goede ouder?' 'Sta ik in mijn kracht in mijn baan?' 'Ben ik weerbaar genoeg?' We zien zelfzekerheid, blijheid en succes op sociale media en kunnen daarna verdwalen in de vragen van ons eigen onzekere, zoekende bestaan. 

Tenslotte is het vinden van rust ook essentieel. Wie vooral gericht is op presteren en geld verdienen, loopt zijn of haar eigen geluk helaas inderhaast voorbij. Rust vinden is een evenwichtsoefening, en kan vorm krijgen in stil genieten van de natuur, maar even goed uit een flink eind lopen als ontspanning of langs het strand wandelen om je hoofd leeg te maken.

Driehoek

Er bestaat een geluksdriehoek. Die vertrekt uit drie bouwstenen om tot geluk te komen: jezelf kunnen zijn, goed omringd zijn en je goed voelen. De vrijheid om jezelf te ontplooien naar je eigen gaven en talenten draagt zeker bij tot het ervaren van geluk. Wie zichzelf niet kan of mag zijn, voelt zich opgesloten en miskend. Wie goed omringd is, heeft mensen om zich heen die om hem of haar geven, die er zijn op moeilijke momenten en die bijdragen aan de vreugde wanneer alles goed gaat. Dit geeft een gevoel van veiligheid en gedragenheid. Je goed voelen, betreft een heel ruime omschrijving. Het gaat hier uiteraard niet enkel om fysieke gezondheid, maar ook om psychisch welzijn. 

Vaak onderschat binnen deze context is existentieel welzijn. Wie kan bouwen op een bewuste levensovertuiging, heeft een vangnet wanneer het fysiek of psychisch minder goed gaat. Daar hebben we in onze tijd veel te weinig aandacht voor.

Moet niet

De geluksdriehoek heeft een eerder psychologische insteek. Dat hoeft geen beperking in te houden: het vizier staat immers breed open in dit denkschema. Daarenboven is de meerwaarde van dit concept dat er vertrokken is vanuit de ervaring dat het evenwicht er ook niet kan zijn. Je hoeft niet altijd een perfect functionerende geluksdriehoek te kunnen presenteren. Zo werkt het leven niet. 

Dit is op zich een heel belangrijk punt: we hoeven niet altijd gelukkig te zijn, simpelweg omdat we niet steeds gelukkig kùnnen zijn in het leven. Er is niet altijd aanleiding toe. We hoeven dus ook niet dwangmatig gericht te zijn op het nastreven van geluk. Het mag ook niét goed gaan. Dat is eigen aan ons bestaan. Misschien is dat wel de meest essentiële inbreng van de geluksdriehoek.

In het tweede deel over geluk duiken we in de filosofie. Het zoeken naar geluk is een wezenlijk onderdeel van het zoeken naar zin en betekenis. Geen nood: het wordt geen zware kost. Er zijn heel wat interessante denkpistes die kunnen bijdragen aan ons geluksbegrip.


Aanbevolen bijdragen:

Denken met Sartre (2): De bedreiging die de ander is