Hoe kan het leven zinvol zijn? Eigenlijk is dat de vraag die Jean-Paul Sartre zich stelt wanneer hij zijn visie uitwerkt. Hoe kan een mens zelfstandig bestaan, zonder betutteling en zonder onderdrukking van bovenaf en van naast zich? En daarbij denkt Sartre heel ruim: overheden, religies, denksystemen, maar ook medemensen. Mensen mogen zich identificeren met idealen maar moeten toch telkens weer zelf bewust hun eigen keuzes maken. Alleen dan beschikt een mens over de vrijheid om te kiezen voor een zinvol bestaan. De wonden van de Tweede Wereldoorlog zijn nog vers wanneer Sartre bekendheid verwerft.
Welke ethiek?
Sartre ziet de vrijheid als een kans om je verantwoordelijkheid te nemen. Maar hoe bepaal je daarbij wat goede uitgangspunten zijn? Wat bepaalt er of iets goed is of niet? Sartre biedt geen kant-en-klaar ethisch systeem aan. Je bent volgens hem de schepper van je eigen waarden en die waarden pas je toe, of je pas ze aan, naargelang de situatie.
Dat betekent helemaal niet dat de juiste ethische keuzes uit losse ideetjes en spontane gevoelens voortkomen. We worden uitgedaagd om een beeld te vormen van hoe de mens en de wereld zouden moeten zijn. Dat bepaalt je ethische visie, daarop baseer je je waarden en je beslissingen. Ze houden verband met jouw levensvisie, je mensvisie, je wereldvisie. Je verantwoordelijkheid staat dus gelijk aan een engagement voor de hele mensheid.
Concreet
De klassieke filosofische denksystemen werken volgens Sartre niet om in heel concrete situaties een beslissing te nemen. Hij neemt ons mee naar bezet Frankrijk tijdens de oorlog. Wat moet een student doen: bij zijn oude, zieke moeder blijven, die niet in staat is om voor zichzelf te zorgen, of toch zijn vrienden vergezellen om vanuit Engeland actief te werken in het verzet tegen de onderdrukker? Wat is er belangrijker: zijn moeder, of deel hebben in het vrije Frankrijk samen met zijn makkers? Hoe weeg je zoiets af?
In de christelijke ethiek zal hij gevangen blijven tussen de liefde voor zijn moeder, zijn kameraden en het vaderland. De grote ethische filosoof Emmanuel Kant stelt dat je anderen als doel moet zien van het goede, en nooit tot middel mag herleiden. Welnu, als hij voor zijn moeder kiest, dan laat hij zijn vrienden en vaderland in de steek. Dan zijn zij geen doel meer. Wanneer een ethiek te abstract is, helpt ze niet om in de realiteit een beslissing te nemen. Kiezen voor het goede zal dus telkens een heel persoonlijke denkoefening zijn, zo concludeert Sartre.
Jezelf
Waarom verzet Sartre zich zo fel tegen autoriteiten en denksystemen? Wel, binnen de gevestigde orde van opgelegde regels en gehoorzaamheid zonder weerwoord is het fascisme groot geworden. En steunend op gevestigde denksystemen hebben sommigen gecollaboreerd en hebben anderen de andere kant op gekeken, alsof er niets aan de hand was. Gezamenlijke gehoorzaamheid draagt een diep gevaar in zich. En ook in onze tijden zijn er meer dan genoeg pijnlijke voorbeelden van volgzaamheid tot in het absurde, helaas. Heel subtiel komen opinies op ons af, onopgemerkt. We zijn veel meer beïnvloedbaar dan we zouden denken. En machtssystemen werken heel subtiel.
Daarom moet je voor jezelf kunnen verantwoorden waarom je een bepaalde keuze maakt. Naargelang de concrete situatie kan die keuze zelfs heel anders uitvallen. Je kunt niet zomaar terugvallen op een definitief vaststaand en onveranderlijk systeem: op ‘dogma’s’, zeg maar. En je kunt ook niet schuilen achter uitvluchten voor jezelf. Je keuzes zijn namelijk jouw keuzes. Ze zijn niet de uitvoering van orders van iemand anders of van een hogere autoriteit. Nee, je moet zelf de argumenten bijeenbrengen en kritisch overwegen.
Hier in het bijzonder komt de zwaarte van de verantwoordelijkheid op de voorgrond. In die zin is Sartre een voorloper van het postmodernisme: dat is de naam die de filosofie geeft aan de tijd waarin we nu leven. We zijn voorbij het modernisme: er zijn geen grote verhalen meer, geen systemen die universeel de absolute waarheid kunnen opeisen. Iedereen moet eigen keuzes maken en een eigen waardenpatroon bepalen.
Die andere beperking
Ons leven is volgens Sartre met de vrijheid verbonden. De ander kan die vrijheid beknotten. Maar de vrijheid kent nog een andere, veel grotere vijand: de dood. Sartre ziet in het sterven geen zinvolle afsluiting van het leven, maar juist een absurde gebeurtenis, een inbreuk van buitenaf die onze vrijheid abrupt beëindigt. Met de dood stoppen meteen het zelfbewustzijn en de keuzevrijheid.
Sartre houdt de dood ver buiten zijn levensvisie. Het is een gegevenheid: een brutale realiteit waar je geen enkele controle over hebt, net als je geboorte trouwens. Je kiest niet om geboren te worden en ook voor je eindigheid heb je niet gekozen.
Samen leven?
Kunnen we ons een samenleving voorstellen in het denken van Sartre? De sterke nadruk op persoonlijke keuzes maakt het moeilijk om een samenleving op te bouwen. Er zijn veel meningen en de één wil de ander overtuigen van zijn of haar gelijk. Onze huidige samenleving toont hoe moeilijk het is wanneer iedereen een mening voorop wil stellen. Er ontstaat een mengelmoes van meningen en een heel persoonlijke polemiek. Discussies worden heel persoonlijk en heftig.
Een belangrijke bedenking bij de kracht van de vrije wil die Sartre zo hoog in het vaandel draagt, ligt in de zwakte die zo kenmerkend is voor een mens. Met ijzeren wil kunnen we trachten om ons leven zin en betekenis te geven, maar niet iedereen heeft even gunstige kaarten in de hand, bij wijze van spreken. Het leven legt ons beperkingen op: niet iedereen heeft een zelfzeker karakter om tegen alles op te boksen. Ook armoede, ziekte en andere tegenslagen bepalen onze mogelijkheden. Sartre hamert op moedig en strijdvaardig denken en handelen, maar is alles zo maakbaar en veranderbaar? Mensen vertrekken alleszins vanuit ongelijke kansen. En uiteindelijk komt Sartre zelf uit een welstellend milieu en kan hij terugvallen op een veilige academische omgeving.
De radicale Sartre
In dit drieluik is eigenlijk enkel de vroege filosoof in beeld gebracht en dat is heel bewust gekozen. Sartre werd later in zijn leven een doorgedreven activist voor het marxisme. Daarin prees hij de gelijkwaardigheid en het gezamenlijk engagement voor de samenleving. Helaas is dat beeld erg onvolledig gebleken. Het marxisme was in het Parijs van de jaren '50 en '60 bijzonder populair. Daarlangs zette men zich af tegen het duffe beleid, dat bepaalde wat er gelezen mocht worden, wat er op het journaal mocht komen, wat geweten mocht worden, en vooral wat niet. Men zag in het marxisme, dat gaandeweg werd uitgebouwd in het communisme, een bevrijding: de macht wordt teruggegeven aan de gewone mensen. Of men zich dan echt verdiept heeft in de ijzingwekkende machtsstructuren van de Sovjetunie bijvoorbeeld, is eigenlijk een overbodige vraag. Kwam die informatie tot in het Westen? Kreeg Sartre er iets van te zien in zijn buitenlandse reizen? Eigenlijk was dat marxisme inhoudelijk niet zo belangrijk, het was eerder de naam voor een non-conformistische stellingname. Niemand kan het marxisme van Sartre echt duidelijk omschrijven.
Tijdens de studentenprotesten van 1968 werd Sartre plots een held. Zelf stond hij aanvankelijk eerder kritisch tegenover die protesten, maar hij ging toch mee in de culturele stroom van verandering en bevrijding. Er werd plots gefilosofeerd op straat! Zijn oproep tot radicaal activisme en revolutie doet nu de wenkbrauwen fronsen, maar paste toen perfect in dat tijdsscharnier, waar zowel het kapitalisme en het communisme nog volop in de bouwstellingen stonden. Wij kijken daar heel anders tegenaan.
Die politieke gelaagdheid werd dus niet meegenomen in de filosofische bespreking van Sartre hier. Dat is eerder een tijdsdocument, in tegenstelling tot zijn existentialistische visie. Sartre pleit in zijn latere denken voor een fundamentele omwenteling. Die is er niet gekomen. Er is wel een trage machine op gang gezet: de ontvoogding van de mens uit de klassieke structuren en gewoonten. Maar kunnen de mensen de chaos door de talloze keuzemogelijkheden wel aan? En is de commercie niet met ons aan de haal gegaan als vervangmiddel sindsdien? Hebben we de moeite gedaan om ons echt te bevrijden?
Grootste verdienste
De vrijheid is essentieel voor Sartre. Maar de gevolgen van die vrijheid moeten we dan ook kunnen dragen. Sartre zoekt ten diepste in een veranderende samenleving naar een manier om een authentiek mens te kunnen zijn. Zwijgzaam en volgzaam zijn, dat is alleszins geen goede houding. We mogen onze identiteit niet zomaar laten bepalen door instituten en structuren. Dat heeft de geschiedenis geleerd. Trap niet in goedkope praatjes van roeptoeters die beweren dat ze alle problemen zomaar zullen oplossen, schreeuwers die zogezegde schuldigen van alle problemen aanwijzen. Op dergelijke lege woorden worden dictaturen gebouwd.
Wieg jezelf niet in slaap. Blijf nadenken over wat je doet en welke keuzes je maakt. En weet dat niet iedereen de beste bedoelingen heeft. Mensen kunnen gemeen zijn voor mekaar, helaas. Vestig dus je vertrouwen op de mensen die het verdienen. Wanneer je kiest voor een visie, dan moet dat een bewuste, eigen keuze zijn.
De bevrijding van mei 1968 in Parijs heeft het Westen losgemaakt uit de klassieke structuren. We zijn mondiger geworden, we kiezen zelfbewuster. Maar eigenlijk is er nog veel werk om de vrijheid die Sartre voor ogen heeft ten volle te beleven. Je moet er namelijk niet naar streven om iets te worden, maar om iemand te zijn.
Sartre heeft het existentialisme sterk beïnvloed. Voorheen was het eerder een denkstroming van wanhoop en negativiteit, van angst voor de zinloosheid. Sartre buigt dat denken om naar iets constructiefs: een maakbaarheid. Wat je kiest, dat word je. En dat is een sterke gedachte. Met de bemerking in de kantlijn dat we niet altijd even sterk en zelfverzekerd zijn uiteraard...
Dat is Sartre in een notendop. Boeiend, toch?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Reageer