donderdag 25 april 2024

Bouwen aan spiritualiteit: (1) Een stand van zaken

Wat doen we hier op deze aardbol? Waarom zijn we hier? Wat is de bedoeling? Het zijn de vragen waar we op onze diepzinnige dagen over tobben. Helaas is er te weinig aandacht en waardering voor spiritualiteit in onze dagen. En dat is jammer. Tijd voor een tweeluik: “Waar komt onze maatschappelijke spirituele onzekerheid vandaan?” En in de volgende bijdrage: “Hoe vinden we tools om onszelf spiritueel uit te dagen?”

We maken deel uit van een systeem dat gebaseerd is op leven en overleven. Je overlevingskansen nemen toe naarmate je een reserveplan hebt. Als je maar één voedingsbron kent, en die put uit, dan sterf je. Als je maar één beschermingsmechanisme hebt, en dat blijkt niet te werken, dan ben je verloren.

Compenseren

Op mentaal vlak hebben we geleerd om onszelf te beschermen in ingrijpende situaties: 'coping' heet dat. Opdat we niet compleet zouden blokkeren na een traumatische ervaring, hebben we een mechanisme ontwikkeld dat ons toelaat om een negatieve ervaring te compenseren of te interpreteren zodat we er mee om kunnen gaan en verder functioneren. Soms gebruikt men vluchtmiddelen, zoals excessieve voeding, of alcohol, drugs of medicatie. Soms beloont men zichzelf met spullen of met het overmatig vragen of schenken van aandacht. Anderen herleiden de ervaring tot aanvaardbare proporties door bewust of onbewust delen weg te laten of te vergeten, of anders te omschrijven.

De druk wordt verminderd, de stress neemt af. Coping is nooit de beste oplossing op lange termijn, maar kan een eerste redmiddel zijn om niet meteen onderuit te gaan. Daaruit zou verwerking moeten voorvloeien, en een constructieve, bestendige uitkomst.

Spiritueel trauma

Een maatschappelijk trauma van onze tijd is een 'spiritueel moratorium'. Onwennig wordt het onderwerp in maatschappelijke discussies vaak vermeden. Het leidt al te vaak tot polarisatie. We hebben de vanzelfsprekendheid van de grote verhalen sinds het postmodernisme achter ons gelaten. Alles is relatief geworden, niets is nog vanzelfsprekend. Behalve de wetenschap misschien. 

Het atheïsme heeft het katholicisme niet vervangen. Bij veel mensen is er een persoonlijke, kwetsbare zoektocht op gang gekomen. Maar er wordt zelden over gepraat. Er is geen 'veilig' maatschappelijk forum voor: verschillen zorgen voor discussie en onbegrip, soms zelfs intolerantie. Het spiritueel spectrum is geïndividualiseerd en tot de privésfeer herleid, waardoor men kwetsbaar en alleen staat. Er wordt wel getimmerd aan waarden en normen, er is een persoonlijke levensbeschouwing onder constructie, maar afleiding en onderwaardering maken het moeilijk om vol te houden.

Het heeft gestaag geleid tot een maatschappelijke verschraling op spiritueel vlak. Veel mensen hebben om rationele redenen de veiligheid van de allesomvattende godsdienstige omkadering afgebroken. Er komt een prikkende onrust voor in de plaats. Die is niet alomtegenwoordig in het dagelijkse leven, maar ergens knagend op de achtergrond aanwezig. Op bepaalde momenten, wanneer men uitgeput is, overwerkt, door tegenslag neergeslagen, dan komt het gevoel van zinloosheid plots manifest opzetten. “Is dit niet wat dramatisch allemaal?”, zal een argwanende lezer denken. Nee, volgens mij niet. 

Zuchten

De praktijk leert ons dat de spirituele onzekerheid gecompenseerd wordt. In onze samenleving laten veel mensen hun spirituele honger verhelpen door de commercie. We hebben maatschappelijk te maken met een buitenproportionele verzameldrang. Inhoud wordt vervangen door tastbare uitwendigheden. Rusteloosheid voedt zichzelf, omdat de oorzaak niet wordt beschouwd. Er ontstaat een impulsieve gulzigheid.

Hebzucht, heerszucht en eerzucht - de tijdloze archetypen van compensatie - leiden tot snelverzadigende activiteiten. Helaas is het effect van de voldoening telkens weer tijdelijk van aard. Het is een snelle oplossing, zoals snelle suikers die de honger vlug maar slechts kortstondig kunnen stillen. De honger komt snel knagend terug aandraven. We leven in een tijd van graaien, vastpakken en weggooien. De wegwerpcommercie speelt in op de tijdelijkheid van alles. De sociale media bieden een forum voor hoogst individuele zelfbevestiging hierin.

Niet gezocht

Spiritueel zelfbewustzijn en evenwicht zijn nochtans essentieel voor een mens: het brengt zin in je bestaan, een interpretatiekader dat het bestaan zinvol maakt. De basis van die spiritualiteit kan heel verschillend zijn: een persoonlijke God, een vage Kracht in de kosmos, Iets dat ons verenigt, of een maatschappelijk ideaal. De bovenbouw daarentegen is verrassend gelijklopend. In je levensovertuiging spelen kernwaarden een elementaire rol. Van daaruit bekijk je de wereld, het leven en de tijd. Je kan steunen en bouwen op je kernwaarden, je kan je eraan vastklampen in roerige tijden. Je vertrekt vanuit een constructieve kijk die zingevend werkt. Het bestaan wordt stabieler binnen een bewust en actief zingevend kader.

Let wel: hiermee zeg ik niet dat iedereen spiritueel vervreemd is. Wel durf ik te beweren dat we maatschappelijk veel te weinig aandacht schenken aan onze spiritualiteit. En het kan écht anders.

Welke werkmiddelen ons daarbij kunnen helpen, dat is voor de volgende bijdrage. 

vrijdag 12 april 2024

Holistische zorg: geen holle woorden

In de algemene ziekenhuiszorg, de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg heeft men terecht ingezien dat men niet in de eerste plaats een patiënt (of bewoner) behandelt en verzorgt, maar een gehele mens, die vanuit zijn of haar gebruikelijke omgeving naar het ziekenhuis komt voor onderzoek, diagnose en behandeling, of verhuist naar een zorginstelling om er voorgoed te verblijven. De mens is zoveel meer dan de aandoening waarvoor beroep wordt gedaan op professionele hulp. Omdat de patiënt zich kwetsbaar opstelt door zich toe te vertrouwen aan een zorginstelling, is het van groot belang dat de zorg zich telkens opnieuw de vraag stelt wat beter kan. 

Een visie

Tegenwoordig draagt men algemeen de ‘holistische visie’ hoog in het vaandel. De mens wordt binnen deze visie niet herleid tot een ziektebeeld, maar er wordt aandacht besteed aan de totale mens, zoals die zich presenteert en zichzelf en zijn of haar ziekte beleeft.

Dit houdt inderdaad een belangrijke verschuiving in de zorgbenadering in. De patiënt krijgt meer inspraak, en daarbij wordt niet enkel met het fysisch-medische aspect rekening gehouden, maar ook met de psychische, sociale en spirituele noden. Idealen zijn belangrijk en zinvol, maar we weten allemaal dat ze in de realiteit zelden of nooit volledig verwezenlijkt kunnen worden. Het is een zoeken en trachten, met de onvermijdelijke beperkingen op financieel vlak en op gebied van bestaffing.

Gehele mens

Aan bed maken zorgverleners kennis met de hele mens. Ze kunnen waarnemingen interpreteren en tools gebruiken. Het gaat uiteindelijk in de eerste plaats over Fingerspitzengefühl. Een geëngageerde zorgverlener kiest er bewust voor om de blik niet verengen tot het strikt noodzakelijke. Alles begint bij observatie: kijken, luisteren, aanvoelen. In dialoog komt men vaak heel snel tot belangrijke, kernachtige kenmerken en aandachtspunten. Dat is niet zozeer een kwestie van tijd maar vooral van ingesteldheid, goede tools en kennis die verrijkt wordt met ervaring. Het is bovenal een kwestie van empathie: niet de persoonlijke prioriteiten en interesses van de zorgverlener horen de observatie en de conversatie te bepalen, maar de concrete vragen en noden van de patiënt, die in welgekozen woorden of tussen de regels kenbaar worden gemaakt.

Een zorgverlener die weinig vertrouwen heeft in, of weinig affiniteit met psychische zorg bijvoorbeeld, zou dat persoonlijk oordeel of vooroordeel niet mogen laten doorsijpelen in de benadering van een patiënt en evenmin in bevindingen en aanbevelingen. Evenzo mag een zorgverlener niet vanuit de eigen levensovertuiging vertrekken om bijvoorbeeld een ethische oordeel te vellen over de visie of houding van een patiënt of van naasten, of om te aarzelen om spirituele begeleiding voor te stellen. Respect is het sleutelwoord hier. Dat vertrekt vanuit empathie en het aanvaarden van de diversiteit die eigen is aan onze samenleving. Iedereen is anders dan men zelf is, en dat is een principe dat we mogen omarmen. Het symboliseert de vrijheid die zo kostbaar is.

Complex geheel

In holisme is het Griekse woord ‘holos’ verwerkt: er is aandacht voor het geheel, of nog scherper uitgedrukt: voor de volledigheid van de mens. Het breder maken van de blik volstaat niet, de aandacht richt zich tot alle aspecten van het menszijn én het geheel. Van daaruit kan een totaalzorg georganiseerd worden. Het geheel is groter dan de som van de delen. Daartoe is het essentieel dat alle aspecten van het menszijn betrokken worden om zodoende onderlinge verbanden en samenhang te ontdekken en te begrijpen.

In het Duits spreekt men over ‘Gestalt’, in de filosofie en de psychologie: de gehele verschijning als een gestructureerd, complex geheel. Denk aan een meerstemmige melodie die in haar samenklank de complexiteit laat voelen. Er is hierbij sprake van een parallel beginsel: hoe complexer de vormen die de zorg aanneemt, hoe meer nood er is aan een holistische visie.

Waar nodig

Daar tegenover staat fragmentaire zorg. Iemand die volledig zelfredzaam is, goed omringd en geen noemenswaardige extra zorgen of problemen heeft en die naar het ziekenhuis komt voor een heel eenvoudige ingreep, zal weinig behoefte voelen aan holistische aanpak en zal het gebrek aan holisme in de zorg wellicht niet zo gauw gewaar worden. Toch zal ook daar een holistische aanpak als een meerwaarde ervaren worden.

Dat betekent uiteraard niet dat vóór het ingipsen van het onderbeen eerst de psycholoog en de spiritueel begeleider even moeten langskomen voor de zekerheid. De doorverwijzing gebeurt na het vaststellen van vragen, noden of problemen door de zorgverlener aan bed, in het bijzonder: de zorgkundige, de verpleegkundige en de arts. De zijnsaspecten worden door hen gescand en waar gewenst of waar nodig wordt hulp ingeroepen. Ook een kinesist, een sociaal werker, een ergotherapeut of een brancardier bijvoorbeeld kunnen vragen en problemen op het spoor komen. 

De patiënt schat zichzelf daarin niet altijd spontaan juist in. Soms is er een afstand nodig om de omvang en de diepte van problemen te zien. Bovendien betekent hulp vragen dat je je kwetsbaar opstelt. Dat kan aanvoelen als ‘teveel gedoe’ of in een reflex zo afgedaan worden. Wanneer uitgelegd wordt wat de begeleiding kan bijdragen voor het welzijn van de patiënt, ziet men dat vaak anders. En dat geldt voor de psychische, sociale én spirituele begeleiding en ondersteuning.

Mogelijkheden

Een zorgverlener is geen ‘homo universalis’: de allesweter bestaat al lang niet meer. Daartoe is de wetenschap en de kennis in het algemeen teveel toegenomen. De verantwoordelijkheid bestaat uit een eerste opvang en desnoods doorverwijzing naar aanvullende expertise. Die opvang, het aandachtig waarnemen en een klankbord zijn voor de patiënt, met aandacht voor de brede waaier aan menselijke behoeften en belangen, bepaalt de kwaliteit van de holistische zorg.  

Doorverwijzing op zich volstaat niet: zonder oog voor de totaalzorg blijft een enge zorgvisie uiteindelijk tot fragmentaire zorg leiden. Carlo Leget formuleert het als volgt: “De patiënt staat centraal, maar zorgverlener bepaalt wat mogelijk is.” Zodoende kan de zorg eerder volledig zijn of veel te beperkt, naargelang de kennis en alertheid van de zorgverleners aan bed. 

maandag 30 oktober 2023

Het vallen van het blad - de bron van spiritualiteit

De gure, kille, onaangename buitenlucht drijft ons naar binnen in het najaar. De duisternis komt steeds vroeger om de dag weg te grissen. Er is meer tijd om te piekeren en te mijmeren. We zoeken geborgenheid en worden sterker geconfronteerd met onze kwetsbaarheid. Het is een gelegenheid om zelfbewust stil te staan bij onze spiritualiteit als zin-maker. Onze spiritualiteit plaatst de vele signalen in het leven - soms hoopgevend, dan weer verwarrend, maar ook ontmoedigend - in een context, een interpretatiekader, een draagvlak, waarin ze geordend en begrepen kunnen worden.

Deze uiteenzetting wordt niet licht en luchtig, en zal ook geen handvaten aanbieden om dilemma's en valkuilen aan te pakken. Ik wil vooral de wortels van elke vorm van spiritualiteit blootleggen, naast de opvoeding, de culturele invloed, belangrijke naasten, en diepgaande (eventueel traumatische) ervaringen: ons eigen bestaan. 

Ik zou het lezen van deze uiteenzetting afraden wanneer je worstelt met negatieve gedachten of een bemoeilijkte rouwervaring. Dit onderwerp ten diepste overwegen, doe je bij voorkeur in een existentieel rustige hoedanigheid. 

In het leven hebben we weinig absolute zekerheden, drie om precies te zijn: we zijn ooit geboren, we leven nu en we zullen ooit sterven. Ons levensperspectief betrekt verleden, heden en toekomst op ons bestaan: ik was, ik ben en ik zal zijn. Dit ogenblik is het enige dat we waarnemen en kunnen beïnvloeden door ons doen en laten. Ons leven is een eindige opeenvolging van ogenblikken, van nu-momenten.

Herfst

De herfst confronteert ons met de eindigheid. De natuur om ons heen sluit een levenscyclus af. Het blad dat we neer zien dwarrelen, zal vergaan en een voedingsbron zijn voor volgende cycli. Het blad dat volgend jaar in de plaats zal groeien aan die tak, zal een ander blad zijn. 

Sta me toe voor één keer naar de Bijbel te verwijzen, als literaire bron. In de eerste Petrusbrief klinkt een vers vol universele poëzie, evenzeer geïnspireerd op de natuur: "De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras verwelkt en de bloem valt af." (1 Petrus 1, 24 - geïnspireerd op Jesaja 40, 6b-7a)

Schrikbeelden

Ik breng geen vrolijk nieuws. Niet alles is leuk. Er is meer. Het leven is complex. Sta me toe even cru en duidelijk te zijn. Wat we traag maar zeker tegemoet gaan, met het tikken van elke seconde, is aftakeling, sterven en dood. Dit zijn de drie schrikbeelden die ons leven tergend complex maken, tenminste: als we het geluk hebben om lang te leven en het ongeluk hebben van niet plots te overlijden. 

Waaruit ontstaat dit spanningsveld dan? Enerzijds is er een diepe levensdrang, de wil om te leven en te overleven en om veel te bereiken. Anderzijds wordt die creatieve, expansieve drang gelimiteerd in tijd en mogelijkheden door ons lichaam dat eerst groeit tot volwassenheid en dan stilaan aftakelt. 

Vooruit - achteruit

De aftakeling in ons leven kan aanvoelen als een genadeloze provocatie die spiritueel als absurd en oneerlijk kan worden ervaren. Die aftakeling, die slijtage van lichaam en geest, begint traagjes aan rond de 30 jaar. Tegenwoordig durft men die grens zelfs nog vroeger te leggen. Het lichaam loopt langzaam maar zeker schade op door de zwaartekracht, door activiteiten en door stelselmatige achteruitgang van ons genetisch materiaal. De spierkracht en spiermassa verminderen vanaf dan al. Het brein slaat minder vlot nieuwe informatie op. Daarom studeren we wanneer we jong zijn. Deze uitingsvormen van achteruitgang gebeuren niet merkbaar, niet voelbaar, maar gestaag en onomkeerbaar. 

Het onvrijwillig moeten inleveren van mogelijkheden, van vrijheden en van zelfstandigheid, is één van de grootste uitdagingen in ons menselijk bestaan. Zeker in een tijd waarin onze persoonlijke gedachten en prestaties zo'n belangrijke plaats innemen. Er valt niet te onderhandelen met onze afbraak. Er is geen dialoog mogelijk met de tijd. De tijd is de constante, niet wij. Het is een ongelijke strijd tussen willen en niet kunnen, tussen hopen en beseffen. De droom van de eeuwige jeugd is slechts een fantasie, die door zalfjes, wondermiddelen of cosmetische aanpassingen niet kan worden afgedwongen. Er is niets verkeerd aan rijper en wijzer geworden zijn.

Filter

Het is niet mijn bedoeling om je als lezer een depressie aan te praten. Integendeel. Er is immers geen reden tot neerslachtigheid omwille van ons eindige aardse bestaan. Een eindig leven is namelijk absoluut geen zinloos leven. Sterven is inherent aan het leven. Het hoeft ons niet droef te stemmen. Het zal ons zelfs uitdagen om zin-voller te leven.

Onze zinvinding, onze zingeving kan ons in staat stellen om een mooi en rijk leven te leiden, op voorwaarde dat die zinvinding zichzelf in veranderende omstandigheden telkens weer herijkt op de omstandigheden. Wat is er nu zinvol, op dit moment in het leven? Welke waarden of gedachten helpen me niet meer? Welke ideeën werken me tegen om het leven als zinvol te ervaren? Ons leven lang staan we zelfbewust in dat leven. Het is die alertheid die ons uitnodigt om bewust in het leven te staan, om stil te staan bij onze spiritualiteit, bij onze levensvisie.

Een dynamische, veerkrachtige spiritualiteit is de noodzakelijke filter waardoor we de hardheid van het leven kunnen ombuigen tot een leefbare, zelfs aangename en dankbare beleving. Daar liggen ontzettend veel mogelijkheden. Een filter impliceert niet dat we ons vervreemden van de werkelijkheid, dat we haar ontvluchten. Integendeel: het betekent dat we ons bestaan willen begrijpen. Net zoals je de zon niet kan begrijpen door je erdoor te laten verblinden.

Het is daarom ook werkelijk onbegrijpelijk dat we in onze zelfbewuste tijden zo weinig aandacht besteden aan spiritualiteit, aan zingeving. Zonder een filter, zonder enige vorm van bewust, doordacht, doorleefd interpretatiekader in het leven staan, is een betekenisloze vlucht vooruit, tot de tijd een halt toeroept. Dat wens je toch geen mens toe? Laat staan jezelf... Ik wijk af. Terug naar de kwestie.

Sterven

Veel meer dan de aftakeling boezemt het sterven angst in. Er is angst om pijn te lijden, om geen regie meer te hebben over het leven. Sterven is dan ook een ingrijpende, onomkeerbare gebeurtenis. Alles wat je koestert, moet je plots afgeven: je gedachten, je wijsheid, je ervaring, je gevoelens. Je moet afscheid nemen van alles en iedereen die je dierbaar is. 

Dat inzicht zou ons moeten inspireren in ons leven. De balans tussen bezit en nabijheid zou in evenwicht moeten zijn. Ik houd geen pleidooi om elke vorm van bezit en welvaart te minachten. Het is zinvol om te streven naar een comfortabel bestaan. De mate waarin het je familiale en sociale verbinding verstoort of onmogelijk maakt, is wel een reden tot nadenken en bijsturen.

De angst voor de dood is in veel gevallen een angst voor het sterven. Het is een verlieservaring, het maakt deel uit van je persoonlijke rouw: de rouw om je eigen heengaan. Dit wordt vaak getriggerd bij een kerkhofbezoek, bij het bijwonen van een uitvaartdienst, bij het verdriet om een overledene. Het aanvaarden van verlies, is een leerschool op zich. Het verlies van een grootouder of ouder, broer of zelfs kind: het confronteert je met je eigen leven en levenseinde. Angst hoeft niet negatief te zijn. Het kan een aanzet zijn tot een positieve, bewuste levenshouding.

Dood

De dood zelf is en blijft een mysterie. We weten enkel dat het aardse leven eindigt en dat ons lichaam geen leven meer in zich draagt. De invulling van dit tijdperk, dat volgt op onze dood, bepaalt in grote mate onze spirituele gezindheid en oriëntatie. Is er een leven na dit aardse bestaan of niet? Is dat een persoonlijke zekerheid of eerder een vage opening?

Het gevoel 'afgesneden te zijn' van overledenen, het gevoel van afstand en onbereikbaarheid, maakt dat de dood moeilijk te verteren valt. We missen sommige mensen elke dag. Dat gemis slijt vaak, maar niet altijd. Het verlies kan minder ruw aanvoelen na verloop van tijd, en bij wijze van spreken eroderen.

Niet juist of verkeerd

Wat wacht ons na het sterven, in de dood? De concrete invulling van dit onderwerp is allerpersoonlijkst. Wie gelooft dat er geen god bestaat en geen leven na de dood, zal zich moeilijk kunnen inleven in de visie van iemand die wel gelooft in een god en in eeuwig leven. Belangrijk in deze thematiek, en in het algemeen trouwens, zowel spiritueel als breed-maatschappelijk, is wederzijds respect. Elke uitspraak binnen deze thematiek is relatief en relationeel: er is ik, mijn spiritualiteit en de overtuiging waar ik bij aansluit. Wanneer een overtuiging als waarheidsclaim opgelegd wordt aan anderen, als verplicht aan te nemen feit, dan is dat een vorm van extremisme.

Het is dus van groot belang, zowel voor een gelovige als een atheïst, om het onderling respect te bewaren: respect voor elkaars visie en voor het fundamenteel recht om van visie te mogen verschillen. De waarde van je overtuiging bevestig of versterk je niet door de visie van de ander te ridiculiseren of de persoon te 'framen' als dom of kortzichtig. Op dat ogenblik zijn immers het framen van de ander en het verabsoluteren van de eigen visie de uitingen van kortzichtigheid. 

Een god hoeft niet bewezen te worden, de onmogelijkheid ervan evenmin. Daarom zijn zowel geloven als niet-geloven geen 'objectief weten'. Spiritualiteit is niet gestoeld op bewijzen en op eenvoudige logica, maar wel op een persoonlijke overtuiging, al dan niet gelieerd aan een bestaande levensovertuiging, op basis van eigen ervaringen en gedachten. 'Elk zijn waarheid' klinkt wat sloganesk, maar garandeert het respect, dat fundamenteel is om te kunnen samenleven. In zingeving zou er geen juist of verkeerd mogen bestaan.

Ook positieve bronnen

Naast het negatieve, is ook de verwondering om het mooie een bron van spiritualiteit. In deze herfstbijdrage komt dit aspect minder aan bod omwille van de thematiek, maar ze is een even belangrijke aanleiding om stil te staan bij zingeving en mag dus niet onderschat worden. 

De geboorte van een kind, genezen van een ziekte, de groei van een kind tot volwassene: ze doen ons op positieve wijze nadenken over ons bestaan. We kunnen zin ervaren in nabijheid: langs verliefdheid, liefde en seksualiteit, maar ook langs intense vriendschap, langs voorbeeldfiguren die ons bestaan verrijken of langs maatschappelijke engagementen waarin we anderen ontmoeten. Het heelal en de wereld kunnen ons eveneens in hun wonderlijkheid en onbegrensdheid doen nadenken over onze betekenis in de tijdloosheid. Tenslotte zijn ook menselijke creaties een inspiratiebron: literaire en beeldende kunst, artistieke schoonheid, muziek, maar ook verrassende televisieprogramma's, video's of podcasts bijvoorbeeld. Met deze aanvulling wordt een evenwichtig beeld gecreëerd van onze zingevingsbronnen.

Afsluitend

Het leven is wat het is. En misschien is het ook goed zo. Stel je voor dat je eeuwig hier op aarde bleef. Wat zou je nog verwonderen, uitdagen of motiveren? Zou er geen eindeloze herhaling en grenzeloze verveling optreden? En wat met de aarde waarop je eeuwig zou leven, een aarde die zelf niet eeuwig is? 

Onze (aardse) eindigheid aanvaarden, is een uitdaging in het leven. Aanvaarden betekent niet dat je ernaar hoeft te verlangen. Uit andere contexten weten we echter allemaal dat een realiteit mijden en wegduwen niets verandert aan die realiteit zelf. Waarom zouden we de kern van ons zijn mijden? Waarom zou dat als een negatief of deprimerend proces aangevoeld moeten worden? 

Laten we daar even over nadenken, al dan niet omringd door grijnzende pompoenen, plastic skeletten en akelige spinnen...

donderdag 14 september 2023

Eelt op onze idealen: een risico in deze tijden - pleidooi voor zorg en zelfzorg

Een job in de zorg hoort eigenlijk verbonden te zijn met een roeping. Anders hou je het niet vol. Er zijn een aantal taken in onze samenleving die je niet ten volle kan opnemen zonder een stevige portie idealisme en gedrevenheid. De zorg voor is daar één van: als zorgkundige of verpleegkundige, als logistiek medewerker, als kinesist of ergotherapeut, als arts of met een andere taak in direct contact met de patiënten. De werkuren zijn niet aantrekkelijk, het werk is fysiek niet te onderschatten, de werkdruk en het stressniveau evenmin. Daar begin je niet aan als je geen drang voelt diep vanbinnen om voor mensen te zorgen. 

Uitgeput

Werken in de zorg is deugddoend, maar we moeten eerlijk zijn: het is ook 'vuil werk', het is fysiek werk. Sommigen halen hun neus er spontaan voor op. Iedereen weet waar hij of zij aan begint: op stages al merk je hoeveel verantwoordelijkheid je draagt en hoe hoog de druk en het tempo ligt. De administratieve rompslomp komt er vaak nog bij als niet te onderschatten schep bovenop. Je leert om je eigen welzijn opzij te schuiven voor de plicht. Zorg verlenen, gaat voor op zelf om zorg vragen. Denk maar aan de Covid-tijd.

Bovendien werk je in een organisatie, in een - bij momenten - logge structuur. Er moet goed op de centjes worden gelet en er is niet altijd evenveel aandacht voor ieders persoonlijk welzijn. Zorgverleners hebben soms het gevoel dat hun idealen er niet toe doen, dat de prioriteiten van het beleid - dichtbij en in Brussel - elders liggen. Sommige zorgverleners kunnen dat gevoel relativeren en op tijd en stond van zich afschudden. Anderen voelen zich onherroepelijk uitdoven, beetje bij beetje, tot hun eigen groot verdriet. 

Beluisterd en begrepen

Gelukkig is er de jongste tijd maatschappelijk veel meer aandacht voor het welzijn van de zorgverleners. Dat heeft de coronacrisis ons geleerd: met het klappen van de zweep, bij wijze van spreken. Er is gewerkt aan een betere verloning. Er wordt ook meer geluisterd naar de werknemers: naar hun bezorgdheden, klachten, ergernissen en vragen. Dat betekent niet dat er tegemoet gekomen kan worden aan alle verzuchtingen. 

Veel directies in de retail kennen de boutade: "Goed idee. Gaan we niet doen." Niet alles is betaalbaar, niet alles is doenbaar, niet alles is zinvol binnen het grotere verhaal. Dat neemt niet weg dat de talenten en idealen van werknemers zoveel mogelijk gewaardeerd zouden moeten worden. Er is ideologisch stilaan een belangrijke bewustwording gekomen: zorgen voor het welzijn van de zorgverleners is essentieel voor een goede zorg. Het zijn mensen die de zorg rechtop houden. We zetten belangrijke stappen vooruit in dat besef.

Mentaal

Het is een hele uitdaging om het ziekteproces van mensen mee te beleven als zorgverlener. De mentale en spirituele impact daarvan mag absoluut niet onderschat worden. Het is een oefening in afstand en nabijheid. Je kan al het leed niet zelf dragen. Een persoonlijke uitlaatklep zoeken voor mentale stress is belangrijk voor zorgverleners. 

Sommige zorgverleners sluiten zich uit zelfbescherming af, soms omwille van het mentaal gewicht, maar ook door negatieve ervaringen van misplaatste mondigheid. Soms is er zelfs botweg geen respect. Er is helaas ook verbale en fysieke agressie. De verontwaardiging in de dagelijkse realiteit kan diepe wonden slaan in het idealisme van zorgpersoneel. "Waarom doe ik dit nog?" Ook dit is mentale en spirituele ballast. Het resulteert helaas in een uitvloei van werkkrachten die we nochtans hard nodig hebben.

Teams kunnen het beste in collega's naar boven brengen, maar het is onder collega's niet altijd vreugde troef. Met de één schiet je vanzelf goed op, met de ander zou je spontaan geen half woord uitwisselen buiten het werk. Toch ben je op elkaar aangewezen. Men verwacht van collega's soms veel, en vertrekt daarbij algauw uit de evidentie van de eigen visie en idealen. Voor de één is dat verdraagzaam zijn, voor de ander punctueel werken, en voor nog iemand anders goed communiceren. In een groep werken, is een mentale uitdaging.

Misschien zou op professioneel gebied werk gemaakt kunnen worden van goed georganiseerde intervisie. Dat kost natuurlijk ook tijd en geld...

Combinatie

Wanneer iemand uitdooft, cynisch of apathisch wordt, dan heeft het met een combinatie van factoren te maken. De combinatie van veel verantwoordelijkheid dragen, werken onder tijdsdruk, zich soms niet gewaardeerd voelen door de samenleving, door meerderen, door collega's of door patiënten, de confrontatie met verdriet en leed. Vaak komt er thuis ook nog stress bij omdat de prikkelbaarheid na het werk blijft hangen. Dan kan het beetje bij beetje mistig worden in het land van zin en betekenis, soms zelfs tot je er niets meer vindt. 

Wanneer de neerwaartse dynamiek in het persoonlijk welzijn niet doelgericht gekenterd wordt, ontstaat er eelt op de idealen. Of zelfs een burn out. Ofwel verhard je je 'mentale huid' zodat je niet zo gauw nieuwe kwetsuren oploopt, ofwel loopt je door tot je erbij neervalt. En beiden zijn geen goede oplossingen, omdat ze door negativiteit zijn gevoed. 

Daar ligt een belangrijke taak voor de zorgsector: het bevorderen van een aangename en positieve werkomgeving, het uitspreken van respect en dankbaarheid aan de werknemers, het belonen van loyaliteit, het beluisteren van medewerkers. Een zorginstelling moet uiteraard geen betuttelend sprookjesland worden, maar wel een een dynamisch bedrijf waar men zich thuis voelt en waar men trots op kan zijn. Betrokkenheid en fierheid bevorderen de productiviteit en kwaliteit.

Beloond

Er is zeker niet alleen kommer en kwel in het dagelijkse leven in de zorg. Op de werkvloer kan je veel dankbaarheid ervaren van patiënten en hun bezoekers. 

Elke dag is anders, niets is voorspelbaar, hoe goed men alles ook tracht te organiseren en plannen. Je treedt in een bijzonder unieke relatie met een patiënt, die zich letterlijk en figuurlijk bloot geeft en in zich alle kwetsbaarheid aan jou en je collega's toevertrouwt, vaak dag en nacht. Elke dag kan verrijkend zijn, als je er oog en oor voor hebt. Elke dag heeft betekenis omdat je iets voor anderen kan betekenen.

Je kan ook participeren in projecten van je zorginstelling. Of studenten begeleiden in voorbereiding op hun carrière. Je krijgt ook kansen om verantwoordelijkheid te dragen op je dienst of ruimer. Je kan ook bewust kiezen voor een nieuwe uitdaging.

Bewustzijn

De focus op de positieve zaken richten, is de opdracht en de uitdaging voor elke zorgverleners. De instelling kan inspanningen doen, maar zonder respons vanaf de basis zal het resultaat tegenvallen. Een positieve insteek lukt de ene dag vast beter dan de andere, maar de algemene ingesteldheid, de basis van waaruit men als zorgverlener vertrekt, die is cruciaal. Daarin ligt je existentiële meerwaarde als zorgverlener, gebaseerd op je levensvisie, je idealen. Het is de kunst om het onderscheid te maken tussen wat je kan veranderen en wat niet. Onderschat je eigen inbreng niet.

Daarom is spiritueel bewustzijn ook essentieel voor iedere zorgverlener. Een set van stevige normen en waarden en een stabiele basishouding dragen een degelijke levensvisie. Die levensvisie bepaalt ook je werkethos. Wie graag gaat werken, er het nut van inziet, zal ook meer genieten van het werk. Werk is niet het tegengestelde van vrije tijd. Werk en vrije tijd wisselen elkaar af om je leven als zinvol te ervaren.

Als zorgverlener is het een kwestie van een goede balans te vinden, mentaal en spiritueel-existentieel. Die balans vergt een inspanning. Maak voor jezelf uit welke kernwaarden je wil uitdragen. Zoek naar manieren om je frustraties en piekeringen los te laten. Neem ze vooral niet mee naar bed. Prikkelbaarheid, neerslachtigheid en nachtelijk gepieker zijn signalen dat je het anders moet aanpakken. Ook je lichaam geeft soms duidelijke waarschuwingen: hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid, vlugger ziek worden. Zorgen voor jezelf is de signalen ernstig nemen.

Terzijde: enkele tips. 

(1) Rust. Zoek de stilte op, de zee, de natuur om uit de drukte weg te zijn. Kom tot rust in je verlof. Laat die kans niet onbenut. Zorg dat je ook niet verkleefd raakt met sociale media. Doseer de prikkels van je mobiele telefoon, schakel hem bewust soms uit. 

(2) Opladen. Maak tijd voor jezelf en voor je geliefden. Zij kunnen een belangrijke bron zijn van positieve energie. 

(3) Verwoorden. Een dagboek, geschreven of digitaal, kan je helpen om negatieve ervaringen te verwerken, door ze letterlijk van je af te schrijven. Heb bij het schrijven (of typen) bewust ook aandacht voor humor en positieve ervaringen.

(4) Actie. Zorg voor een gezonde, energieke uitlaatklep: lopen, zwemmen, turnen, voetballen, dansen, noem maar op. Iets waar je je negatieve energie in kwijt kan en waardoor je je fysiek kan uitleven tot je moe bent. 

(5) Passie. Iedereen zou minstens één hobby moeten hebben waar men met passie van kan genieten. Creativiteit daagt je brein uit en richt het op iets anders dan je werk. 

Eelt

Eeltontwikkeling op je idealen is geen effectief beschermingsmechanisme tegen stress en negatieve ervaringen. Het dempt je enthousiasme en immobiliseert je drijfveren. Het kleurt je beleving negatief in en je besmet ook collega's met de gelatenheid, de norsheid, het cynisme en fatalisme die je uitstraalt. 

Onbehandeld wordt eelt in toenemende mate pijnlijk en storend. Je hebt minder contact, minder voeling met de werkelijkheid, met name met de positieve kanten ervan. Een afweermechanisme is een dwangstand, die enkel nuttig is als tijdelijke oplossing in een precaire situatie.

Uitblinken in empathie

Dit pleidooi voor zelfzorg bij zorgpersoneel en voor zorg voor de zorgverleners binnen zorginstellingen is niet zonder reden. Uiteindelijk steunt de zorg voor patiënten op zorgverleners die zich goed in hun vel voelen en vreugde vinden in hun taak.

Empathie is het beginpunt en de doelstelling van kwaliteitsvolle zorg. Zonder empathie worden taken technisch correct uitgevoerd maar is de patiënt niet in zijn geheel verzorgd. Men zal zich minder veilig voelen om zich kwetsbaar op te stellen en in vertrouwen problemen en vragen te bespreken. Empathie is het bindmiddel binnen de zorg. Het maakt het verblijf voor patiënten draaglijker en aangenamer.

Dat men aandacht heeft voor jou en niet enkel voor je aandoening, dat men jou wil helpen en niet enkel vakjes op de computer afgevinkt wil zien: dat is wat de zorg menselijker maakt. Dat is wat de zorg degelijk maakt. 

Het is belangrijk dat een zorgverlener zichzelf verzorgt. Dat veronderstelt ook een actief positief beleid. Work in progres.

donderdag 7 september 2023

Pluralisme en neutraliteit en het risico om te verdwalen in de vaagheid

Iedere tijd kent zijn modewoorden. Ze geven de tijdsgeest weer en leren ons iets over wat als vanzelfsprekend wordt ervaren. Tegelijk lijken die woorden, eenmaal ingeburgerd, ook los te komen van hun werkelijke inhoud en onbesuisd gebruikt te worden in allerlei uitspraken en uiteenzettingen. De vroege Ludwig Wittgenstein stelt dat we zijn dat wat we zeggen. Ondoordacht spreken, zorgt voor onduidelijkheid. Binnen een ingewikkeld discours rond neutraliteit en pluralisme moeten we weten wàt we zeggen om te vermijden dat we nog meer verwarring scheppen. Naast feiten en vaststellingen, verwerk ik ook mijn persoonlijke opinie in deze tekst en tracht ik uit te leggen waarom ik deze visie een warm hart toedraag.

Neutraliteit in de tijd

Neutraliteit is lang de norm geweest voor de overheid en het maatschappelijk discours. In een steeds complexer wordende samenleving kan het niet de bedoeling  zijn dat de overheid eenzijdig partij kiest. Dat zou terecht leiden tot ongenoegen bij andere overtuigingen. Voorkeuren werken het risico op discriminatie in de hand. Het beginsel dat iedereen gelijkwaardig is, komt dan uiteindelijk in het gedrang. 

De Belgische samenleving bestond in de tweede helft van de twintigste eeuw hoofdzakelijk uit christendemocraten, socialisten en liberalen, maar tegelijk ook uit katholieken en niet-gelovigen. De samenleving was verzuild en de overheid stond daar - neutraal - boven. Toch waren ideologische partijen in wisselende samenwerking aan de macht en had de Kerk een belangrijke invloed op het dagelijks leven. Kranten en verenigingen waren gekoppeld aan de zuilen en die zuilen dan weer aan politieke partijen. 

De neutraliteit was een algemeen beginsel, een ideaal, maar niet altijd een realiteit. Tijdens en tussen de twee schoolstrijden zijn de beslissingen en terugschroevingen in de vetes tussen liberalen en katholieke en daarna tussen socialisten en christendemocraten een treffende illustratie van de relativiteit van het principe van neutraliteit.

Naar de millenniumwisseling toe werd het maatschappelijk forum nog diverser, in de partijpolitiek, maar ook op levensbeschouwelijk gebied. De klassieke zuilen en de Kerk verloren stilaan hun invloed, en deze evolutie zou in de eenentwintigste eeuw alleen maar verder gaan.

Neutraal ideaal

Wat is neutraliteit eigenlijk? Het is een ideaal, dat op zich essentieel is binnen een diverse samenleving. Het is echter altijd een streefdoel, nooit een zijnswijze. Niemand 'is' neutraal. Niemand is vrij van eigen overtuiging en visie. Een neutrale beslissing bestaat dus niet. Men kan streven om zo neutraal mogelijk te spreken en te handelen, maar iedere uitspraak, iedere beslissing is gekleurd door specifieke normen- en waardenpatronen. 

Neutraal betekent: onpartijdig, ongebonden, afzijdig. Het is veel waarschijnlijker dat een buitenstaander zich onpartijdig kan opstellen, dan een betrokkene. Als instelling heeft men deze luxe van afstand niet: men is nooit buitenstaander, maar altijd betrokkene.

Dat geldt voor de overheid, maar even goed voor zorginstellingen. Geen enkel bedrijf, geen enkel bestuur is neutraal. Dit is een erg hardnekkige misvatting, ook nog in onze tijden. De verantwoordelijkheid ligt altijd bij mensen, die oordelen en handelen vanuit hun persoonlijke overtuiging en drijfveren. Dat neemt niet weg dat mensen zo objectief en zo neutraal mogelijk kunnen omgaan met de veelzijdige realiteit binnen een organisatie. Toch blijft het in se altijd een streven, een betrachten en zeker nooit een bereikt doel. Dat is maar goed ook: mensen blijven immers altijd zoekende en denkende wezens, met kennis, idealen en ervaringen, en kunnen nooit herleid worden tot automaten. Een starre neutraliteit zou trouwens elke evolutie of dynamiek uiteindelijk onmogelijk maken.

De keuze voor neutraliteit is in onze tijden vaak vooral een afwerende keuze. Betrokkenheid op spiritualiteit vergt kennis en inzicht in de diversiteit ervan. Neutraliteit poneren, impliceert echter niet alleen het negeren van spiritualiteit: het creëert paradoxaal genoeg een nieuw, hoger ideaal onder de noemer 'neutrale waarden'. Er ontstaan dus nieuwe waarden, die bovengeschikt zouden zijn aan levensovertuigingen. Daarmee komt het gelijkwaardigheidsprincipe van ideologieën in gedrang.

Neutrale waarden?

'Neutrale waarden' is op zich een contradictio in terminis. Waarden en de keuze en groepering ervan zijn immers altijd gekleurd. De waarden van de Verlichting - vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit - worden doorgaans als neutraal beschouwd. Dat zijn ze niet: ze maken deel uit van een verleden tijd, in reactie op een daaraan voorafgaande periode, en ze houden geen rekening met de huidige dynamieken in de samenleving. Een inhoudelijke hertaling zal niets veranderen aan de oorspronkelijke waardentriptiek die aan Maximilien de Robespierre wordt toegeschreven.

Jean-François Lyotard kondigde immers in 1979 al profetisch het einde van de 'grote verhalen' aan en hij lijkt gelijk te krijgen. Ook het Verlichtingsdenken behoort tot die grote verhalen, de ideologische 'ismen' waar mensen zich massaal toe rekenen, of beter: rekenden. De groeiende chaos en wisselvalligheid binnen onze politieke democratie is daar een pijnlijke getuige van. Solidariteit en gelijkwaardigheid zijn niet langer evident in een egocentrische maatschappij. Neutraal werd vroeger anders ingevuld dan neutraal nu. Het is geen monoliet. Om het met begrippen van Jean-Paul Sartre te zeggen: het is geen gegeven 'op zich' (en-soi) maar een houding 'voor zich' (pour-soi). Neutraliteit is vrij, vluchtig en vergankelijk, net zoals taal en gewoonten en andere schijnbare vanzelfsprekendheden.

Gemene deler

Hoe is men ertoe gekomen om de Verlichtingswaarden als neutraal te beschouwen? Welnu, ze vormden de grootst gemene deler van de bestaande zuilen. Ze werden dus als gemeengoed beschouwd. Iedere overtuiging kon zich hier achter scharen, mits bedenkingen en aantekeningen in de marge. Vertegenwoordigt men op vandaag iedereen met deze waarden? Dat is geen evidentie. 'Neutraal' zou geen synoniem mogen zijn voor 'passend' of 'verantwoord'. Deze begrippen voegen immers een visie toe. 

Open en gesloten

Neutraliteit manifesteert  zich op vandaag in een open en een gesloten variant. Wanneer gesloten neutraliteit het streefdoel is, dan sluit men zich principieel af van elke vorm van levensbeschouwing en wordt alles wat hiermee te maken heeft, terugverwezen naar de privésfeer. Zinsvragen en levensbeschouwelijke uitdagingen worden dan bewust uit de weg gegaan. Bij ethische discussies wordt een 'neutrale' moraal gehanteerd. Heel specifiek wordt die moraal weliswaar niet uitgewerkt, want dan wordt een ideologisch mijnenveld betreden. Inhoudelijk blijft er dus grote vaagheid heersen.

De open neutrale houding daarentegen vertrekt uit het erkennen van de bestaande, acceptabele levensovertuigingen en ziet ook hun maatschappelijke meerwaarde in. Er komt een onderlinge wisselwerking op gang, gestoeld op de waarborg dat overtuigingen elkaar onderling met respect moeten bejegenen. Aangezien spiritualiteit eigen is aan iedere mens, valt de keuze voor een gesloten neutraliteit zeker in een zorginstelling moeilijk te verantwoorden. Het holistisch karakter van de zorg veronderstelt namelijk ook aandacht voor de existentieel-spirituele beleving. Een open-neutrale houding sluit daar veel beter bij aan.

Concluderend wil ik nogmaals beklemtonen dat neutraliteit een streefdoel kan zijn, maar nooit de bestaanswijze van een persoon of een instelling. Men kan streven naar neutraliteit, zich zo neutraal mogelijk opstellen, maar men zal nooit 'neutraal zijn'.

Pluralisme als verzamelnaam

Het ontkennen van de diversiteit aan levensovertuigingen is zinloos. Dat zou het ontkennen zijn van de realiteit. Ook zorginstellingen die vertrekken uit een specifieke levensovertuiging (in de praktijk doorgaans katholieke instellingen) breiden hun spiritueel aanbod uit tot buiten de katholieke eredienst, met of zonder naamsverandering van de 'pastorale dienst'. 

Binnen het pluralisme, dat deze veelheid erkent, bestaan twee houdingen. Het passief pluralisme sluit aan bij de gesloten neutraliteit. Men erkent de diversiteit wel, maar houdt zich geheel afzijdig. In een bezinningsruimte mogen geen levensbeschouwelijke symbolen aanwezig zijn en zelfs geen symboliek die inhoudelijk geïnterpreteerd zou kunnen worden. De leegte en de stilte staan centraal, eventueel eigentijds vormgegeven. 

In toenemende mate wordt 'neutrale' begeleiding aangeboden, met spiritueel begeleiders die geen kleur mogen bekennen. Meer toegespitste begeleiding wordt van buitenaf georganiseerd. Angstvallig zal een dergelijke instelling uitkijken dat er geen verkeerd interpreteerbare signalen worden uitgestuurd. Het zorgt voor een verkrampte, enigszins ongemakkelijke houding. De totaalzorg is de facto uit evenwicht door de voorzichtige houding die aangenomen wordt, en die kan leiden tot spirituele apathie. Daar is de patiënt niet mee geholpen.

Actief pluralisme

Bij de open neutraliteit sluit het actief pluralisme aan. Er wordt op een evenwichtige wijze een bescheiden, weloverwogen aanbod georganiseerd. Daarbij wordt vertrokken uit een gelijkwaardigheid op het vlak van appreciatie van alle levensovertuigingen, en van ieders overtuiging. Dat zal ook weerspiegeld worden in de inkleding van een stille ruimte en van de spirituele begeleiding. Verschillende religieuze symbolen kunnen in één ruimte samen staan en herkenbare handvaten aanbieden aan de mensen die er langskomen. Begeleiders van de belangrijkste levensvisies (in de omgeving) zijn vertegenwoordigd en hebben dus een persoonlijke levensovertuiging maar begeleiden het brede publiek vanuit hun professionele empathie. Er zijn ook bedienaars van buitenaf wanneer men dat wenst.

Het hedendaags pluralisme gaat verder dan enkel een veelheid aan gestructureerde en georganiseerde levensovertuigingen. Men is ofwel sterk verbonden met een visie ofwel eerder zijdelings, sommigen hangen geen bestaande overtuiging aan en brengen zelf elementen uit verschillende tradities samen. Anderen zijn nog zoekend of zijn in hun dagelijks leven niet bewust bezig met existentiële vragen. Ook tegen die achtergrond is actief pluralisme een relevante keuze. De fundamentele openheid strekt zich uit naar ieders existentieel-spirituele overtuiging. Uiteraard zijn er basisvoorwaarden: tolerantie en respect naar anderen toe. Zij vormen overigens de sleutel tot een pluralistische samenleving. Vanuit de openheid naar spiritualiteit wordt men ook meer aangespoord daartoe.

Essentiële werkpunten binnen zorginstellingen die vertrekken vanuit het actief pluralisme zijn het bewaken van de grenzen in aanbod en het onderhouden van een hartelijke, collegiale samenwerking tussen de spiritueel begeleiders onderling. Een open dialoog en duidelijke afspraken kunnen wonderen doen. De instelling streeft verhoudingsgewijs een evenwichtig aanbod na.

De Belgische en Vlaamse overheid streven naar actief pluralisme: een respectvolle en ontmoetende samenleving. Voor alle duidelijkheid: ook pluralisme is een streefdoel dat nooit ten volle gerealiseerd is maar telkens opnieuw vorm krijgt.

Samenvattend wil ik meegeven dat actief pluralisme aansluit bij de holistische totaalzorg, terwijl het binnen het passief pluralisme door de verkrampte houding moeilijk wordt om die totale zorg te verzekeren.

Schaalvergroting

Nog iets over de instellingen die vertrekken uit een ideologie en die ook uitdragen in visie en beleid. Zij zullen vooral de uitdaging moeten aangaan om andere overtuigingen voldoende te waarderen in hun aanbod en de toegankelijkheid tot alle erkende overtuigingen te verzekeren. 

Meer en meer instellingen komen overigens los van hun achterliggende ideologie en noemen zich pluralistisch. De fusies en bijhorende schaalvergroting binnen de Belgische en Vlaamse zorgsector werken deze evolutie ontegensprekelijk in de hand. Het ziet er naar uit dat zowel de ideologische (katholieke) als de neutraal-openbare zorginstellingen in Vlaanderen steeds zeldzamer zullen worden.

Tot slot

Laten we vooral goed beseffen wat we zeggen, wat we voor ogen hebben en welke woorden we hanteren in het levensbeschouwelijk discours. 'Wij zijn een neutrale instelling' en 'Wij vertrekken vanuit neutrale waarden' zijn allebei inconsistenties. 'Zijn' betekent 'samenvallen met'. Neutraliteit is een ideaal. Niets of niemand op deze vergankelijke wereld valt samen met een ideaal. Men kan hooguit streven naar een ideaal: naar objectiviteit bijvoorbeeld, of naar neutraliteit. Ook dan moeten we beseffen dat we die neutraliteit hoe dan ook inkleuren. En dat we bepaalde waarden bewust boven andere verkiezen. 

Ons afkeren van de veelzijdigheid, op welk vlak ook, is eigenlijk geen oplossing. Dat zien we ook in onze samenleving. In een holistische zorg is het quasi onmogelijk om het spiritueel niveau in zijn geheel te ontkennen. Vooral omdat de samenleving zo worstelt met spiritualiteit. In ziekte en bij tegenslag komt dat niveau plots heel persistent op de voorgrond. Dat is waar veel patiënten in de ziekenhuisomgeving op botsen. Apathie is dan hoegenaamd geen vorm van zorgverlening. En dat is de kernvraag: welke zorg willen we aanbieden? 

donderdag 31 augustus 2023

Zingeving: een gemeenschappelijke visie in een nieuwe tijd

Wat bepaalt de identiteit van een spiritueel zorgverlener? Wat is essentieel? Welke taken zijn eigen aan dit beroep? In Nederland is men op dit gebied al een stuk verder dan in Vlaanderen. Een stand van zaken.

De tijd van toen

We komen uit een traditie van aalmoezeniers in de zorg. Elk bisdom beschikte over meer dan voldoende priesters om enkele van hen te benoemen in ziekenhuizen, waar ze de 'zielzorg' op zich namen. Hun takenpakket werd sterk bepaald door hun priesterambt: eucharistie vieren, dopen, berechten, biecht horen en begeleiden. Stilaan kwamen er ook leken in de pastoraal. Daarnaast werden in openbare ziekenhuizen moreel consulenten aangeworven om vrijzinnige patiënten te begeleiden en recent ook enkele islamitische spirituele zorgverleners. 

De tijd heeft niet stilgestaan. Er is steeds meer nood aan een ruimer aanbod dat zingeving niet opdeelt in hokjes. De reden? Mensen passen minder in hokjes. Dat wil uiteraard niet zeggen dat er geen spirituele vragen en noden meer zouden zijn. Ze stellen zich echter binnen een nieuwe context. Op die feitelijke diversiteit - lees gerust: pluraliteit - zal de spirituele zorg van de toekomst geijkt zijn, of ze zal disfunctioneel zijn.

Vlaanderen

In Vlaanderen werd heel lang vastgehouden aan het klassieke, verzuilde model. Dat werd gevoed door het eenvoudige binaire systeem dat gehanteerd werd op het vlak van zingeving: men was katholiek of niet-gelovig. De schakelaar stond bij mensen op "I" of op "O". Dat bepaalde of de aalmoezenier/pastor langskwam, dan wel de moreel consulent bij spiritueel-existentiële noden. Dit systeem is de facto sinds enkele decennia al gedateerd in Vlaanderen. Pas de laatste jaren wordt echt gedacht en gehandeld binnen deze nieuwe situatie.

Er bestaat nog geen 'beroepsstandaard' die de taak van een spiritueel begeleider duidelijk omschrijft. Wel is er een belangrijke eerste stap gezet in de richting van een algemene taakomschrijving naar aanleiding van de introductie van een nieuwe functieclassificatie binnen de zorg (klik hier). Daarin zijn bij de functie van 'spiritueel zorgverlener' goed afgewogen minimumeisen, taken en competenties beschreven. De omschrijving is vooral praktisch opgevat. Het ontbreekt dus nog aan een fundamentele definitie. De algemene taken van de spiritueel begeleider worden samengevat als: het begeleiden van patiënten, het organiseren van vieringen en het participeren in de totaalzorg. Wat we doen, is duidelijk; wie we zijn nog niet. De identiteit van de spiritueel zorgverlener wordt doorgaans nog volledig gekoppeld aan diens levensbeschouwing.

Er is in Vlaanderen nog een weg te gaan. Het is goed te weten dat er geijverd wordt voor een algemene beroepsstandaard en dat er veel energie wordt geïnvesteerd in voorbereidend werk. Vooral omdat dit item niet hoog op de politieke agenda staat, laat een beroepsstandaard in Vlaanderen en België voorlopig nog op zich wachten...

Nederland

In Nederland is de situatie anders: daar was altijd al een bredere differentiatie in het levensbeschouwelijk aanbod, waardoor de nood groter was aan een algemeen, maatschappelijk relevant werkmodel. Men heeft al langer een 'beroepsstandaard voor de geestelijk verzorger' (klik hier). Daarin wordt een heldere definitie gegeven: "Geestelijke verzorging is professionele begeleiding, hulpverlening en advisering bij zingeving en levensbeschouwing." Dat wordt verder verduidelijkt: "Zij gaan op zoek naar wat de cliënt kracht en inspiratie geeft, aansluitend bij diens levensverhaal en levensbeschouwelijke achtergrond. Ook kunnen zij cliënten bijstaan met rituelen en sacramenten." De geestelijk verzorger komt in beeld "in situaties van leven en dood, bij afscheid en verlies, bij ervaringen van grote verbondenheid of juist van verlatenheid, en bij ethische vragen. Zij zijn deskundig in het omgaan met levensvragen, zingeving, spiritualiteit en ethische  afwegingen." (Beroepsstandaard, pagina 7-8)

Het doelpubliek van de geestelijk verzorger is in de Nederlandse context bijzonder ruim: "In beginsel is elke geestelijk verzorger in staat om elke cliënt te begeleiden." Deze begeleiding wordt gesitueerd rond 'zingeving', dat de actieve insteek sterker waardeert dan bijvoorbeeld de begrippen 'geestelijk' of 'spiritueel perspectief' en 'levensbeschouwing', die een eerder passieve connotatie in zich dragen. "Zingeving duidt het meer actieve, informele en individuele aspect van het proces aan waarmee mensen hun leven ordenen en betekenis geven. Het gaat dan om het zingevingsproces in de breedste zin van het woord." (pagina 36-37) 

Diversiteit

Hierbij wil ik de kanttekening dat er bij voorkeur een diversiteit binnen de spiritueel zorgverleners wordt voorzien, waar dat mogelijk is. Een spiritueel zorgverlener is immers niet neutraal. Geen mens is neutraal. Zo kan een pastor zich eerder richten tot christelijke patiënten, terwijl een vrijzinnig moreel consulent een meerwaarde zal betekenen voor de vrijzinnige, niet-gelovige patiënten, die geen 'Meerdere' zoeken in hun spiritualiteit. In instellingen waar voldoende moslimpatiënten opgenomen zijn, kan ook een moslimbegeleider worden aangeworven. De agnostische en 'ietsistische' patiënten kunnen door alle begeleiders worden begeleid, maar ook hier bij de zorgverlener die het best aansluit bij de patiënt. Essentieel is dat de spiritueel zorgverleners samenwerken in onderling respect en collegialiteit, zonder wervende agenda ten nadele van collega's. 

Waar diversiteit in overtuigingen binnen het spiritueel aanbod in de instelling niet haalbaar is, bijvoorbeeld omdat de instelling vertrekt uit een specifieke levensovertuiging of omdat de dienst spirituele zorg te weinig personeelsleden telt, zal het meer dan wenselijk zijn dat de aanwezige zorgverlener(s) zich actief blijft (blijven) verdiepen in de diversiteit aan levensbeschouwingen onder het patiëntenpubliek en in de spiritueel-empathische competentie. Doorverwijzing naar vertegenwoordigers van andere godsdiensten en overtuigingen is uiteraard altijd een kerntaak.

Iets?

Terug naar de hokjes van in het begin. Vooral de groeiende groep patiënten die zich niet expliciet tot een overtuiging rekent, zal baat hebben bij het opentrekken van het werkveld van spiritueel zorgverleners tot buiten hun eigen levensovertuiging. In de klassieke setting is er wel een aanbod voor iedere overtuiging, maar daardoor worden de mensen buitenspel gezet die zich geen afgelijnde overtuiging toeëigenen of zich niet rekenen tot een klassieke levensbeschouwing.

Net deze patiënten worden zwaar uitgedaagd wanneer ze ziek worden: ze kunnen niet terugvallen op een traditie en op bestaande denkkaders. Soms stonden voorheen niet voldoende stil bij levensvisies en hadden geen aanleiding om een denkkader te ontwikkelen. Het is vaak een ontnuchterende ervaring die gepaard gaat met angst en hulpeloosheid. Goedbedoelde raad van naasten werkt niet altijd opbouwend. Een professionele begeleiding kan bijzonder veel betekenen in deze context.

Met deze zesde post rond ik de algemene inleiding af. Zonder exhaustief te willen zijn, heb ik getracht om kernachtig enkele essentiële eigenschappen, werkvormen en uitdagingen van de spiritueel begeleider in beeld te brengen. Er zullen vanaf nu vooral concrete topics volgen, thema's en ideeën. Dat wou ik echter niet doen zonder eerst een algemeen referentiekader te scheppen. Let wel: ook dat referentiekader is dynamisch van aard en voortdurend in ontwikkeling. Ik zal af en toe naar deze posts terugverwijzen...

zondag 20 augustus 2023

Zingeving: methodiek in modellen

Wat doet een spiritueel begeleider? Vanuit welke beginselen wordt er gewerkt? Met welke principes en methodieken kan er concreet aan de slag gegaan worden? Daar wil ik in deze post dieper op in gaan.

Methodieken, werkvormen

De zes uitgelegde methodieken zijn allemaal binnen het christelijke pastoraat ontstaan, mede door het ontbreken van voldoende begeleidende aanwezigheid en theoretische beschrijving van begeleidingsvormen voor het humanisme, de islam en andere levensbeschouwingen binnen zorginstellingen tot vóór enkele decennia. De modellen zijn echter allemaal zonder veel moeite op te tillen tot een algemeen perspectief.

Focusmodel: functioneel

Het focusmodel is het meest praktische model, zowel in visie als in uitwerking. Anne Vandenhoeck (KU Leuven) gaf het vorm en baseert zich op Amerikaanse methodieken. Belangrijk in dit model is het stellen van vooropgestelde doelen en in beeld brengen van het bereikte resultaat in de begeleiding. Zo wordt een maximale integratie in het totale zorgaanbod mogelijk gemaakt. Algemeen is de werking van de zorg immers plan- en resultaatgericht ingesteld.

Dit model beoogt een hermeneutische horizonversmelting. Iedereen denkt op een eigen wijze en heeft eigen sterkten en gevoeligheden. De begeleider zoekt bij de patiënt de behoeften en krachtbronnen en maakt aldus een spiritueel profiel op. Zo is de focus duidelijk gesteld en kan de begeleider vlotter en meer gericht communiceren met de patiënt. Er wordt een plan opgesteld en van daaruit een interventie gedaan, die kan variëren van raadgeving, over rituelen tot presentie. Aan de hand van zintuiglijke waarnemingen wordt het effect, het resultaat gemeten.

Deze methodiek is een daadgericht totaalkader, dat weliswaar andere technieken implementeert en inspeelt op de nood aan meetbaarheid. Andere methoden blijven misschien soms te vaag. Het wil de begeleiding geloofwaardiger maken binnen het zorgkader. Misschien is het wat té sterk georiënteerd op oplossingsgerichte denkschema's. Niet alle casussen hebben baat bij zo'n aanpak. Het is tegelijk wel een belangrijke reminder dat spirituele begeleiding geen doelloos gefladder mag zijn.

Diamantmodel: rust zoeken

In Vlaanderen is ook het diamantmodel goed ingeburgerd in pastorale middens. Het is gebaseerd op de 'Ars moriendi', een Middeleeuws denkmodel dat de stervende mens rust poogde te brengen in het stervensproces. Carlo Leget vertaalde dit beeld van vijf conflictgebieden naar de 21ste eeuw en schreef 'Art of Living, Art of Dying'. Dit is veruit het meest christelijk geïnspireerde model, teruggrijpend naar Thomas van Aquino.

De praktische uitwerking van dit model is algemeen hanteerbaar, maar dan wel in ernstige crisissituaties en in een palliatieve setting. Er wordt gezocht naar het hervinden van de innerlijke ruimte, die bedolven is door hevige emoties en conflicten in gedachten. 

Er wordt verheldering gezocht aan de hand van de volgende vragen. Weten versus aannemen: waar kan ik op hopen? Onthouden versus vergeten: hoe kijk ik terug op mijn leven? Aanvaarden versus vechten: hoe ga ik om met lijden? Vasthouden versus loslaten: hoe neem ik afscheid? Autonomie versus altruïsme: wie ben ik werkelijk? Afhankelijk van de concrete situatie kunnen er vragen overgeslagen worden. Het beoogde resultaat bestaat erin om rust en harmonie te vinden.

Presentie: er zijn

Het presentiemodel heeft in Nederland veel aanhang. Het concept kiemde in de Utrechtse verloederde wijken eind de jaren '60, geteisterd door kansarmoede, drugsverslaving en uitzichtloosheid. Mensen met een ruw randje werden in instellingen geplaatst of in de steek gelaten. Er was nood aan een nieuwe aanpak, passend bij de tijdsgeest. Straathoekwerkers en pastores gingen mee op weg met mensen aan de rand, zonder hen te categoriseren of te veroordelen. Aanwezigheid stond centraal en de erkenning van de ander als waardevol. 

Zo kreeg presentie stilaan vorm, in de concrete praktijk. Een theoretische onderbouw kwam er pas later. Een aanrader is 'Een theorie van  de presentie' van Andries Baart. Een zinvolle aanvulling hierop is de insteek van Emmanuel Levinas langs Gosse Postma in 'Tast als leven'. Door het gebrek aan theoretische onderbouwing tot aan de eeuwwisseling, is het niet altijd duidelijk of presentie een volwaardige methodiek is, of eerder een algemene grondhouding waarbinnen methodieken worden aangewend. 

Uiteindelijk vertrekt presentie vooral uit een ingesteldheid om iets te willen doen: iets wat haalbaar is, zonder verandering te forceren. De ander wordt niet herleid tot probleemvelden of uitdagingen. De begeleider gaat mee op weg en bepaalt vooraf geen doelen. De ander krijgt zoveel mogelijk ruimte. Door er te zijn en onbevooroordeeld aandacht te schenken, geeft de begeleider ruimte om in een comfortabele omgeving van vertrouwen en respect aan zelfreflectie te doen. Het model past bij de experimentele tijd van de jaren '60 en '70, maar werpt ook vandaag zijn vruchten af. Er wordt zo weinig mogelijk orde geschapen binnen deze begeleiding: gesprekken gaan zoals ze gaan, en dat is goed. Stilte is zinvol, wanorde mag er zijn. Soms klinkt de kritiek dat dit model aanzet om in rondjes te blijven cirkelen, dat er geen vooruitgang beoogd wordt.

Dit model werkt het beste over een lange periode. In de ziekenhuiscontext gebeurt de begeleiding tijdens steeds kortere opnametijden. Presentie heeft mij vooral geholpen in de buitengewone settings: bij patiënten met ver gevorderde dementie, bij een stervende, en bij familie die waakt bij een stervende. Ook in de context van langdurige revalidatie is presentie een dankbare methode, omdat er veel tijd is voor opvolging. 

Hermeneutisch model: mijn verhaal

Het narratief-hermeneutisch model wordt in het werk 'Zorg voor het verhaal' van Ruard Ganzevoort en Jan Visser theoretisch onderbouwd. Ervaring en traditie worden samengebracht in dit model. Uit het levensverhaal van de patiënt kan diens identiteit worden ontwaard, die bestaat uit algemene gegevenheden en persoonlijke verworvenheden. Paul Ricoeur is een belangrijke inspiratiebron bij dit model. 

De begeleider biedt bouwstenen aan uit de traditie waarbinnen de patiënt staat: niet op belerende wijze, maar explorerend, samen met de patiënt. Het model is christelijk van oorsprong, maar functioneert binnen elke levensbeschouwing. Het model is minder werkbaar bij mensen die zich niet met een traditie wensen te identificeren. Het is haast onmogelijk om als begeleider te functioneren zonder zelf kleur te bekennen. Dat schept beperkingen. Tevens moet de patiënt cognitief en verbaal sterk genoeg zijn. 

Verhalen vormen immers een belangrijke inspiratiebron. Dat kunnen verhalen uit de Bijbel zijn, maar ook een inspirerend gedicht of een treffende passage uit een boek. Wat haalt de patiënt uit de tekst? Welk perspectief neemt zij of hij in? Hoe wordt er gelezen? Waar loopt de patiënt op vast? Er wordt, vertrekkend uit de lezing en de bespreking, samen gezocht naar lichtpuntjes, naar toekomst. 

Existentiële zorg: idem en ipse

Net als hermeneutische begeleiding vertrekt de existentiële zorg uit het levensverhaal. Tjeu van Knippenberg beschrijft in het toonaangevende werk 'Existentiële zielzorg' hoe de mens zijn levensverhaal schrijft op weg van naam naar identiteit, onderweg van geboorte naar sterven. Naast de dimensies tijd en ruimte is er een transcendente dimensie die verweven zit in tijd en ruimte maar ze tegelijk ook overstijgt. Transcendentie kan, maar hoeft hier niet religieus ingevuld te worden. 

Deze drie dimensies worden beroerd door existentiële vragen en uitdagingen. De mens geeft betekenis aan wat hem of haar overkomt, evenals de tijdruimtelijke gegevenheid waaraan we onderhevig zijn. Daarbij kan de transcendente lijn helpen om overzicht en perspectief te bieden. 

De mens is een 'reiziger', onderweg in de tijd, die een spanningsveld is van continuïteit en discontinuïteit. Daarnaast is de mens ook 'bewoner' van de ruimtedimensie, tussen andere mensen. Op existentieel niveau tenslotte is de mens 'erfgenaam': het bestaan is ons ongevraagd gegeven. Deze methodiek wil de spanningsvelden binnen en tussen de drie dimensies verhelderen om zo meer zelfinzicht te verwerven. 'Idem' en 'ipse' worden verhelderd: dat wat onveranderlijk en bestendig is (idem) en dat wat verandert en in ontwikkeling is (ipse). Er wordt gezocht naar tegenstrijdigheden en zonderlinge elementen binnen het geheel. Ook hier is Paul Ricoeur een belangrijke inspiratiebron.

Dit model erkent de veranderlijkheid van de mens, staand in de realiteit. Tegelijk wordt ook het existentiële domein gevaloriseerd. Ik gebruik deze methodiek graag bij diepe levensvragen. Het is toegankelijk omdat mensen in hun eigen taal kunnen spreken en ik als begeleider de kans krijg om dat perspectief te verbreden en soms zelfs op te tillen.

Contextueel model: loyaliteit en recht

Contextuele begeleiding gebruikt een heel andere benadering en leunt dicht aan bij de psychologie. Een toonaangevend werk hierrond is 'Contextueel pastoraat' van Hanneke Meulink-Korf en Aat van Rhijn. Er zijn duidelijke invloeden merkbaar van Ivan Nagy en Emmanuel Levinas

De begeleiding vertrekt vanuit de concrete mens die samenleeft met anderen. Loyaliteit staat centraal bij Nagy. Ze is inherent aan de menselijke omgang en werkt motiverend voor de sociale interactie. We dragen zorg voor een ander en engageren ons levenslang omwille van de loyaliteit die ons eigen is. Er is horizontale loyaliteit tussen gekozen relaties, maar ook verticale, existentiële loyaliteit op grond van geboorte. Wanneer deze loyaliteit verstoord en gecorrumpeerd is, leidt dat tot een diepmenselijke verstoring. Naast geven, ontvangen we in onze familiale relaties, dat beschouwen we als een recht. Wanneer daarin wordt tekortgeschoten, ervaart men de nood om dat tekort te compenseren. Hoe dan ook is er een transgenerationele erfenis: men geeft tekorten soms door of overcompenseert ze net in de omgang met de volgende generatie. Zo worden scheve balansen generaties ver doorgegeven. 

Op deze mechanismen wordt vanuit de verschillende perspectieven samen met de patiënt naar gekeken. Dit is het meest therapeutische van alle voorgestelde modellen. Het heeft een eerder beperkte werkingsbreedte en is vooral zinvol in de begeleiding van psychisch uitgedaagde patiënten, met trauma's of gevoelens van onrechtvaardigheid. Het staat misschien wat te ver op het psychologisch domein en kan zonder het interprofessioneel maken en naleven van goede afspraken voor conflicten zorgen.

Eigen kijk

Hiermee heb ik de zes werkmethoden kort uiteengezet die het meest gebruikt worden in onze contreien. De samenvatting geeft telkens een idee van hoe de methodiek werkt en van waaruit ze vertrekt. Uiteraard doet het samenvatten onrecht aan belangrijke nuances. Daarenboven eigent een spiritueel begeleider een werkvorm toe en wordt ze daarna op een eigen manier in concrete situaties toegepast. 

Hierna volgt er nog één algemene bijdrage, over de identiteit en definitie van een spiritueel begeleidere. Daarna wil ik graag concretere, meer toegepaste thema's bespreken.

Alle vernoemde werken zijn bij het verschijnen van deze post vlot te verkrijgen via boekhandels en online winkels.

Algemene informatie: J.D. Smit, Antwoord geven op het leven zelf, 2015. (klik hier)

vrijdag 11 augustus 2023

Zingeving: een inkijk en poging tot afgrenzing

De spiritueel begeleider is een actief luisteraar. Vroeger bracht een begeleider de patiënt dichter bij de ideologie. Nu staat de patiënt centraal en de eigenheid en authenticiteit van diens visie. Begeleiding is complexer geworden, maar doet daardoor de patiënt meer recht. De tijd van algemene slogans is al lang voorbij. Nu wordt de concrete pijn van het zijn onder woorden gebracht. Spirituele begeleiding heeft doorheen de tijd een eigen gemeenschappelijke werkvorm ontwikkeld. Die verschilt van de therapie van de psycholoog: de beginselen zijn anders, en ze hanteert geen therapeutisch model. Tegelijk zijn er ook duidelijke gelijkenissen. Ziehier een poging om rond werkvormen het één en ander te benoemen, weliswaar zonder volledigheid na te streven...

Identiteit

Zingeving manifesteert zich - zoals eerder al besproken - in een concrete coherente visie, gebaseerd op waarden en normen. Deze visie groeit doorheen de jaren. Men wordt ouder en wijzer. Soms ook milder. De wereld rondom ons is constant in beweging en ons leven ook. Zo ook onze spiritualiteit. Wanneer ze bewust wordt beleefd en 'up to date' gehouden wordt, weerspiegelt ze eigenlijk onze plaats in de wereld en in het bestaan. 

Typerend voor een dynamische spiritualiteit is de subtiele wisselwerking met de samenleving. Er ontstaat een dialoog met bestaande principes en waarden, waardoor er progressie, maar evengoed regressie kan plaatsvinden in de persoonlijke visie. Deze termen zijn niet geladen met een connotatie: regressie hoeft niet negatief te zijn. Terugkeren naar de bron(nen) van je levensvisie, is soms louterend en verdiepend. Het kan echter ook een vorm van vlucht zijn, of van inwendige verstarring. Een dynamische spiritualiteit is bij voorkeur vitaal. Wie bewust en wakker leeft, kan het leven omarmen.

Individualiteit

Je zal al hebben gemerkt dat ik heel algemeen schrijf over spiritualiteit. Dat doe ik bewust, omdat spiritualiteit nooit zomaar samenvalt met een traditie of levensbeschouwing, er is altijd een persoonlijke interpretatie. Er zijn geen twee katholieken, maar evengoed geen twee humanisten die volledig gelijklopend denken. Een ruimdenkende katholiek zal meer gemeenschappelijke visie delen met een ruimdenkende humanist dan met een conservatief katholiek. Dat viel vroeger minder op omdat de klemtoon toen op de kernvisie lag, niet op de eigenheid van iedere mens.

De spirituele zorg binnen de levensbeschouwingen heeft lange tijd centraliserend gewerkt. De kernvisie werd beschouwd als de ware levensvorm en men trachtte de mensen dichter bij die visie te brengen in begeleiding. Tegenwoordig krijgt het individualiserend component meer en meer aandacht. De patiënt (of bewoner) heeft immers vaak weinig boodschap aan veralgemenende gedachten. Het gaat over deze persoon, op dit moment, in deze situatie. Wel kan het aansluiten bij een traditie vertrouwen en rust brengen. Individualiseren brengt de kernvisie van een overtuiging niet in het gedrang, integendeel: de confrontatie zet aan tot persoonlijk nadenken in plaats van soms ondoordacht over te nemen.

Werkwijze

Het zou een enorme misvatting zijn te denken dat onder een kopje in een blogtekst de werkwijze van spirituele begeleiding uitgelegd kan worden. Ik wil in enkele grove pennentrekken een algemene impressie weergeven, meer niet. Soms hoor ik de begeleiding - soms botweg geringschattend, maar soms ook goedbedoeld - omschreven worden als 'een babbeltje doen'. Het is allesbehalve dat, om verschillende redenen.

Spirituele begeleiding legt de aandacht bij de ander. Algemeen beschouwd spreekt de begeleider zo min mogelijk. Aldus krijgt de ander de volledige aandacht. Dat is hetgeen wat de ander het meest nodig heeft: iemand die tijd vrij maakt, luistert en begrijpt. Verwerking begint bij erkenning. Spirituele begeleiding is wel een dialoog, maar de ander is aan het woord. 

Het vooropstellen van concrete doelen en beoogde resultaten door de begeleider zal zelden van groot nut zijn. Het gesprek bijsturen, de patiënt bij inhoud houden, dat zijn belangrijke bijdragen van de begeleider, net als: vragen om verduidelijking, zorgen en dilemma's onder woorden laten brengen, en dieper ingaan op spirituele pijnpunten. 

Daarbij wordt wel steeds afgetoetst of de patiënt zich hier goed bij voelt. Een begeleider moet zich er te allen tijde bewust van zijn dat hij of zij meegevraagd wordt in de diepste, meest intieme lagen van een mens. De patiënt schenkt je een onmeetbaar vertrouwen door zich zo kwetsbaar op te stellen, zeker wanneer die zichzelf verliest te midden van onzekerheden en twijfels.

Professionele kennis

Een spiritueel begeleider kan in bepaalde situaties een (praktisch) antwoord trachten te geven op vragen van een patiënt. Hoe dieper het gesprek graaft echter, hoe minder de begeleider zich mag laten verleiden om antwoorden en oplossingen te formuleren. Goede raad geven, staat lang niet altijd gelijk aan professioneel goed handelen. De begeleider kan beter ondersteunen door gerichte vragen te stellen. Als er ergens antwoorden liggen, dan is dat immers bij de patiënt zelf. Degelijke spirituele begeleiding heeft - zeker in het geval van een toekomstperspectief - een agogische component: de spirituele zelfredzaamheid bevorderen. 

Doorzicht in het metaniveau van het begeleidingsproces en een professioneel gevormd empathisch vermogen zijn onmisbaar voor een spiritueel begeleider. Het luisteren gebeurt met de oren, de ogen en het verstand: er gebeurt verbale én non-verbale communicatie tijdens een begeleiding, en de essentie bevindt zich vaak tussen de regels door. Het is van groot belang dat een begeleider zich blijft verdiepen in spirituele componenten en mechanismen en in de filosofische hangijzers van de huidige tijdsgeest. 

Een bijzonder dankbare werkvorm is de symboolhandeling. Waar de gebruikelijke begeleiding vooral in woorden gebeurt, kan een rituele handeling in zijn meerlagige symboliek samenbrengen en uitdrukken wat woorden niet kunnen omschrijven en bevatten. Deze handeling laat toe dat de patiënt bijzonder diepe gedachten op een heel persoonlijke wijze eigen kan maken.

Grensland

In ons leven manifesteren de fysieke, psychische, sociale en spirituele aspecten zich vaak in een samenspel, zowel in positieve als in problematische situaties. Het mozzarella-effect tussen zingeving enerzijds en emoties en gedragingen anderzijds, vormt een uitdaging in patiëntenbegeleiding, zowel voor de psycholoog als voor de spiritueel zorgverlener. Mensen uiten zich immers langs emoties en gedragingen. Bij het opsporen en uitklaren van afwijkingen of blokkades is het niet altijd meteen duidelijk of vooral conflicten in de spirituele onderstroom aan de oorsprong liggen, dan wel psychische oorzaken, zoals een trauma, een verstoring in de eerste levensjaren, een psychiatrische stoornis, afhankelijksheidsproblematiek, persoonlijkheidsconflict of copingmechanismen bijvoorbeeld. 

Toch is het belangrijk om de juiste hulpverlening te betrekken: de psycholoog, de spiritueel begeleider, of beiden. Ik besef dat ik me hier op heel gevoelig terrein begeef. Daarom wil ik dit grensland ook met veel voorzichtigheid en respect benaderen. 

Even terug naar de basics. Je levensvisie is emotioneel geladen en bepaalt ook je bewuste gedragingen. Wanneer je idealen door anderen met voeten worden getreden of door ziekte of tegenslag in vraag worden gesteld, dan uit zich dat langs emoties: woede, angst, gelatenheid, verdriet... In de diepere laag klinken levensvragen. 'Wat voor zin heeft mijn leven nog?' 'Waarom zou ik nog de moeite doen?' 'Hoe moet het nu verder?' 'Waar heb ik dit verdiend?' Wanneer mensen op deze vragen blokkeren, kan dit zich bestendigen in een klinische depressie, in systematisch vluchtgedrag of in gedachten van fatalisme, pessimisme of cynisme.

Anders en gelijk

De psycholoog zal de patiënt doorgaans op therapeutische wijze benaderen: beluisteren, analyseren, thematiseren, vragen stellen, confronteren, doelstellingen formuleren, en soms raad en feedback geven. De spiritueel begeleider werkt bij voorkeur niet therapeutisch en stelt zelden doelen voorop. Er wordt vooral circulair gewerkt, zelden lineair. De antwoorden liggen bij de patiënt, slechts bij uitzondering bij de begeleider. 

Er zijn ook grote gelijkenissen tussen de beiden. De psycholoog en de spiritueel begeleider verbreden het perspectief, waardoor de patiënt een ruimer zicht genereert op zichzelf. Er worden zaken in vraag gesteld, waardoor de patiënt ook uitgedaagd wordt om met aanvullende gegevens de problemen op een nieuwe wijze te bekijken. Ik ben mij ervan bewust dat deze korte omschrijvingen de werkelijkheid nooit volledig kunnen omvatten.

In een ideale wereld verwijst de spiritueel begeleider door naar de psycholoog en vice versa waar nodig. Zinsvragen bij de patiënt situeren zich binnen een heel particuliere atmosfeer. De psycholoog geeft de patiënt wel eens als huiswerk mee om een zingevingsthema voor zichzelf uit te klaren. De implementatie van  spirituele begeleiding zou een veel grondigere en duurzamere aanpak betekenen. Daar vaart de patiënt wel mee. Ja, de antwoorden liggen bij de patiënt, maar heeft die ook het nodige spirituele 'gereedschap' daartoe? Afsluiten doe ik met een analogie op een boutade in de advocatuur: 'Wie zichzelf begeleidt (of moet begeleiden), heeft een ezel als cliënt.' 

De toonaangevende begeleidingsvisies en -beginselen van de spiritueel begeleider: dat is voor de volgende keer...

donderdag 3 augustus 2023

Zingeving: een dimensie in de totaalzorg

We lopen maatschappelijk niet hoog op met kwetsbaarheid. In een tijdperk waar het bevrijde ego een belangrijke plaats inneemt - zonder daar een negatieve connotatie aan te verbinden - staat of valt alles met de draagkracht van dat ego. Er rust dus een grote last op ons 'zelf'. Dat voedt de angst voor kwetsbaarheid, breekbaarheid, onvolledigheid, kortom voor elke vorm van imperfectie. Het ideaalbeeld schrijft ons immers voor dat we 'eeuwig jong' en 'eeuwig mooi' horen te zijn. En zo zijn we onze verworven vrijheid meteen weer verloren aan sociale moderne conventies en wetmatigheden... 

Perfectie en vlucht

Ouder worden, aftakelen en sterven, staan haaks op de Westerse drang naar perfectie en maakbaarheid. Hoewel de realiteit ons geregeld herinnert aan onze vergankelijkheid, kunnen we er maatschappijbreed niet goed mee overweg. Het maakt veel mensen ongemakkelijk. Sociale media puilen uit van foto's en berichten waarin mensen zich van hun sprookjesachtige kant laten zien, lachend en genietend. In tijden van de grootste (vermeende) vrijheid moéten we niets, behalve perfect gelukkig zijn. Er ontstaat een maatschappij die veel investeert in het fineerlaagje dat alle imperfecties moet verdoezelen. 

Dat maskeren gebeurt niet alleen met crèmes, make up, wellnessbehandelingen en chirurgie. We pràten de problemen weg. Ook in de zorg. De neiging bestaat bij veel zorgverleners om onvoldoende te luisteren naar de echte problemen waar een patiënt mee worstelt. Er is inderdaad altijd te veel werk en te weinig tijd, en de checklist op de computer heeft voorrang op de individuele vragen en zorgen. Er is sprake van overmacht. 

Maar er is meer: er heerst soms onwennigheid en daarmee gepaard gaand vermijdingsgedrag. Zorgverleners schamen zich soms omdat ze niet weten wat gezegd wanneer een patiënt zijn ziel blootlegt. Men heeft in de zorg graag de antwoorden klaar, en die zijn niet voor het grijpen in een gesprek rond spirituele vragen.

Syndroom van Llanfair

We botsen op (wat ik noem) het syndroom van Llanfair (uit te spreken als: 'Chlenvaair'): de neiging om veel te spreken en te weinig te luisteren. Voluit klinkt de naam: het syndroom van Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch (Chlenvaair-poechgwiengich-gogeeroe-hlwirn-droboochlan-tissiliogogogoh - klik hier). De syndroomnaam verwijst naar de langste plaatsnaam in Europa, toegekend aan een gehucht in Wales (Groot-Brittannië). De naam betekent: de heilige Mariakerk in het dal van de witte hazelaar bij de snelle maalstroom en de heilige Tysiliokapel bij de rode grot. Je kan je afvragen waarom men zo'n processie van woorden kiest voor een plaatsnaam. Waarom niet gewoon: 'Mariakerke', of in het Welsh: 'LLanfair'? 

Wanneer er minder wordt gepraat en meer geluisterd, schiet er meer tijd over voor woorden die er écht toe doen. Het syndroom van Llanfair manifesteert zich in praat- en mijdgedrag om de diepe gesprekken niet te moeten aangaan. Er schuilt geen kwade wil achter, maar ongemak en onzekerheid.

Vier pijlers

In een palliatieve context is de totaalzorg gefundeerd op vier pijlers: de fysieke, psychische, sociale en spirituele zorg (cfr Dr Distelmans: klik hier). Eigenlijk geldt dit bij uitbreiding voor elke complexe, langdurige zorgsituatie. De fysieke zorg blijft belangrijk, maar het ziek-zijn deint als een vlek uit over het leven van de mens en diens omgeving. Er borrelen emoties op, er komen vragen naar boven rond de zin en de grenzen aan kwaliteit van het leven, over heden en toekomst. 

De psychische en spirituele uitdagingen tijdens een ziekteproces manifesteren zich meer dan eens als een verstrengeld kluwen, die te vergelijken is met de onderlinge vervlechting bij psychosomatiek. Twee disciplines kunnen niet zomaar van elkaar losgetrokken worden in dergelijke situaties. Er is geen duidelijke scheidingslijn. De spirituele crisis uit zich vaak via emoties en gedragingen en diepe emoties beïnvloeden het spiritueel welzijn.

Dit fenomeen noem ik het 'mozzarella-effect', omdat het zo herkenbaar is: goed gebakken mozzarella laat zich niet makkelijk kunstmatig in stukken snijden. Wanneer je twee delen uit elkaar wil halen, resulteert dit soms in een gevecht met de lange, weerbarstige, elastische kaasslierten. Zo is het ook bij psychospirituele problemen. De beste aanpak bestaat in het ernstig nemen van de beide werkvelden en de beide disciplines die betrokken zijn, met een onderlinge samenwerking waar nodig. Toegegeven, er is nog veel groeiruimte op dat gebied.

Pijn

Spirituele begeleiding in dergelijke moeilijke situaties richt zich vaak op het fenomeen van  'spirituele pijn'. Pijn is hier geen symbolisch begrip. Spirituele pijn is een volwaardige vorm van lijden, zoals fysiek lijden, psychisch lijden en sociaal lijden. Spirituele pijn manifesteert zich vaak psychisch, maar ook somatisch en sociaal. Wie spirituele pijn lijdt, kan zich isoleren, kan intens verdriet hebben, kan ophouden met eten en vermageren. De crisis kan gepaard gaan met een klinisch depressief beeld, met sociale isolatie, noem maar op. De oorsprong van de pijn is een specifieke verstoring binnen het zingevend draagvlak of een nieuw ontstaan conflict ermee. 

Trauma

Wanneer de persoon een spiritueel trauma oploopt, dan kan het zingevingskader dat tot dusver goed functioneerde, plots barsten of breken. De aanleiding is in deze gevallen een ervaring van definitieveradicale verandering. Deze verandering kan van allerlei oorsprong zijn: het verlies van de partner, het nieuws dat men nog maar een korte tijd te leven heeft, het stelselmatig verlies van zelfstandigheid door een progressieve ziekte, of heel plots na een ongeval of infarct bijvoorbeeld. In al deze gevallen verandert er iets onomkeerbaar in het bestaan, en dat zet alles overhoop.

Zo'n spiritueel trauma uit zich vaak in angst, wanhoop, verdriet, vervreemding, gelatenheid of schuldgevoel. Niettemin is de oorsprong (minstens gedeeltelijk) spiritueelHet is existentiële pijn, gerelateerd aan het bestaan zelf. 

Omdat ieders spiritualiteit individueel bepaald en uniek is, reageert iedereen anders op een crisiservaring. Wat voor de één als een onoverwinbaar obstakel wordt ervaren, kan voor iemand anders een kleine bijsturing betekenen. Iedereen staat op een eigen manier in het leven. De begeleiding gebeurt dus ook op maat van de mens.

Wat typeert spirituele begeleiding? Waarin verschilt de spiritueel begeleider van de psycholoog? Wat is gemeenschappelijke grond? Vragen waar ik de volgende keer op wil ingaan...

Aanbevolen bijdragen:

Denken met Sartre (3): Mogelijkheden en tekorten