We maken een filosofische wandeling doorheen de tijd met de focus op geluk en hoe we het als mens kunnen nastreven en vinden. Of eventueel niet vinden, of niet meteen. Hopelijk ervaar je het niet als een al te zware trektocht. Hou voor jezelf in gedachten wat jou spontaan aanspreekt, triggert of uitdaagt, en ga ook na waarom. Deze bijdrage is filosofisch: je mag je dus veel vragen stellen en je laten verrassen. Bij welke filosofen vind je interessante en inspirerende gedachten en overdenkingen terug?
Aristoteles: een grote inspanning
Aristoteles (384-322 voor Christus) ziet overal een doel in. Alles in de kosmos heeft een eigen doel en streeft daarin naar perfectie. Zo bestaat het doel van de mens erin om weloverwogen te handelen en op die manier deugdzaam te leven. Wie de deugen nastreeft, die handelt verstandig, rechtvaardig, moedig en gematigd. Dat zijn de belangrijkste of 'kardinale' deugden. Het zijn begrippen die meer dan twee millennia later eigenlijk nog altijd aanvaardbaar klinken. We weten spontaan dat we niet kunnen rekenen op iemand die alsmaar dwaze dingen doet, en die oneerlijk, laf en onvoorspelbaar is. Daarop kunnen we ook geen samenleving bouwen.
Door aan ons leven een doelgerichtheid te koppelen, krijgt ons leven vanzelf zin, aldus Aristoteles. We verbinden ons eigen, kleine, beperkte bestaan met iets dat groter is dan onszelf, iets dat ons overstijgt. Dat hoeft geen god te zijn. Geluk bereik je bij Aristoteles door deugdzaam te leven, door het goede te doen. We mogen ons niet vergissen hierin: het vergt een grote inspanning om altijd juist te handelen. Geluk, dat is een neveneffect, geen doel op zich. Volgens Aristoteles is geluk niet echt een gevoel, het is eerder een activiteit. Geluk, dat doe je, je bent of je hebt het niet zomaar. Er zit iets in, toch? Wij zien geluk misschien teveel als iets van het eigenste moment, zoals een sprookjesachtig fotomoment.
Diogenes: de eenvoud
Een filosoof die onze ogen misschien verder kan openen, is een tijdsgenoot: Diogenes (404-323 voor Christus). Hoewel hij van rijke komaf was, leefde hij in een ton op de markt van Athene. Zijn enige bezittingen waren een mantel om zich te bedekken, een kom om uit te eten en een nap om uit te drinken, zo wordt beweerd. Toen hij zag hoe een jongeman zijn handen gebruikte als kom om uit te drinken, heeft Diogenes meteen zijn eigen eetgerief ook weggegooid. Hij leefde dus in alle eenvoud: 'als een hond', zo werd neerbuigend gezegd. Hij waste zich niet, deed zijn gevoeg op straat en hij zei wat hij dacht. In die eenvoud vond hij geluk.
Alexander de Grote had gehoord van deze merkwaardige verschijning en kwam hem opzoeken. De grote koning zei tegen de filosoof: 'Wat wil je graag hebben? Wat je maar wil, je krijgt het.' Diogenes antwoordde: 'Als ik alles kan krijgen, wil je dan een stap opzij doen, want je staat voor de zon.' Zo eenvoudig kan geluk zijn: genieten van de zon, zittend in een ton. Zou het kunnen dat rijkdom en complexe gedachten ons weghouden van geluk? Misschien proberen we te hard om gelukkig te verankeren in dingen, in spullen.
Tussendoor: geluk hebben of vinden
Meer dan in onze tijden beseffen de oude Griekse filosofen dat geluk niet alleen te maken heeft met je eigen streven en je eigen keuzes. In een tijd waar men gemiddeld 35 jaar werd en veel ziektes onbehandelbaar waren, besefte men terdege dat ook de omstandigheden mee moeten zitten. Je moet wellicht wat geluk hebben om gelukkig te kunnen zijn. Wanneer alles tegenzit, is de afstand die overbrugd moet worden alleszins veel groter.
Alhoewel, ik heb zelf mensen mogen ontmoeten die ondanks een ongeneeslijke ziekte op veel te jonge leeftijd toch vrede vinden in hun situatie, dankbaar terugkijken op hun leven en concluderen dat ze, ondanks de zorgen om wie ze moeten achterlaten, eigenlijk wel gelukkig zijn. Het vergt een grote veerkracht, een bewonderenswaardig incasseringsvermogen, een positieve kijk op het bestaan. Maar het kan dus. Het blijft me verwonderen.
Heidegger: eindigheid als zingever
Wij gaan uit van de beheersbaarheid van de dingen en steunen op wetenschap en techniek. Toch is onze kennis en vaardigheid ook vandaag enorm begrensd. Dat lijken we ons vooral te realiseren wanneer we daar direct mee geconfronteerd worden. Wanneer het over eindigheid en beperktheid gaat, kijken veel mensen vooral angstvallig de andere kant uit. Daarom lijkt de wereld soms een reusachtig pretpark waarin we verplicht zijn om ons te amuseren. We lijken onszelf ook te verplichten om onszelf tot in de perfectie te realiseren. Cosmetisch mooi en eeuwig jong. De eindigheid misleiden we er niet mee. Ook daar staat de wetenschap, waarop we zo sterk steunen, nog niet ver.
De eindigheid is eigenlijk de enige zekerheid in ons bestaan waar niet mee te onderhandelen valt. Sterker nog: de Duitse filosoof Martin Heidegger (1889-1976) ziet de dood als de horizon die ons leven juist zinvol maakt. In het onsterfelijke leven zou niets nog belangrijk kunnen zijn. Dan is er geen reden meer om iets nu te doen. Niets hoeft nog, je kan het over honderd jaar ook doen. Zonder de dood zou ons bestaan saai en leeg worden.
Schopenhauer: teveel willen
Als tegenklank maken we even ruimte voor Arthur Schopenhauer (1788-1860), niet meteen de meest vrolijke leerling in de klas. Mensen die geluk najagen, die zullen volgens hem alleen maar teleurgesteld worden. Geluk bestaat niet voor de mens. Die wil zoveel, en dat voortdurende verlangen zorgt ervoor dat we nooit tevreden zijn. Wanneer we iets hebben bereikt, dan willen we alweer iets anders.
We streven naar dingen zonder ons af te vragen of ze echt belangrijk zijn. Het maakt ons ten diepste onvrij: we worden gevangengehouden door ons onophoudelijke verlangen en verhopen. Wellicht is het inderdaad een goede houding om af en toe stil te staan, goed om ons heen te kijken en ons af te vragen wat we werkelijk nodig hebben, en na te gaan of we algemeen beschouwd wel goed bezig zijn. Stellen we onszelf realistische doelen? En waarom kiezen we zo doorgedreven voor iets en niet voor andere zaken? Waar liggen onze prioriteiten? Dat is zeker een sleutel naar gelukkig kunnen zijn. Wie nooit genoeg heeft, is alleszins nooit tevreden, laat staan gelukkig.
Kymlicka: gelukkig kunnen zijn
De hedendaagse Canadese filosoof Will Kymlicka (°1962) beklemtoont dat je de mogelijkheid moet krijgen om geluk na te kunnen streven. Vrijheid en gelijkwaardigheid zijn daar belangrijke voorwaarden voor. Geluk kan je vinden wanneer je je eigen weg uitzoekt in het leven en niet in allerlei keurslijven wordt geduwd. Dat betekent dat je goede raad kunt geven aan anderen, maar dat iedereen zelf op zoek moet kunnen gaan. Ook in de opvoeding is dat volgens hem essentieel: ouders zouden hun eigen logica en principes niet mogen opdringen, maar het kind opbouwend aanmoedigen in hun eigen zoektocht. Dat houdt ook in dat ze fouten kunnen maken en stommiteiten kunnen begaan. Dat hoort erbij.
Ook in een samenleving vindt Kymlicka deze vrijheid en gelijkwaardigheid een fundament. We verschillen allemaal van elkaar en streven naar eigen doelen. Er zijn culturele verschillen, levensbeschouwelijke, ook economische. We zijn niet gelijk, geen kopieën van mekaar, maar we zijn wel gelijkwaardig. En de vrijheid van een ander zou nooit beknot mogen worden. Een samenleving die de waarde van een mens bepaalt op basis van leeftijd of geslacht of ras of voorkeur, is een samenleving die geluk inperkt. Wie zijn of haar eigen weg kan en mag zoeken, die kan ook geluk vinden. Twee randbemerking hierbij: niet iedereen is even ondernemend en niet iedereen begint vanuit een even warme en fortuinlijke start in het leven. Het risico bestaat dat geluk hier dus het privilege blijft van de 'happy few' die het geluk hebben dat ze 'het maken' in het leven en bereiken waar ze naar hebben gestreefd.
Tot slot: geen instant geluk
We zijn geluk steeds meer bij onszelf gaan zoeken doorheen de tijd en minder in gedeelde, tijdloze principes. Toch is er ook een sociaal aspect aan onze zoektocht: erkenning, bevestiging, maar ook confrontatie dragen bij tot ons algemeen welzijn, en dus ook tot ons gelukstreven. Het existentiële zoeken krijgt meer ruimte doorheen de tijd: je eigen waarden en normen, je eigen drijfveren en prioriteiten bepalen je weg naar geluk.
Daar lonkt echter een belangrijk afleidingsmechanisme. Schijngeluk, dat we ervaren in rijkdom, eer, roem, macht of vluchtig genot, kan makkelijk verward worden met het eigenlijke geluk, met de essentie. Het is van alle tijden. Laat je niet bedriegen: geluk komt niet 'instant' en het is ook geen roes. Algemeen merk je doorheen deze filosofische wandeling dat geluk vrij algemeen beschouwd wordt als de vrucht van zoeken en streven, van hopen en bouwen. Het vergt een inspanning en tegelijk ook een bewuste manier van in het leven staan. Misschien is het zelfs niet direct te bereiken, maar is het eerder een cadeau dat je stilaan wordt toegeschoven zonder dat je het fervent hebt nagestreefd.
Tot zover deze filosofische wandeling. Ik heb het behapbaar en beknopt willen houden. Voel je vrij om je te verdiepen in een denker die je aanspreekt. In de derde en laatste bijdrage worden enkele wezenlijke bouwstenen voor geluk bijeengezocht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Reageer